Buitencontractuele aansprakelijkheid:
het nieuwe boek 6 is een feit

Prof. dr. Ignace Claeys en prof. dr. Thijs Tanghe (Eubelius)

Webinar op dinsdag 5 maart 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024


Dagelijks bestuur in de vennootschap:
een analyse aan de hand van 18 praktijkvragen

Mr. Vanessa Ramon en mr. Julie Hoflack (Crivits & Persyn)

Webinar op vrijdag 15 maart 2024


Faillissementsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Ilse van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 6 december 2024


HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024

Boekhoudkundige formaliteiten naleven om bestuurders-aansprakelijkheid te voorkomen (Seeds of Law)

Auteurs: Joost Van Genechten en Leo Peeters (Seeds of Law)

Bestuurders kunnen aansprakelijk worden gesteld wanneer hun onderneming failliet gaat, behalve wanneer het failliete bedrijf een kleine onderneming is. Maar sinds een recent arrest van het Hof van Cassatie zijn kleine ondernemingen blijkbaar niet in alle geval gevrijwaard van deze bestuurdersaansprakelijkheid. Het Hof van Cassatie oordeelde dat dit maar mogelijk is voor ondernemingen die in regel zijn met de boekhoudkundige formaliteiten. Op deze uitspraak gaan we in dit artikel verder in.

Wanneer kennelijk grove fouten van een bestuurder hebben bijgedragen tot het faillissement van een onderneming, dan kan de bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de onderneming. Deze vordering kan worden ingesteld door de curator van het faillissement of door een schuldeiser, als de curator de vordering niet zelf instelt. In beide gevallen wordt de vergoeding evenredig verdeeld onder de schuldeisers.

Deze aansprakelijkheidsgrond is evenwel niet van toepassing wanneer de gefailleerde onderneming een kleine onderneming is. Dat is het geval wanneer een onderneming over de drie boekjaren voor het faillissement, een gemiddelde omzet van minder dan 620.000 euro exclusief BTW heeft verwezenlijkt, en wanneer het balanstotaal bij het einde van het laatste boekjaar niet hoger was dan 370.000 euro.

Het is aan de bestuurder om te bewijzen dat aan deze voorwaarden is voldaan.

Het Hof van Cassatie oordeelde dat een bestuurder zich enkel op deze uitzondering kan beroepen ingeval van een correcte naleving van de boekhoudkundige formaliteiten.

Het arrest had betrekking op een vennootschap die op 12 oktober 2020 failliet was verklaard en waarvan de jaarrekening van het boekjaar, afgesloten per 31 december 2019, op 1 juni 2020 had moeten zijn goedgekeurd en uiterlijk 30 dagen later had moeten zijn gedeponeerd bij de Nationale Bank voor publicatie. Het hof van beroep te Luik had geoordeeld dat de bestuurder zich niet kon beroepen op de uitzondering voor kleine ondernemingen omdat de jaarrekening per 31 december 2019 nooit was goedgekeurd of gepubliceerd. De balans per 31 december 2019 die na het faillissement was opgesteld, kon niet in aanmerking worden genomen om te bepalen of er sprake was van een kleine onderneming. Het Hof van Cassatie heeft deze uitspraak bevestigd.

Dit arrest toont met andere woorden dat bestuurders van kleine ondernemingen er alle belang bij hebben om tijdig en correct de jaarrekening op te stellen, te laten goedkeuren en neer te leggen bij de Nationale Bank. Enkel onder die voorwaarde kunnen ze zich beroepen op de uitzondering voor kleine ondernemingen.

Maar let op! Deze formaliteiten zijn niet alleen van belang voor bestuurders van kleine ondernemingen want de niet-naleving ervan kan op zichzelf een grond vormen voor bestuurdersaansprakelijkheid voor alle vennootschappen.

Bron: Seeds of Law