Summer Deal
‘Soft kills & Legal English’

3 webinars on demand

Summer Deal
‘Vennootschappen & Verenigingen’

7 webinars on demand

Summer Deal
‘Insolventie & Faillissement’

8 webinars on demand

De VZW als instrument anno 2022

Webinar on demand

Voordeelpakket
‘Vennootschapsrecht’

5 Webinars on demand

Contracteren met rechtspersonen

Webinar on demand

Genderquota blijven vooralsnog een doekje voor het bloeden (Corporate Finance Lab)

Auteur: Marieke Wyckaert (KU Leuven, gastblogger Corporate Finance Lab)

Onlangs was het weer prijs: ‘Topjobs voor vrouwen blijven werk van lange adem’(DS 21 juni). Juicht, wij ­allen, want nog geen derde van alle ­topposities in de Vlaamse overheid wordt ingevuld door vrouwen. Bovendien stapten er onlangs vier op, van wie er al twee zijn vervangen door mannen; een vijfde vertrekt volgend jaar. Nog geen één op de drie, dus, en het riskeert nog erger te worden. Nochtans mikt de Vlaamse overheid op 40 procent, maar een nieuwe diversiteitsambtenaar benoemen, voor ­zover dat al de oplossing zou zijn, lukt blijkbaar niet.

Sinds Caroline Pauwels om ­gezondheidsredenen stopte als rector aan de VUB, hebben we ook geen ­enkele Vlaamse rector meer. De cijfers van vrouwelijke academici zullen u ook niet opvrolijken: in Leuven is vandaag 31 procent vrouw, bij de hoog­leraren zelfs maar 22 procent.

Op 16 juni juichte ook het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM): de quotawet voor genoteerde vennootschappen uit 2011 ‘werkt’, want in 2020 is 34,1 procent van de ­bestuurders daar vrouw. Uiteraard werkt die wet, want ze legt een mathematische verplichting op, en de heren die de verplichting niet naleven, voelen het in hun portemonnee, en misschien ook wel een klein beetje in hun reputatie. 30 procent vrouwen is het minimum. We deden er dus dik 10 jaar over om 4,1 procent boven de wettelijke verplichting te geraken. Maar slechts in 5,6 procent van die vennootschappen zit een vrouw de raad van bestuur voor, en het aantal vrouwelijke ceo’s bedraagt 4,5 procent, en daalt, zo blijkt.

­Bovendien worden vrouwelijke ­bestuurders massaal geparkeerd in het segment onafhankelijke bestuurders: daar staan ze doorgaans het verst van de macht. Niet dat ik ­tegen onafhankelijke bestuurders ben, maar het wijst ­erop dat vrouwen nog altijd geen deel uitmaken van het normale netwerk dat bestuurders die er echt toe doen (als vertegenwoordiger van een belangrijke aandeelhouder) oplevert. Het IGVM meldt ook dat het aantal vrouwen in directiecomités stagneert op ongeveer 14 procent. Dat is de plaats waar de operationele beslis­singen worden genomen: daar zit dus de dagelijkse macht. En dat is ook het niveau van waaruit mensen doorgroeien naar raden van bestuur. Geen wonder dat de cijfers zijn wat ze zijn.

Alle emancipatie ten spijt

Er is dus weinig reden tot juichen. Het IGVM ziet veel heil in het recente ­Europese initiatief Women on Board’, dat de quota in genoteerde vennootschappen Europees zou verplichten én zou (willen) uitbreiden. Men doet maar, en mathematisch zal het zeker werken (als dit voorstel het haalt).

Maar zolang sommige beroepen aan maatschappelijke betekenis verliezen als ze vervrouwelijken ­(leraars, artsen), zolang vrouwelijke sporters van hetzelfde niveau minder worden betaald dan mannelijke, ­zolang we het normaal vinden dat vrouwen worden beledigd omdat ze hun nek uitsteken op ­sociale media, zolang machtsverhoudingen ontaarden in grensoverschrijdend gedrag, zijn quota een doekje voor het bloeden.

Onze maatschappij moet leren dat mannen en vrouwen anders zijn (daarin ben ik het eens met Griet Vandermassen). Ze moeten voor elkaar respect opbrengen en begrijpen dat ze, precies dank zij hun verschillen, ­samen meer kunnen dan alleen. En dat moet beginnen vanaf de eerste dag van hun leven, in alle echelons: thuis, op school, in jeugdwerking, in het sociale weefsel, in zorg, in media, in literatuur, in kunst, in sport, in politiek.

Daarin hebben we, alle eman­cipatie ten spijt, nog een lange weg te gaan. Maar alleen dan is er een kans dat mannen en vrouwen harmonieuzer samenwerken, op alle niveaus, ook op dat van het toppunt van de macht. En, wie weet, leert dat ons ook om andere diversiteit dan geslacht te waarderen: daarin zijn we zo mogelijk nog slechter, en is de mogelijke winst nog zoveel groter.

De tekst verscheen op 19 juni 2022 als opiniebijdrage in De Standaard.

Bron: Corporate Finance Lab