De koop-verkoopovereenkomst
van aandelen
(Share Purchase Agreement)

Webinar on demand

De bedrijfsleider en strafrechtelijk risicobeheer

Webinar op 10 februari 2023

De impact van drie recente wetten op de werking van elke rechtspersoon

Webinar on demand

Bestuurdersaansprakelijkheid. Een stapsgewijze analyse aan de hand van relevante rechtspraak

Webinar on demand

Contracteren met rechtspersonen

Webinar on demand

Overeenkomst tot overdracht/overname van aandelen

Webinar on demand

Conflict in de coöperatieve vennootschap: de geschillenregeling (Forum Advocaten)

Auteurs: Frederic Rosiers en Justine Heureux (Forum Advocaten)

Kenmerkend voor de coöperatieve vennootschap (‘CV’) is de relatief eenvoudige manier voor aandeelhouders om de vennootschap te verlaten. Indien aandeelhouders uit de vennootschap uittreden of uitgesloten worden, dan gaan de aandelen immers niet over op de andere aandeelhouders, maar worden ze vernietigd.

De statuten hebben betrekkelijk veel vrijheid om dergelijke mechanismen vrij te moduleren, waar in de praktijk dan ook veelvuldig gebruik van gemaakt wordt.

Belangrijk hierbij is dat, naast de klassieke aandelenoverdracht, de uittreding en de uitsluiting in de CV de enige mechanismen zijn om de vennootschap te verlaten, naast de vrijwillige of gerechtelijke ontbinding. De wettelijk geregelde geschillenregeling van de NV en de BV waarbij de andere aandeelhouder wordt veroordeeld tot overdracht of overname, is dus niet van toepassing op de CV. Het WVV heeft voor de CV enkel voorzien in een facultatieve uittreding/uitsluiting ten laste van het vennootschapsvermogen, waardoor de financiering van de overname niet gebeurt door de overblijvende aandeelhouder(s).

De uittreding

De uittreding is de eenzijdige rechtshandeling waarbij een aandeelhouder zijn vennootschapsverbintenis opzegt en zijn aandelen worden vernietigd. Een aandeelhouder wordt dus geacht met al zijn aandelen uit te treden, tenzij de statuten een gedeeltelijke uittreding mogelijk maken.

Beperkingen

Het is niet mogelijk om in de CV het uittredingsrecht uit te sluiten. Wel is het mogelijk om beperkingen op dit uittredingsrecht in de statuten te bepalen, maar het bestuur moet wel steeds, in het kader van zijn verslaggevingsplicht, op de algemene vergadering verslag uitbrengen over het aantal geweigerde verzoeken en de reden daarvoor.

Beperkingen mogen dus niet zomaar absoluut in de statuten worden ingeschreven zodat zij de facto iedere uittreding verbieden.

Timing

Uittredingen zijn enkel toegelaten tijdens de eerste zes maanden van het boekjaar, dit wil zeggen dat uittredingen na de eerste zes maanden zullen worden uitgesteld tot het begin van het volgende boekjaar. Verder heeft de uittreding slechts uitwerking op de laatste dag van de zesde maand van het boekjaar. De uittredende aandeelhouder heeft dus nog stemrechten op de algemene vergadering die de jaarrekening van het vorige boekjaar dient goed te keuren.

De uittreding van de oprichters daarentegen is slechts mogelijk vanaf het derde boekjaar na oprichting.

Uittreding van rechtswege

Een aandeelhouder wordt geacht van rechtswege uit te treden in geval van overlijden, faillissement, kennelijk onvermogen, vereffening of onbekwaamverklaring van een aandeelhouder.

De statuten kunnen evenwel afwijken van deze regeling. Zo kan u bijvoorbeeld in de statuten bepalen dat in geval van overlijden de aandelen overgaan op de erfgenamen. De erfgenamen dienen dan wel eerst te worden aanvaard door het bestuur en te voldoen aan de statutaire toetredingsvoorwaarden.

Verder kunnen de statuten bepalen dat indien een aandeelhouder niet langer beantwoordt aan de statutaire vereisten om aandeelhouder te worden, geacht wordt op dat ogenblik van rechtswege uit te treden.

In een recent arrest van het Hof van Cassatie dd. 02/12/2022 heeft het Hof bevestigd dat een statutaire clausule die voorziet in een uittreding van rechtswege wegens verlies van hoedanigheid, geldig is. Bij de CV valt deze uittredingsgrond te verantwoorden, gezien de hoedanigheid van de aandeelhouder in voorkomend geval doorslaggevend is voor (de toetreding tot) het aandeelhouderschap.

Procedure

De statuten bepalen de modaliteiten van de uittreding, met dien verstande dat:

  • De regels omtrent de timing in acht genomen moeten worden;
  • Een aandeelhouder wordt geacht met al zijn aandelen uit te treden, tenzij de statuten anders bepalen;
  • De uittreding slechts uitwerking heeft op de laatste dag van de zesde maand van het boekjaar, en het bedrag van het scheidingsaandeel (infra) ten laatste één maand nadien moet worden betaald, tenzij de statuten anders bepalen.
De uitsluiting

Bij een uitsluiting zal de vennootschap een aandeelhouder uitsluiten hetzij om wettige redenen, hetzij om een reden opgenomen in de statuten.

Wettige reden

De uitsluiting kan in de CV niet beperkt worden. De uitsluiting dient te gebeuren wegens een wettige reden.

Dit veronderstelt een schending van de statuten, het WVV, of om het even welk feit, die zo ernstig is dat het behoud van de betrokken persoon als aandeelhouder voor een redelijk persoon ondenkbaar is of alleszins bijzonder onwenselijk of ongepast voorkomt.

Het bewijs van een aan de aandeelhouder toerekenbare fout is daarbij niet noodzakelijk. De onenigheid tussen aandeelhouders die de normale werking van de vennootschap compleet onmogelijk maakt is daarbij voldoende.

Statutaire uitsluitingsgronden

De statuten, alsook interne reglementen kunnen in bijkomende uitsluitingsgronden voorzien. Ook in dit geval blijft een uitsluiting wegens wettige redenen mogelijk.

Procedure

De algemene vergadering is bevoegd om uitsluitingen uit te spreken, tenzij het bestuursorgaan in de statuten wordt aangewezen. De aandeelhouder die wordt uitgesloten heeft hierbij het recht om binnen de maand zijn opmerkingen te kennen te geven, alsook heeft hij het recht om gehoord te worden.

De beslissing tot uitsluiting moet steeds gemotiveerd worden, en dient door het bestuur binnen vijftien dagen te worden meegedeeld aan de uitgesloten aandeelhouder.

Bij een uitsluiting is er geen verslaggevingsplicht voor het bestuur op de algemene vergadering. Het is namelijk de algemene vergadering die besluit tot uitsluiting, al zal er ook geen verslaggevingsplicht bestaan wanneer het bestuur bevoegd is. Het bestuur moet enkel het aandelenregister bijwerken.

Timing

In tegenstelling tot de uittreding is uitsluiting wel mogelijk tijdens de eerste drie boekjaren en ook na de eerste zes maanden van het boekjaar.

Het scheidingsaandeel

De uitgesloten of uitgetreden aandeelhouders hebben enkel recht op een scheidingsaandeel als tegenwaarde voor hun aandelen. De verlatende aandeelhouder heeft in principe geen recht op dividenden voor het lopende boekjaar, gezien het scheidingsaandeel niet wordt verbonden aan de resultaten van het lopende boekjaar.

Indien de statuten hier niet van afwijken wordt het scheidingsaandeel begroot op de werkelijk gestorte en nog niet terugbetaalde inbrengwaarde, tenzij de netto-actiefwaarde van de laatst goedgekeurde jaarrekening lager zou zijn.

De statuten kunnen evenwel verregaand afwijken van de voormelde principes, door bv. te bepalen dat het scheidingsaandeel overeenkomt met de volledige netto-actiefwaarde of zelfs met de reële economische waarde.

Bron: Forum Advocaten