Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026

Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)

Webinar op dinsdag 24 november 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten

Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas

(DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op vrijdag 16 april 2026

Feitelijke bestuurder: opnieuw interessant Cassatie arrest van 19 november 2024 (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

In casu gaat het om een zaak van georganiseerde criminaliteit (drugs), waarbij een van de beklaagden een beroepsverbod was opgelegd, maar volgens het hof van beroep handelde als feitelijk bestuurder en niet als werknemer.

Het Cassatieberoep was gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 19 april 2024.

Het middel van de deze eiser voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het vermoeden van onschuld: het arrest stelt eensdeels vast dat de eiser niet is vervolgd noch veroordeeld voor een miskenning van het beroepsverbod dat hem werd opgelegd bij arrest van 17 juni 2017, maar het stelt anderdeels vast dat de eiser feitelijk bestuurder van de vennootschap W. bleef en dat hij die zaak “in werkelijkheid bestuurde”.

Met met die bewoordingen geven de appelrechters te kennen dat zij van oordeel zijn dat de eiser zich schuldig heeft gemaakt aan een miskenning van het vermelde beroepsverbod, minstens kan uit die bewoordingen de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de eiser worden afgeleid voor feiten waarvoor hij niet is veroordeeld.

Verder geven de appelrechters aan dat zij deze vaststelling mee in overweging hebben genomen om de schuld van de eiser aan de ten laste gelegde feiten te beoordelen. Daarmee gaan de appelrechters verder dan wat nodig is voor de beoordeling van de schuld van de eiser aan de hem ten laste gelegde feiten. Zo konden de appelrechters zonder miskenning van het vermoeden van onschuld perfect vaststellen dat de eiser als werknemer ook beslissingsbevoegdheid had om transporten te organiseren of bestellingen te plaatsen, zonder dat het daarbij noodzakelijk was hem als “feitelijk zaakvoerder” te bestempelen die “in werkelijkheid”, dus in strijd met zijn beroepsverbod, de vennootschap W. bestuurde.

De visie van het Hof van Cassatie

Het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastleggingen van voorbereidende handelingen drugs in vereniging en betrokkenheid bij een criminele organisatie.

Het arrest oordeelt daarbij:

“In een arrest van 17 juni 2017 werd de eiser III voor een termijn van tien jaar een beroepsverbod opgelegd. Tijdens de incriminatieperiodes in deze zaak was hij officieel werknemer van [W.], maar in werkelijkheid bestuurde hij die zaak. Het hof van beroep verwijst naar de verklaringen van [D.] en [V.] en de bevindingen van de onderzoekers.

Dit volgt ook uit de eigen verklaring van de eiser dat hij bij [A.] nv een offerte zou hebben aangevraagd voor een paalfreesmachine van 250.000 euro, wat niet compatibel is met zijn voorgehouden hoedanigheid van werknemer. Dat de eiser is vervolgd noch veroordeeld voor een schending van zijn beroepsverbod, belet het hof van beroep niet om vast te stellen dat hij feitelijk zaakvoerder bleef. Deze vaststelling is relevant om het aandeel van de eiser in de te last gelegde feiten te bepalen.”

Eensdeels verklaart het arrest met die redenen de eiser niet schuldig aan het misdrijf van het overtreden van het hem opgelegde beroepsverbod, maar vermeldt het enkel feitelijke elementen in dat verband. Anderdeels onthullen de appelrechters, door zich uitdrukkelijk uit te spreken over het feitelijk bestuur van de eiser over de vennootschap W., niet meer informatie over het mogelijk overtreden van dat beroepsverbod door de eiser dan wat vereist is voor de beoordeling van de schuld van die eiser aan de hem ten laste gelegde feiten. Aldus miskent het arrest het vermoeden van onschuld niet.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen

Boeken in de kijker: