Belangrijke wijziging voor kapitaalverminderingen na hervorming van de vennootschapsbelasting (Laurius)

Auteurs: Philippe Hinnekens en Laurens Wellens (Laurius)

Publicatiedatum: oktober 2017

In het zogenaamde “Zomerakkoord” dat in juli afgesloten werd door de regering, werden er een aantal fiscale maatregelen aangekondigd in het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De aangekondigde maatregelen werden algemeen omschreven. Momenteel is men volop bezig met de uitwerking van die maatregelen in ontwerpteksten. Deze bieden een beter beeld van de daadwerkelijke bedoeling van de regering en van de concrete uitwerking ervan. Soms leidt dit tot (onaangename) verrassingen. Dit is onder andere het geval voor de aangekondigdecwijziging van het fiscaal regime van kapitaalverminderingen.

Momenteel kunnen terugbetalingen van kapitaal volledig belastingvrij gebeuren voor zover decvennootschapsrechtelijke voorschriften gerespecteerd worden en de terugbetaling van kapitaal afkomstig is van werkelijk volstort, fiscaal kapitaal.

Stel, een vennootschap met een kapitaal van 200.000 euro waarvan 100.000 euro effectief volstort is door de aandeelhouders en verder bestaat uit een belaste, in het kapitaal geïncorporeerde reserve van eveneens 100.000 euro. Daarnaast heeft de vennootschap ook nog belaste reserves ten belope van 800.000 euro op haar balans staan. Indien er nu zou over gegaan worden tot een kapitaalvermindering van 80.000 euro, dan heeft de belastingplichtige het recht om deze terugbetaling volledig aan te rekenen op het gestort kapitaal, zodat deze terugbetaling volledig belastingvrij kan gebeuren.

In het Zomerakkoord werd aangekondigd dat vanaf 2018 dergelijke kapitaalvermindering nog slechts pro rata belastingvrij zou kunnen gebeuren. Uitgaande van de samenstelling van het kapitaal in het bovenvermelde voorbeeld zou dit betekenen dat, aangezien het gestort kapitaal slechts de helft van het vennootschapsrechtelijk kapitaal vertegenwoordigt, de kapitaalvermindering ook slechts voor de helft (40.000 euro) zou kunnen aangerekend worden op dit fiscaal kapitaal en voor de andere helft op de in het kapitaal geïncorporeerde belaste reserve. Zodoende zou de kapitaalvermindering ten belope van de helft onderworpen zijn aan de inhouding van roerende voorheffing (RV). Aan het algemeen tarief van 30% betekent dit een fiscale kostprijs van 12.000 euro.

Aan de hand van de voorlopige ontwerpteksten (en onder voorbehoud van definitieve goedkeuring) kan echter afgeleid worden dat de maatregel veel verder gaat. Voor de pro rata toerekening van de kapitaalvermindering moet immers niet alleen rekening gehouden worden met de reserves die in het kapitaal geïncorporeerd zijn, doch met alle reserves van de vennootschap. Indien we het hogervermelde voorbeeld hernemen dient dus ook rekening gehouden te worden met de belaste reserves van 800.000 euro die als zodanig opgenomen zijn in de balans van de vennootschap. Het fiscaal eigen vermogen van de vennootschap bestaat ten belope van 10% uit fiscaal kapitaal en ten belope van 90% uit reserves. Bijgevolg zal de kapitaalvermindering van 80.000 euro enkel ten belope van 10% (8.000 euro) aangerekend kunnen worden op het fiscaal kapitaal en zal het saldo (72.000 euro) beschouwd worden als een uitkering van belaste reserves, waarop een RV van 21.600 euro verschuldigd is.

Deze maatregel gaat dan ook veel verder dan algemeen verwacht en zal voornamelijk een impact hebben op vennootschappen met een aanzienlijk kapitaal en aanzienlijke reserves, waarvan de aandeelhouders natuurlijke personen zijn.

De in aanmerking te nemen reserves betreffen in beginsel alle belaste reserves en de belastingvrije reserves, doch slechts voor zover deze laatste categorie van reserves geïncorporeerd werd in het kapitaal. Hierop bestaan enkele uitzonderingen, zoals o.a. de liquidatiereserve en de wettelijke reserve. Ook de kapitaalvermindering in het kader van artikel 537 WIB (na een zogenaamde “interne vereffening” waarbij reserves omgezet werden in kapitaal), ontsnapt aan de toepassing van deze nieuwe maatregel. Vermits de maatregel in werking zou treden vanaf 1 januari 2018, kan het interessant zijn voor een geviseerde vennootschap om nog dit jaar over te gaan tot een kapitaalvermindering, zeker indien de aandeelhouders sowieso van plan waren om op korte termijn over te gaan tot een uitkering bij wijze van  kapitaalvermindering. Hiervoor dient de vennootschapsrechtelijke procedure gevolgd te worden die enkele weken in beslag kan nemen. Indien gewenst, helpen wij u graag verder om de concrete impact van deze maatregel na te gaan op basis van de precieze fiscale situatie van het eigen vermogen van uw vennootschap en de eventuele kapitaalvermindering te begeleiden.

Lees hier het originele artikel