De BV in het nieuwe vennootschapsrecht : Waar is het kapitaal naartoe? (Reyns Advocaten)

Auteur: Livia Vermeulen (Reyns Advocaten)

Publicatiedatum: 17/02/2021

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen brengt tal van wijzigingen met zich mee betreffende het vennootschapsrecht. Eén van de meest opvallende en verregaande wijzigingen is en blijft toch wel de afschaffing van het kapitaal in de BV.

Deze nieuwsbrief spitst zich toe op enkele belangrijke gevolgen die de afschaffing van het kapitaal in de BV met zich meebrengt.

I. Wat is kapitaal?

Vaak wordt het begrip kapitaal verkeerd geïnterpreteerd. Het kapitaal is een abstract boekhoudkundig cijfer dat geen vermogenscijfer uitdrukt. Kapitaal mag dus niet gewoon worden beschouwd als een “voorraad geld” dat op liquide wijze aanwezig is in de vennootschap. Het vormt een maatstaf waartegen de vermogenswaarde van de vennootschap wordt gemeten voor boekhoudkundige en juridische doeleinden.

Dergelijke juridische doeleinden zijn onder meer de bescherming van schuldeisers. In dit kader wordt kapitaal gezien als een toets om bijvoorbeeld na te gaan of de vennootschap een zeker minimumvermogen aanhield tijdens zijn levensloop. Het kapitaal is in die zin een in de statuten bepaald boekhoudkundig bedrag waaronder het nettovermogen van de vennootschap niet mag dalen door middel van bijvoorbeeld uitkeringen.

Kapitaal ontstaat op twee momenten, met name bij de oprichting van de vennootschap en bij een latere kapitaalverhoging.


II. Kapitaalbegrip vervangen door vermogen

In het kader van de afschaffing van het kapitaal in de BV, wordt de vereiste van het minimumkapitaal en toereikend kapitaal nu opgevangen door de vereiste van het toereikend aanvangsvermogen.

Onder de oude vennootschapswetgeving diende men voor een BVBA minstens een bedrag van 18.550,00 euro als kapitaal te plaatsen. De BV heeft voortaan geen wettelijk kapitaal meer en er is geen minimale inbreng meer vereist. De oprichters dienen wel nog voldoende vermogen bijeen te brengen, om de voorgenomen bedrijvigheid mogelijk te maken.

Door het wegvallen van het minimumkapitaal in de BV, kan men voortaan volstaan met bij wijze van spreken 1,00 euro.

Dit laatste dient genuanceerd te worden, in die zin dat indien de vennootschap binnen de twee jaar na oprichting failliet gaat, en het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend wordt geacht, u als oprichter persoonlijke aansprakelijkheid kunt oplopen voor de schulden van de vennootschap.


III. Geen sprake meer van kapitaalverhogingen

Aangezien het kapitaalbegrip volledig is verdwenen in de BV, is er niet langer sprake van de zogenaamde kapitaalverhogingen. Nu wordt de terminologie van een bijkomende inbreng, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen gehanteerd. Wanneer een bijkomende inbreng in de BV wordt gedaan met uitgifte van nieuwe aandelen, dan is een statutenwijziging vereist.

Bij een inbreng in de BV zonder uitgifte van nieuwe aandelen is daarentegen geen statutenwijziging vereist. Dit omwille van het feit dat het bedrag van het eigen vermogen niet in de statuten wordt opgenomen. Daarbij blijft ook het aantal uitgegeven aandelen ongewijzigd.

Wel werd er in de nieuwe vennootschapswetgeving opgenomen dat bij een inbreng in de BV zonder uitgifte van nieuwe aandelen, steeds een beslissing van de algemene vergadering, bij gewone meerderheid, vereist is voor de notaris. Dit werd mee opgenomen door de wetgever ter bescherming van de aandeelhouders.


IV. Uitkeringen aan aandeelhouders: netto-actieftest en liquiditeitstest

Iedere uitkering aan aandeelhouders in de BV, met name de terugbetaling van een inbreng of een uitkering van winst aan een aandeelhouder van de vennootschap, zal voortaan pas mogelijk zijn na een dubbele test: de netto-actieftest en de liquiditeitstest. Deze test is vereist om te verhinderen dat uitkeringen uit het vennootschapsvermogen worden verricht ten nadele van schuldeisers van de vennootschap.

Bij een netto-actieftest in de BV wordt er nagegaan of het eigen vermogen van de vennootschap ingevolge de uitkering niet negatief zal worden. Ook wanneer het eigen vermogen wettelijk of statutair deels onbeschikbaar is, mag dit eigen vermogen door middel van een uitkering niet zakken beneden het onbeschikbaar eigen vermogen.

Ingevolge het nieuwe vennootschapsrecht wordt het volstort gedeelte van het kapitaal en de wettelijke reserve van alle bestaande BVBA’s van rechtswege omgezet in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening. Dergelijke vermogensrekening kan enkel worden omgezet door middel van een statutenwijziging.

Verder zal een uitkering slechts mogelijk zijn na het doorvoeren van een liquiditeitstest. In dat geval zal een uitkering pas uitwerking krijgen, nadat door het bestuursorgaan is vastgesteld dat de vennootschap – volgens redelijk te verwachten ontwikkelingen en dit voor een periode van twaalf maanden die volgen op de uitkering – in staat zal blijven haar schulden te voldoen. Met andere woorden mag de uitkering niet tot gevolg hebben dat de vennootschap haar opeisbare schulden niet meer zou kunnen betalen.

Deze liquiditeitstest is uniek voor de BV en houdt verband met de afschaffing van het kapitaal.


V. Alarmbelprocedure

Wegens het verdwijnen van het kapitaalbegrip, werd de bestaande alarmbelprocedure aangepast en verbeterd.

Zo dient het bestuursorgaan de algemene vergadering van de BV bijeen te roepen wanneer het netto-actief negatief dreigt te worden of is geworden. Deze algemene vergadering moet dan plaatsvinden binnen de twee maanden nadat deze toestand werd vastgesteld of had moeten worden vastgesteld.

Dezelfde stappen dienen door het bestuursorgaan te worden genomen wanneer het niet langer zeker is of de vennootschap in staat zal zijn om gedurende minstens twaalf maanden haar schulden te betalen.


VI. Besluit

De afschaffing van het kapitaal in de BV brengt een aantal ingrijpende wijzigingen met zich mee. Gelet op het verdwijnen van een verplicht wettelijk minimumkapitaal is de BV als vennootschapsvorm voor ondernemingen toegankelijker geworden. Ondernemers die voorheen onder meer uit budgettaire overwegingen voor een vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid opteerden, zouden nu minstens de oefening moeten maken of de BV geen optimaler vehikel zou kunnen uitmaken.

Tenslotte legt de nieuwe vennootschapswetgeving voldoende nieuwe regels op voor de instandhouding van het eigen vermogen van de vennootschap.

Lees hier het originele artikel