Corporate Governance
voor familiebedrijven

Mr. Sofie Lerut (advocaat)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026


Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas

(DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026

Betaal niet te veel: waarom een rechtstreekse vergoeding aan de koper loont bij schending van de verklaringen en waarborgen (Caluwaerts Uytterhoeven)

Auteurs: Ellen Cortois & Frederik Van Overtveldt (Caluwaerts Uytterhoeven)

Bij een aandelenoverdracht wordt een substantieel deel van de onderhandelingen traditioneel gewijd aan de verklaringen en waarborgen van de verkoper. Deze garanties beogen de koper te beschermen tegen risico’s verbonden aan de toestand van de targetvennootschap, zowel op juridisch, fiscaal als operationeel vlak.

Naast de precieze omschrijving van die waarborgen wordt ook uitvoerig onderhandeld over de contouren van de aansprakelijkheid van de verkoper. Daarbij gaat de aandacht in de praktijk voornamelijk naar klassieke beperkingen zoals caps, de minimis-drempels, baskets en verjaringstermijnen.

Een element dat in dat kader vaak onderbelicht blijft, maar nochtans een niet te onderschatten impact kan hebben, is de vraag aan wie een eventuele schadevergoeding moet worden betaald: de koper of de vennootschap zelf.

De ogenschijnlijke neutraliteit

Veel koopovereenkomsten laten de koper toe om te kiezen aan wie de schadevergoeding wordt uitgekeerd. Op het eerste gezicht lijkt dat een evenwichtige oplossing. Voor de verkoper lijkt het immers onbelangrijk of hij betaalt aan de koper dan wel aan de vennootschap, zolang hij maar niet dubbel wordt aangesproken.

Die redenering houdt evenwel geen stand bij nader fiscaal onderzoek.

Fiscale impact bij uitbetaling aan de vennootschap

Wanneer de schadevergoeding wordt betaald aan de vennootschap, wordt deze in principe beschouwd als een belastbare opbrengst.

Indien de onderliggende schade fiscaal aftrekbaar is, ontstaat er doorgaans geen bijkomende fiscale druk. Denk bijvoorbeeld aan een foutief geboekte leveranciersfactuur van EUR 80.000 die alsnog moet worden rechtgezet: de bijkomende kost is aftrekbaar, waardoor de ontvangen vergoeding geen netto belastbare basis creëert. In dat scenario blijft de kost voor de verkoper beperkt tot EUR 80.000.

De situatie wijzigt evenwel fundamenteel wanneer de schade fiscaal niet aftrekbaar is. Een klassiek voorbeeld betreft een bijkomende vennootschapsbelasting na controle. Stel dat de vennootschap geconfronteerd wordt met een bijkomende belasting van EUR 120.000. Om de vennootschap volledig te compenseren, volstaat een vergoeding van EUR 120.000 niet, aangezien die vergoeding zelf belastbaar is.

Uitgaande van een vennootschapsbelastingtarief van 25%, moet de vergoeding in dat geval worden verhoogd tot EUR 160.000, zodat na belasting een nettobedrag van EUR 120.000 overblijft. De kost voor de verkoper loopt dus aanzienlijk op.

Fiscale impact bij betaling aan de koper

Indien de schadevergoeding daarentegen rechtstreeks aan de koper wordt betaald en kwalificeert als een aanpassing van de koopprijs, is deze in beginsel fiscaal neutraal bij de koper.

De schade wordt in dat geval op het niveau van de koper bepaald rekening houdend met de fiscale impact op de vennootschap.

Wanneer de vennootschap bijvoorbeeld een fiscaal aftrekbare kost van EUR 80.000 draagt, resulteert dit – bij een belastingtarief van 25% – in een fiscaal voordeel van EUR 20.000. De netto schade bedraagt dan EUR 60.000, en dat is ook het bedrag waarop de koper aanspraak kan maken.

Indien de schade niet aftrekbaar is (bijvoorbeeld een fiscale rechtzetting van EUR 120.000), blijft de netto schade gelijk aan het nominale bedrag en zal de koper een vergoeding van EUR 120.000 kunnen vorderen.

In beide hypothesen ligt het verschuldigde bedrag door de verkoper merkbaar lager dan in het scenario waarbij aan de vennootschap wordt betaald.

Conclusie

De conclusie is duidelijk: een betaling aan de koper is vanuit verkopersperspectief doorgaans voordeliger. Het vermijdt een fiscale “gross-up” en sluit beter aan bij de reële economische schade.

Voor de koper maakt dit doorgaans weinig verschil. Mits de overeenkomst correct structureert dat de schade op vennootschapsniveau economisch wordt doorgeschoven naar de koper (op een euro – voor – euro basis), blijft zijn positie gevrijwaard.

Indien de schadepost in hoofde van de vennootschap niet fiscaal aftrekbaar is, geniet de vennootschap geen belastingvoordeel en is de netto schade gelijk aan het nominale bedrag, dat aldus ook de schade vertegenwoordigt die door de koper wordt geleden. In beide gevallen – zowel wanneer het om een fiscaal aftrekbare als een niet fiscaal aftrekbare schadepost in hoofde van de vennootschap gaat – is het aan de koper te betalen bedrag beduidend lager dan wanneer de vergoeding aan de vennootschap zou worden betaald.

Het voorgaande onderstreept het belang om bij de redactie van een koopovereenkomst expliciet te bepalen dat schadevergoedingen onder de verklaringen en waarborgen uitsluitend  aan de koper verschuldigd zijn en dat dergelijke vergoedingen kwalificeren als een aanpassing van de koopprijs. Wat op het eerste gezicht een detail lijkt, kan in de praktijk immers een materieel financieel verschil maken voor de verkoper.

Gezien de mogelijke impact van deze contractuele en fiscale aandachtspunten, loont het de moeite om hier reeds bij de onderhandelingen de nodige aandacht aan te besteden.

Bron: Caluwaerts Uytterhoeven

» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen

Boeken in de kijker: