Consumentenbescherming bij de verwerving
van financiële diensten: de laatste ontwikkelingen (optioneel met handboek)

Prof. dr. Reinhard Steennot (UGent)

Webinar op donderdag 30 mei 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact
voor de bouw- en vastgoedsector:
10 aandachtspunten

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 23 april 2024


HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Het nieuwe Boek 6:
de impact op de werkvloer

Mr. Chris Persyn (Cautius)

Webinar op donderdag 4 juli 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024


Zekerheden: een update
aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters en mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op vrijdag 8 november 2024

De persoonlijke prijs van bestuurderschap: hoe nieuwe wetgeving de verantwoordelijkheid van bestuurders vergroot (Forum Advocaten)

Auteur: Frederic Rosiers en Justine Heureux (Forum Advocaten)

Het wetsvoorstel, dat op 8 maart 2023 werd ingediend en betrekking heeft op Boek 6 (buitencontractuele aansprakelijkheid) van het Burgerlijk Wetboek, beoogt het einde van de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent.

Zodra de wet ingaat zal de automatische bescherming van de uitvoerder zoals een bestuurder, komen te vervallen. Benadeelde personen zullen voortaan bestuurders rechtstreeks kunnen aanspreken om de schade te vergoeden die uit een tekortkoming voortkomt.

De wet treedt volgens de verwachting in op 1 januari 2025.

Afschaffing van de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent

De quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent is al decennialang een fundamenteel principe binnen het Belgische rechtssysteem. Deze regel stelt dat bestuurders van vennootschappen slechts in beperkte mate persoonlijk aansprakelijk zijn. Slechts indien er sprake is van een strafbaar feit kunnen derden (klanten) een bestuurder persoonlijk aansprakelijk houden voor een tekortkoming van de vennootschap.

Door de afschaffing van dit principe zal de uitvoeringsagent, ook bekend als de “hulppersoon” in het Burgerlijk Wetboek, rechtstreeks aangesproken kunnen worden door de medecontractant van zijn opdrachtgever. Artikel 6.4 §2 van het Burgerlijk Wetboek zal namelijk bepalen dat de hulppersoon “dezelfde verweermiddelen [kan] inroepen als” de verweermiddelen die zijn opdrachtgever kan inroepen tegen diens medecontractant.

Vanaf (naar alle waarschijnlijkheid) 1 januari 2025 kan de uitvoeringsagent (lees: de bestuurder) worden aangesproken door de opdrachtgever van zijn opdrachtgever. Dit betekent dat een bestuurder vanaf nu aansprakelijk kan worden gesteld door klanten van de vennootschap voor eenvoudige fouten, zoals overtredingen van de vennootschapswetgeving of de algemene zorgvuldigheidsnorm.

Zodra de regel van kracht wordt, zal deze in principe onmiddellijk van toepassing zijn op alle nieuwe schadegevallen, zelfs als de aansprakelijkheid voortkomt uit bestaande contracten.

Aanpassing bestuurdersovereenkomst

Het wordt des te belangrijker om vanaf nu beschermende clausules op te nemen in uw bestuurdersovereenkomst, waarbij uw aansprakelijkheid wordt afgedekt. Artikel 2:58 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bepaalt dat de rechtspersoon, zijn dochtervennootschappen of de door hem gecontroleerde entiteiten bestuurders niet vooraf mogen vrijwaren van hun aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon of jegens derden. Dit betekent echter niet dat de moedervennootschap of de aandeelhouder de bestuurders niet mag vrijwaren.

Een vergelijkbare bescherming kan worden verkregen door de aansprakelijkheid zoveel mogelijk uit te sluiten in de contracten met klanten.

Het is daarom raadzaam om nu al op de nieuwe wetgeving te anticiperen en uw bestuurdersovereenkomst aan te passen, zodat u als bestuurder gedekt bent tegen mogelijke aansprakelijkheidsvorderingen van benadeelde personen van de vennootschap.

Bron: Forum Advocaten