Architectenvennootschap stelt beroep in tegen veroordeling inzake aansprakelijkheid, maar na haar definitieve vereffening. Cassatie-arrest 7 november 2019 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews

Publicatiedatum: 11/12/2019

Arrest van het hof van beroep te Gent van 23 november 2018

De appelrechter stelt vast dat:

  • de eiseres (een architectenvennootschap) bij verzoekschrift neergelegd op 7 september 2012 ter griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde vrijwillig is tussengekomen in een geding betreffende haar aansprakelijkheid
  • de eiseres op 11 juni 2013 werd ontbonden en in vereffening gesteld met onmiddellijke sluiting van de vereffening
  • bij vonnis van 22 juni 2017 van de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Dendermonde, de eiseres, samen met anderen, veroordeeld werd tot schadevergoeding
  • de eiseres op 23 oktober 2017 tegen dit vonnis hoger beroep heeft ingesteld

De appelrechter oordeelt dat de eiseres zichzelf het instellen van het rechtsmiddel van hoger beroep onmogelijk heeft gemaakt door wetens en willens de vereffening vroegtijdig te sluiten, niettegenstaande zij wist dat haar aansprakelijkheid in het geding was in de lopende procedure.

Het Cassatie-arrest van 7 november 2019

Krachtens artikel 183, § 1, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen, wordt een vennootschap na ontbinding geacht voort te bestaan voor haar vereffening.

De sluiting van de vereffening van een vennootschap overeenkomstig de artikelen 194 en 195 Wetboek van Vennootschappen, maakt in beginsel een einde aan het bestaan en de rechtspersoonlijkheid van deze vennootschap.

De verdwijning van de rechtspersoon is evenwel niet absoluut.

De vereffende vennootschap wordt geacht voort te bestaan om zich te verweren tegen vorderingen die de schuldeisers conform artikel 198, § 1, derde streepje, Wetboek van Vennootschappen tijdig hebben ingesteld tegen de vennootschap, alsook ten aanzien van vorderingen die reeds voor de sluiting van de vereffening tegen de vennootschap werden ingesteld.

Dit passief voortbestaan, dat de bescherming beoogt van de schuldeisers van de vennootschap, laat de vereffende vennootschap ook toe om een rechtsmiddel in te stellen tegen een veroordelende rechterlijke beslissing gewezen na de sluiting van de vereffening in een procedure die nog lopende was ten tijde van de vereffening.

De appelrechter oordeelt dat de eiseres zichzelf het instellen van het rechtsmiddel van hoger beroep onmogelijk heeft gemaakt door wetens en willens de vereffening vroegtijdig te sluiten, niettegenstaande zij wist dat haar aansprakelijkheid in het geding was in de lopende procedure.

Door op die gronden het hoger beroep van de eiseres niet ontvankelijk te verklaren, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Lees hier het Cassatie-arrest van 7 november 2019