De koop-verkoopovereenkomst
van aandelen
(Share Purchase Agreement)

Webinar on demand

De bedrijfsleider en strafrechtelijk risicobeheer

Webinar op 10 februari 2023

De impact van drie recente wetten op de werking van elke rechtspersoon

Webinar on demand

Bestuurdersaansprakelijkheid. Een stapsgewijze analyse aan de hand van relevante rechtspraak

Webinar on demand

Contracteren met rechtspersonen

Webinar on demand

Overeenkomst tot overdracht/overname van aandelen

Webinar on demand

Geschillen tussen aandeelhouders: Oplossingen die een vechtscheiding tussen aandeelhouders voorkomen (Reyns Advocaten)

Auteur: Ivan Reyns (Reyns Advocaten)

In onze nieuwsbrief van 2019, stonden we al stil bij de procedures uitgewerkt in het vennootschapsrecht om geschillen tussen aandeelhouders in een vennootschap op te lossen. Dergelijke conflicten leiden immers vaak tot zware botsingen waarbij het voortbestaan van de vennootschap niet zelden op het spel komt te staan. Het aandeelhoudersbelang komt daarbij veelal kaarsrecht te staan tegenover het vennootschapsbelang.

De geschillenregeling die sinds 1997 – en verder uitgewerkt in 2019 – in ons Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is terug te vinden, biedt een uitweg aan aandeelhouders om het conflict op te lossen. In deze nieuwsblog herhalen we graag even de basisprincipes aangaande deze geschillenregeling (1) en staan we stil bij enkele alternatieven om het conflict op te lossen of te vermijden (2).

Geschillenbeslechting: De basisprincipes

Voor welke vennootschappen?

De geschillenregeling is enkel van toepassing voor de BV en de NV die niet genoteerd is. De aandeelhouders van de andere overblijvende vennootschapsvormen, zoals CV, maatschap en Comm.V. kunnen hier geen beroep op doen en moeten zich wenden tot andere oplossingen (ontbinding, opzegging, …).

Welke vorderingen?

De uitsluiting

Een vordering tot uitsluiting strekt ertoe een aandeelhouder te dwingen om zijn effecten over te dragen. Enkel de aandeelhouders die alleen of samen minstens 30% van de effecten (of gelijkgestelde effecten) bezitten, kunnen deze vordering instellen.

De uitsluiting kan enkel indien er sprake is van een gegronde reden. Deze gegronde reden wordt door de rechtspraak getoetst en beoordeeld vanuit het vennootschapsbelang. Uit de rechtspraak zijn er 3 categorieën van uitsluitingsgronden te onderscheiden: a) wanprestaties als vennoot of bestuurder (zelfs feiten uit het privéleven) die van die aard zijn dat de vennootschapsbelangen ernstig en onherroepelijk worden geschaad b) verhindering van een vennoot (door bv. ziekte), c) zware en blijvende onenigheid tussen de vennoten, zonder dat er daarbij onmiddellijk een fout aan de grondslag moet liggen: het volstaat dat er tussen de aandeelhouders een duurzame en definitieve ontwrichting  is van hun verstandhouding, dermate dat ze niet meer kunnen samenwerken én het doel van de vennootschap niet langer meer kunnen nastreven of verwezenlijken.

De uittreding  

Een vordering tot uittreding strekt ertoe de medeaandeelhouders te dwingen om de aandelen van een medeaandeelhouder over te nemen. Deze vordering kan worden ingesteld door elke aandeelhouder, hoe klein zijn participatie ook is.

De uittreding kan enkel indien er sprake is van een gegronde reden. In tegenstelling tot de beoordeling van de gegronde reden bij uitsluiting, wordt de gegronde reden bij een uittreding beoordeeld en ingevuld vanuit het belang van de betrokken aandeelhouder m.n. wanneer dit belang door gedragingen van andere aandeelhouders in het gedrang komt en er van hem redelijkerwijs niet meer kan verwacht worden dat hij vennoot blijft.

In de rechtspraak vinden we veel toepassingen: het misbruik van meerderheid (bv. door gedurende jaren geen dividenden uit te keren of het intrekken van tantièmes);  wanprestaties van een medeaandeelhouder (bv. schending van niet-concurrentieverplichting); duurzame, fundamentele, onherroepelijke onenigheid waardoor samenwerking niet meer mogelijk is, …

Bevoegde rechtbank

De vordering moet worden ingesteld voor de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank van de plaats waar de maatschappelijke zetel van de vennootschap is gevestigd. Hij zetelt ‘zoals in kort geding’, wat wil zeggen dat hij het geschil ten gronde beslecht overeenkomstig de regels die gelden voor een procedure in kort geding.  Het succes van de geschillenprocedure wordt dan ook vaak aan deze snelle procedure toegedicht.

Tegen welke prijs worden de aandelen dan overgedragen? 

De voorzitter van de Ondernemingsrechtbank zal na beoordeling van de gegrondheid van de vordering, vervolgens de prijs bepalen tegen dewelke de effecten overgedragen of overgenomen moeten worden.

De vele discussies met betrekking tot de peildatum waarop de waarde van de effecten moesten worden berekend, werden in het nieuwe W.V.V. opgelost: de peildatum is de datum waarop de voorzitter de eigendomsoverdracht beveelt, wat in principe de datum van de gerechtelijke uitspraak zal zijn. Toch erkent de wetgever dat deze datum niet altijd billijk is gezien ze door omstandigheden eigen aan de overnemende/overdragende aandeelhouder significant kan gestegen of gedaald zijn.

De voorzitter heeft daarom de mogelijkheid om een correctie toe te passen door het verschuiven van de peildatum, dan wel naar eigen inzicht de waarde van de effecten te verhogen of te verminderen naargelang de omstandigheden.

Alternatieve oplossingen bij een geschil tussen aandeelhouders

Bemiddeling

Communicatie is de bron van oplossing voor veel geschillen. Helaas stellen we vast dat de communicatie tussen de aandeelhouders vaak dermate is geëscaleerd dat een constructief gesprek niet meer mogelijk is. Toch is er nog steeds een onderbelichte mogelijkheid  om die communicatie recht te trekken, m.n. door (verplicht) beroep te doen op een erkende bemiddelaar.

Zowel de statuten als een aandeelhoudersovereenkomst kunnen voorzien in de opname van een verplichte voorafgaande bemiddelingspoging door een erkende bemiddelaar. Al te vaak zien we dat deze mogelijkheid niet werd opgenomen, noch in de statuten, noch in een aandeelhoudersovereenkomst. Het belang van een degelijke aandeelhoudersovereenkomst lichtten we al toe in een eerdere nieuwsbrief.

Elke erkende bemiddelaar volgde een gespecialiseerde opleiding en werd erkend door de Federale Bemiddelingscommissie. De taak van deze onafhankelijke en onpartijdige mediator bestaat erin om samen met de partijen op weg te gaan naar een billijke en evenwichtige oplossing, die ieders behoeften en verzuchtingen respecteert. Daarbij voorziet de wet de nodige waarborgen voor het goede verloop van een bemiddelingstraject (vertrouwelijkheid, positie van de bemiddelaar, …). Elke partij kan in alle vertrouwelijkheid zijn wensen en verzuchtingen kenbaar maken. Bovendien houden de partijen de touwtjes in handen van de bemiddeling. Zij bepalen zelf of en in welke mate er een akkoord wordt gevonden. Vaak is de oplossing hiertoe creatiever dan voor een rechtbank kan worden bekomen. Bovendien is het meestal ook een pak goedkoper. Cijfers wijzen uit dat er in meer dan 50% van de opgestarte bemiddelingen een akkoord wordt gevonden.

Indien een bemiddelingsoplossing bovendien wordt bereikt onder leiding van een erkend bemiddelaar, kan de tussen partijen gevonden oplossing worden gehomologeerd door de rechtbank.

Shoot-out clausules

Naast arbitrage voorziet een aandeelhoudersovereenkomst ook vaak in shoot-out clausules, die vele vormen en exotische namen kennen (Texas, Mexican, Russian,…).

De essentie is dat er een procedure wordt uitgewerkt die in geval van conflict tussen aandeelhouders moet worden toegepast. Het zal bepalen aan wie én aan welke prijs aandelen moeten worden overgedragen. Doelstelling is om dit zo eerlijk mogelijk te laten verlopen.

Bij toepassing van de Texas shoot-out bieden aandeelhouders tegen elkaar op tot het bod van een van de partijen door de ander wordt geaccepteerd. Een aandeelhouder kan telkens kiezen om het bod van de andere aandeelhouder te accepteren of te weigeren en een tegenbod te doen. Hierna kan de andere aandeelhouder dit bod op zijn beurt accepteren of een hoger tegenbod doen. Dit proces herhaalt zich net zo lang tot een aandeelhouder het laatste bod van de ander accepteert.

De Mexican shoot-out verloopt anders. Hierbij zijn beide aandeelhouders verplicht een bod te doen op de aandelen van de ander in de vorm van een gesloten bieding. Dit bod wordt neergelegd bij een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld een accountant, advocaat of notaris). De aandelen worden verkocht aan de aandeelhouder die het hoogste bod heeft gedaan tegen het bedrag dat hij heeft geboden. Het is in deze clausule ook mogelijk dat de aandelen worden verkocht aan de hoogste bieder tegen de prijs die de andere partij geboden heeft (ook wel de Dutch auction genoemd).

Conclusie

De werking van de vennootschap en het vennootschapsorgaan kan compleet lamgelegd worden door een ontwrichte verstandhouding tussen aandeelhouders. Wanneer het duidelijk is dat men als aandeelhouder niet uit deze impasse raakt, kan de geschillenregeling inderdaad een allerlaatste redmiddel zijn.

Dat het evenwel een allerlaatste redmiddel is, is ondertussen ook door de rechtspraak bevestigd. Partijen dienen eerst alles in het werk te stellen om hun geschil in de minne op te lossen. Bemiddeling wordt daarbij vaak over het hoofd gezien en is nochtans een efficiënt middel tot oplossing. Ook statuten en aandeelhoudersovereenkomsten kunnen veel conflicten vermijden of oplossen.

Laat u daarom van bij de aanvang van de oprichting van een vennootschap goed begeleiden. Want voorkomen is beter dan genezen. En als het dan toch niet anders kan, is de geschillenregeling nog altijd uw laatste redmiddel …

Bron: Reyns Advocaten