Erkenning als beroepsvereniging niet langer vanzelfsprekend (aternio)

Auteur: Julie Lenaerts (aternio) Publicatiedatum: 23/08/2021

Op 30 juli 2021 is het uitvoeringsKB van 7 juli 2021 inzake de weerlegging van het vermoeden van erkenning als beroepsvereniging of federatie van beroepsverenigingen in werking getreden. Voortaan beschikt de overheid over een middel om de voordelen verbonden aan het statuut van beroepsvereniging opnieuw in te trekken. Deze bijdrage omvat een overzicht van de criteria die een doorslaggevende rol spelen.

Het lot van beroepsverenigingen bij de inwerkingtreding van het WVV

Een beroepsvereniging is een vereniging die instaat voor de studie, bescherming en ontwikkeling van de beroepsbelangen van haar leden maar die dus op zichzelf geen beroep uitoefent.

Eén van de voornaamste voordelen verbonden aan deze rechtsvorm bestaat uit de erkenning van haar representativiteit en de mogelijkheid tot deelname aan diverse overheidscommissies. Het betere lobbywerk zeg maar. Doorheen de jaren zagen dan ook werkelijk voor quasi elke sector heel wat beroepsverenigingen het daglicht.

De Wet tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen voorziet echter niet langer in de rechtsvorm van een beroepsvereniging as such. Net zoals wat geldt voor de andere afgeschafte rechtsvormen hebben zij tot 1 januari 2024 de tijd om zich om te zetten in een andere overgebleven rechtsvorm. Doen zij dit niet, dan worden zij automatisch omgezet naar een VZW.

VZW erkend als beroepsvereniging

Specifiek voor de op dat moment bestaande beroepsverenigingen voorzag de wetgever echter in een bijkomend voordeel. Deze verenigingen worden namelijk vermoed erkend te zijn als ‘VZW erkend als beroepsvereniging‘. Op die manier kon een beroepsvereniging de inwerkingtreding van het WVV in se achteloos aan zich laten voorbij gaan.

De minister van Middenstand heeft een lijst opgesteld van al deze beroepsverenigingen. Zelf moest de beroepsvereniging op zich dus niks ondernemen om erkend te zijn inclusief bijhorende voordelen.

Zoals zo vaak zit het gevaar hem in de staart. De wetgever voegde fijntjes toe dat dit vermoeden weerlegbaar is, echter zonder modaliteiten of criteria te voorzien. Hiervoor was het dus wachten op een besluit van de Koning.

Intrekking van de erkenning

De eerste mogelijkheid tot intrekking ligt voor de hand: de beroepsvereniging die meent onterecht op de lijst van de minister te zijn opgenomen, kan zelf afstand doen van het vermoeden van erkenning. De Minister is desgevallend gehouden om de vereniging van de lijst te schrappen.

De tweede mogelijkheid heeft betrekking op de beroepsverenigingen die vrijwillig de vorm van een VZW aannemen. Voor wie dus pro-actief en tijdig het nodige doet, volstaat het om een formulier in te vullen en een aantal verplichte statutaire elemeneten op te nemen. Deze elementen hebben betrekking op het absoluut uittrederecht van leden, de organisatie van het bestuursorgaan, de sancties bij niet-naleving van reglementen en een minnelijke geschillenregeling. De overheid controleert of deze elementen aanwezig zijn en maakt daarmee de erkenning finaal. Zijn deze elementen niet aanwezig, dan ontvangt de vereniging een laatste verwittiging. Nadien kan men niet langer van het vermoeden van erkenning genieten.

Beroepsverenigingen die de deadline van 1 januari 2024 laten verstrijken, verkrijgen automatisch de rechtsvorm van VZW. Dergelijke VZW’s hebben zes maanden de tijd om alsnog hun statuten aan te passen en voormelde elemeneten op te nemen. Gebeurt dit niet, dan vormt ook dit nalaten een weerlegging van het vermoeden van erkenning.

Tenslotte moeten ook reeds bestaande VZW’s een aanvraag tot erkenning indienen wanneer zij de voordelen wensen te genieten. Zo deze aanvraag wordt verleend of geweigerd is het vermoeden zonder voorwerp en technisch gezien aldus ook weerlegd.

Conclusie

Het is momenteel niet langer vanzelfsprekend dat men de erkenning als beroepsvereniging kan behouden. Het verdient dan ook aanbeveling om pro-actief te handelen en vrijwillig de omzetting naar een VZW door te voeren, daarbij rekening houdend met de vereiste statutaire elementen. De deadline afwachten zorgt enkel voor nodeloos kunst- en vliegwerk.

Lees hier het originele artikel