Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Antiwitwasverplichtingen
voor de advocaat
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)
Webinar op vrijdag 12 juni 2026
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Alternatieve financieringsvormen
voor ondernemingen:
een waaier aan mogelijkheden
Mr. Carl Clottens, mr. Ivan Peeters en mr. Ken Lioen
(NautaDutilh)
Webinar op dinsdag 19 mei 2026
De wettelijke reserve in het WVV: toch weer even anders (VGD)
Auteurs: Kristof Van der Goten en Valérie Verbessem (VGD)
Publicatiedatum: 27/07/2020
Het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) heeft de kaarten grondig herschud, ook wat betreft de verplichting voor bepaalde vennootschappen om een reservefonds aan te leggen (cfr. ‘wettelijke reserve’). Een update.
‘Wettelijke reserve’ oude stijl
Volgens het oude Wetboek van vennootschappen (W.Venn.) dienden de BVBA, CVBA, de NV en de Comm.VA jaarlijks bij de verdeling van het resultaat een reserve aan te leggen van minstens 1/20e van de nettowinst. Deze verplichting gold tot de ‘wettelijke reserve’ respectievelijk 1/10e van het maatschappelijk kapitaal (BVBA, NV en Comm.VA) of 1/10e van het vaste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal (CVBA) had bereikt.
‘Wettelijke reserve’ nieuwe stijl
Het WVV voorziet niet langer in kapitaal of wettelijke reserve in de BV en de CV. Bij gebrek aan kapitaal voorziet het dus ook niet langer de plicht tot (verdere) aanleg van een ‘wettelijke reserve’.
Een BV of CV opgericht conform het WVV zal bijgevolg geen ‘wettelijke’ reserve moeten aanleggen.
Voor een bestaande BVBA (voortaan BV in het WVV) of CVBA met een coöperatief gedachtengoed (voortaan CV in het WVV) die vóór 1 januari 2020 haar statuten heeft aangepast aan het WVV, vervalt de verplichting vanaf datum van publicatie van die statutenwijziging. Gebeurde dit niet vóor 1 januari 2020, vervalt de verplichting vanaf die datum. Jaarvergaderingen gehouden in die vennootschapsvormen na 1 januari 2020 mogen dus de ‘wettelijke reserve’ in principe buiten beschouwing laten.
Voorzien de statuten echter in een specifieke regeling betreffende de reservering van winsten, die strenger is dan de vroegere wettelijke regeling of er volledig los van staat, dan blijft deze plicht onverminderd doorlopen.
Heeft de CVBA geen coöperatief gedachtengoed dan blijft deze, onder meer wat haar kapitaal en de ‘wettelijke reserve’ betreft, onderworpen aan het W.Venn. tot op de datum dat de statuten worden gewijzigd conform het WVV. Dit dient in elk geval te gebeuren vóór 1 januari 2024.
Voor de NV en de Comm.VA (ingekanteld in de NV vanaf het moment dat het WVV op haar van toepassing wordt), blijft de oude regeling staande.
Dan keren we de ‘wettelijke reserve’ toch gewoon uit?!
Kan je hierdoor voortaan in BV en CV ook vlot jouw bestaande ‘wettelijke reserve’ uitkeren? Helaas!
Over het statuut van de bestaande wettelijke reserve onder het WVV en de gefaseerde inwerkingtreding van het WVV in het algemeen vind je, hier en hier meer.
» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen













