HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024


Ondernemingsstrafrecht:
wat wijzigt er door boek I en boek II van het Strafwetboek?

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op dinsdag 11 juni 2024

De vereffende vennootschap en haar ‘passieve rechtspersoonlijkheid’. Cassatie-arrest van 15 februari 2024 (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Wat waren de feiten?

Sterud bv heeft op 7 december 2015 de Royal Antwerp Football Club nv gedagvaard in betaling van de onbetaalde facturen meer schadebeding en interest. De Royal Antwerp Football Club nv heeft een tegenvordering ingesteld, strekkende tot betaling van eigen facturen en tot terugbetaling van gelden die Sterud bv zich onrechtmatig zou hebben toegeëigend.

Bij vonnis van 9 maart 2016 werd de hoofdvordering van Sterud bv gedeeltelijk ontvankelijk en gegrond werd verklaard, in die zin dat de Royal Antwerp Football Club nv werd veroordeeld tot betaling aan Sterud bv van het saldo van welbepaalde facturen, verminderd met een reeds betaalde provisie.

Bij vonnis van 21 december 2018 werd het resterende gedeelte van de hoofdvordering deels gegrond en deels ongegrond werd verklaard, en de behandeling van de tegenvordering werd opgeschort.

Op 26 maart 2021 Sterud bv gerechtelijk werd ontbonden met onmiddellijke sluiting van de vereffening en op 28 februari 2022 heeft de vereffenaar hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 21 december 2018.

In het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 september 2022 wordt het hoger beroep ontvankelijk verklaard.

Wat is de visie van het Hof van Cassatie?

Krachtens artikel 2:76, eerste lid, WVV wordt een vennootschap na ontbinding geacht voort te bestaan voor haar vereffening tot aan de sluiting daarvan. De sluiting van de vereffening van een vennootschap maakt in beginsel een einde aan het bestaan en de rechtspersoonlijkheid van deze vennootschap. De verdwijning van de rechtspersoon is evenwel niet absoluut. De vereffende vennootschap wordt geacht voort te bestaan om zich te verweren tegen vorderingen die de schuldeisers conform artikel 2:143, § 1, WVV tijdig hebben ingesteld tegen de vennootschap, alsook ten aanzien van vorderingen die reeds voor de sluiting van de vereffening tegen de vennootschap werden ingesteld. Dat geldt ook in geval van een onmiddellijke sluiting van de vereffening in toepassing van de artikelen 2:80 en 2:81 WVV.

Het passief voortbestaan, dat de bescherming beoogt van de schuldeisers van de vennootschap, laat de vereffende vennootschap ook toe om een rechtsmiddel in te stellen tegen een veroordelende rechterlijke beslissing gewezen na de sluiting van de vereffening in een procedure die nog lopende was ten tijde van de vereffening. Zij laat de vereffende vennootschap evenwel niet toe om een rechtsmiddel in te stellen tegen een rechterlijke beslissing, gewezen na de sluiting van de vereffening, op vordering van de vennootschap zelf. De omstandigheid dat de tegenpartij van de vereffende vennootschap een tegenvordering instelde waarover nog geen uitspraak werd gedaan en waarbij desgevallend compensatie kan plaatsvinden met de vordering van de vennootschap, doet daaraan geen afbreuk en leidt met name niet ertoe dat de vordering van de vennootschap wordt geherkwalificeerd als een verweer.

De zijdelingse vordering, zoals zij voortvloeit uit artikel 1166 Oud Burgerlijk Wetboek, laat toe dat schuldeisers alle rechten en vorderingen van hun schuldenaar uitoefenen, met uitzondering van die welke uitsluitend aan de persoon verbonden zijn. Bij een zijdelingse vordering oefenen de schuldeisers immers de vordering van de hoofdschuldenaar uit zoals die zich in diens vermogen bevindt. De mogelijkheid tot het instellen van een zijdelingse vordering is bijgevolg evenmin een reden op grond waarvan een vordering, uitgaande van een vereffende vennootschap, kan worden geherkwalificeerd als een verweer.

In het door de vereffenaar beroepen vonnis werd uitsluitend recht gedaan over de door Sterud bv ingestelde hoofdvordering lastens de Royal Antwerp Football Club nv . Dat vonnis is bijgevolg geen veroordelend vonnis ten aanzien van de vennootschap.

Door niettemin te oordelen dat “indien het hoger beroep van de vereffenaar ontoelaatbaar zou worden verklaard, het bestreden vonnis in kracht van gewijsde [zou] gaan, zodat een eventuele compensatie van hoofd- en tegeneis tussen partijen beperkt zou zijn tot de mate waarin de hoofdeis door het bestreden vonnis gegrond werd verklaard”, dat “de facto het hoger beroep van de vereffenaar in de gegeven omstandigheden een verweer tegen de tegeneis van de Royal Antwerp Football Club nv  [is]”, dat “dit in het belang van de schuldeisers van de vereffenaar is” en dat “de zijdelingse vordering de schuldeisers van Sterud [toelaat] om betaling van de schuld van Royal Antwerp Football Club na te streven en de mate waarin compensatie moet worden doorgevoerd tussen partijen, bepalend [is] voor dat recht van de schuldeisers van Sterud”, zodat “het hoger beroep toelaatbaar [is]”, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht.

Lees het Cassatie-arrest van 15 februari 2024

» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen