Hervorming van het ondernemingsrecht : wat maakt van een feitelijke vereniging een onderneming? (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 11/04/2018

Op 2 februari 2018 gaf de minister van Justitie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers meer uitleg over de criteria die ertoe zouden kunnen leiden dat een feitelijke vereniging, net als een maatschap, toch als ‘onderneming’ zou kunnen beschouwd worden.

1. Rechtspersoonlijkheid is geen criterium

Rechtspersoonlijkheid is geen noodzakelijk criterium om te besluiten of een entiteit kan worden beschouwd als een onderneming.

Men heeft immers beoogd om de feitelijke verenigingen, in tegenstelling tot de maatschappen (“iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid”) niet onder het toepassingsgebied te brengen. Om uit te maken of een organisatie onder een van beide categorieën valt, wordt in eerste instantie uitgegaan van de kwalificatie die de leden zelf geven aan hun samenwerkingsverband.

Het is enkel wanneer de kwalificatie als feitelijke vereniging kennelijk niet strookt met de realiteit, dat de rechter op vraag van belanghebbende derden zou kunnen herkwalificeren.

2. Wat maakt een samenwerkingsverband dat zich een feitelijke vereniging noemt toch tot een onderneming?

Daarvan is er in principe sprake indien er uitkeringen zijn aan leden: vermogensoverdrachten zonder tegenprestatie die het equivalent van dividenden bij een vennootschap zijn.

2.1. Maakt een feitelijke vereniging niet tot onderneming:

Uitkeringen die de vereniging doet om haar belangeloos doel te verwezenlijken.

Voorbeelden:

  • een vereniging ter bescherming van honden die een schenking doet aan een hondenasiel;
  • een wetenschappelijke vereniging die een prijs uitlooft voor een verdienstelijke wetenschapper;
  • een sociale verenigingen die voedsel bedeelt aan daklozen.

2.2. Maakt een feitelijke vereniging evenmin tot onderneming:

Onrechtstreekse vermogensvoordelen toegekend aan de leden die zich bevinden binnen de grenzen van een normale verwezenlijking van het belangeloos doel van de vereniging. Leden van een vereniging mogen immers een voordeel aan hun lidmaatschap ontlenen.

Voorbeelden:

  • een tennisvereniging die haar laden toelaat om tennisterreinen gratis of tegen een gunstige prijs te gebruiken;
  • een toneelvereniging die leden gratis toegang tot toneelvoorstellingen geeft;
  • een patronale vereniging die gratis juridisch advies verleent aan haar leden;
  • een ondernemingsvereniging die lobbyt ten voordele van haar leden of die ten voordele van haar leden een campagne financiert in de media.

2.3. Maakt een feitelijke vereniging evenmin tot onderneming:

Betalingen die de vereniging doet als tegenprestatie voor een goed of dienst, ook indien de tegenpartij een lid of bestuurder is.

Voorbeelden:

  • een bestuurdersvergoeding aan een bestuurder van de feitelijke vereniging;
  • een huurvergoeding aan een lid dat een lokaal of kantoorruimte verhuurt aan de vereniging.

De laatste twee categorieën kunnen in principe wel worden misbruikt om vermomde uitkeringen te doen. Het gaat dan om lidmaatschapsvoordelen die een normale verwezenlijking van het doel van de vennootschap kennelijk te buiten gaan of vergoedingen waarbij een kennelijke disproportie tussen de prestatie en de tegenprestatie.

Voorbeelden:

  • een bestuurder sluit in persoonlijke naam een huurovereenkomst af en laat daarbij de vereniging een exorbitante huurvergoeding betalen;
  • in plaats van uitkeringen te doen aan haar maten, noemt een maatschap zich “vereniging” en neemt ze een groot deel van de kosten van levensonderhoud van de leden/maten op zich.

3. Verandert er iets voor verenigingen van ondernemingen, politieke organisaties of vakbondsorganisaties?

De minister wijst erop dat er voor de verenigingen van ondernemingen in feite niets verandert ten opzichte van de bestaande situatie. Het zal in laatste instantie nog steeds aan de rechter toekomen om uit te maken of de vereniging kan worden gekwalificeerd als een feitelijke vereniging of als een maatschap. Gelet op het bovenstaande, wordt ten slotte ook bevestigd dat men met de ontworpen wijzigingen de politieke organisaties en de vakbondsorganisaties wil uitsluiten van het toepassingsgebied van de hervorming. Het zijn in beginsel geen ondernemingen.

De verschillende tussenkomsten van de minister van Justitie vindt u hier