Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten
Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)
Webinar op vrijdag 16 april 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Belastingverhoging bij onvoldoende bezoldiging (Grant Thornton)
Auteur: Frederik De Graeve (Grant Thornton)
Publicatiedatum: 24/02/2018
De daling van het tarief van de vennootschapsbelasting nodigt uit om te werken via een vennootschap. Om te vermijden dat (te) veel zelfstandigen een vennootschap zouden oprichten, zijn er een aantal maatregelen genomen die het tariefvoordeel inperken.
Vereiste van minimale bedrijfsleidersbezoldiging
De vennootschapsbelasting (momenteel 33,99%) zal de komende jaren dalen, eerst naar 29,58% en dan naar 25%. Kmo’s genieten bovendien van een verlaagd tarief van eerst 20,4% en daarna 20% op de eerste €100.000,00 mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Zo moet minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) een bezoldiging ontvangen van €45.000 (€36.000 in de huidige regeling).
Los van de toepassing van het verlaagd tarief is het uitkeren van een minimale bezoldiging voortaan voor elke vennootschap van belang. Vennootschappen die dit niet doen, betalen immers een afzonderlijke (aftrekbare) belasting van 5,1% (aanslagjaar 2019-2020) of 10% (vanaf aanslagjaar 2021) over het te weinig uitgekeerde bedrag. Indien de bedrijfsleider een bezoldiging krijgt van €25.000, bedraagt de bijkomende belasting dus €1.020 of (vanaf aanslagjaar 2021) €2.000. Vennootschappen die geen bezoldiging uitkeren of die enkel door andere vennootschappen bestuurd worden, betalen dus sowieso een bijkomende belasting van €2.295 of (vanaf aanslagjaar 2021) €4.500.
Uitzonderingen
Er zijn 3 uitzonderingen voorzien:
- Kmo-starters zijn vrijgesteld gedurende de eerste vier jaar na de oprichting.
- Een lagere bezoldiging is mogelijk, mits deze bezoldiging minstens gelijk is aan het belastbaar resultaat van de vennootschap.
Op basis van de voorbereidende teksten, volstaat in dit geval een bezoldiging die gelijk is aan 50% van het belastbaar resultaat vóór aftrek van de bezoldiging. Indien een vennootschap een belastbaar resultaat heeft van €30.000 ná aftrek van een bezoldiging van €10.000, dan bedraagt de vereiste minimumbezoldiging dus €20.000 (€40.000 x 50%) en het onderworpen ’tekort’ €10.000. - Verbonden vennootschappen waarvan minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn, kunnen de afzonderlijke aanslag vermijden door gezamenlijk aan een gemeenschappelijke bedrijfsleider een bezoldiging van €75.000 te betalen. Zoniet betaalt (enkel) de groepsvennootschap met het hoogste belastbaar resultaat de afzonderlijk aanslag.
In die optiek kan het van belang zijn de structuur van uw groep en/of de mandaten binnen uw groep te evalueren om deze bijkomende belasting te beperken.
» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen

















