Spring naar content

Aansprakelijkheid van bestuurders in het nieuwe vennootschapsrecht (aternio)

Auteur: Eveline Smet (aternio)

Publicatiedatum: 15/05/2019

Over het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna afgekort WVV) is al veel inkt gevloeid. In onze eerdere bijdrage kan u alvast de grootste krachtlijnen nalezen. Het WVV heeft al wat belangrijke nieuwigheden te bieden, niet in het minst de beperkte aansprakelijkheid voor de bestuurders van een vennootschapDe wetgever heeft hiermee duidelijk ingespeeld op de tendens om bestuurders sneller aansprakelijk te stellen voor hun handelingen. De nieuwe regels hebben als doel om het ondernemen terug sexy te maken en om morele gemoedsrust te creëren voor de huidige en toekomstige bestuurders.

Algemene aansprakelijkheid

Het WVV voorziet nu in een algemene aansprakelijkheidsregeling. “Algemeen” aangezien ze geldt voor alle rechtspersonen, ongeacht de concrete vorm. De regeling geldt voor elk lid van een bestuursorgaan, dus ook voor de dagelijks bestuurder en zelfs ook voor feitelijke bestuurders. Feitelijke bestuurders zijn namelijk de personen die de vennootschap werkelijk besturen, ook al zijn ze daartoe niet effectief benoemd (door de algemene vergadering, met een publicatie in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad).

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Alle voornoemde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor fouten begaan in de uitoefening van hun opdracht. Dit betekent dat elk lid persoonlijk aansprakelijk is voor beslissingen of nalatigheden van het bestuur. Het voorgaande geldt ongeacht of het bestuur al dan niet een college vormt. De leden van het bestuursorgaan zijn tegenover de vennootschap én tegenover derden hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die ontstaan is door overtredingen van het WVV of de statuten van de vennootschap. Elke bestuurder kan met andere woorden aangesproken worden om zelf volledig in te staan voor vergoeding van de schade aan de betrokken benadeelde(n).

De hoofdelijke aansprakelijkheid wegens loutere bestuursfouten vormt dus een uitbreiding op de eerdere aansprakelijkheidsregels.

Staan bestuurders nu voor een voldongen feit? Moeten ze zich zomaar neerleggen bij de nieuwe regels en hun hoofdelijke aanspreekbaarheid voor schade gewoon accepteren? Nee! Een bestuurder kan de vermeende fout namelijk melden aan de andere leden van het bestuur (of aan een ander toezichtsorgaan). Enkel in dat geval kan men een bestuurder ontheffen van zijn aansprakelijkheid voor fouten waarin hij/zij geen aantoonbaar deel heeft gehad.

Wettelijke beperkingen van de aansprakelijkheid

Hoofdelijke aansprakelijkheid is heel wat. Op basis van het voorgaande zou u zich kunnen afvragen wat nu nog het nut is van een vennootschap. Terecht … Ware het niet dat het WVV ook voorziet in een uitdrukkelijke beperking van de aansprakelijkheid. De wet voorziet namelijk in een plafonnering van het maximale bedrag waartoe een bestuurder aansprakelijk kan zijn. Deze plafonds zijn afhankelijk van 2 variabelen: het gemiddelde balanstotaal en de gemiddelde omzet (excl. btw) van de laatste 3 boekjaren, voorafgaand aan het instellen van de aansprakelijkheidsvordering.

De reden voor het invoeren van dergelijke beperkingen is dat bestuurders op die manier een redelijke aansprakelijkheidsverzekering kunnen afsluiten.Ook wil men de ongelijkheid wegwerken ten aanzien van managers die als werknemers of via managementvennootschappen van een aansprakelijkheidsbeperking genieten.

Deze aansprakelijkheidsbeperking geldt zowel tegenover de vennootschap zelf als tegenover derden. De beperking geldt bovendien ongeacht de (buiten-)contractuele grondslag van de aansprakelijkheid. De maximale bedragen gelden ook voor alle bedoelde personen samen. Zij gelden per feit of geheel van feiten dat aanleiding kan geven tot aansprakelijkheid, ongeacht het aantal eisers of vorderingen.

Zijn verdere contractuele beperkingen mogelijk?

Het WVV bepaalt bovendien dat het niet mogelijk is om voornoemde aansprakelijkheid verder te beperken dan wat er wettelijk voorzien is. Er wordt geen rekening gehouden met bepalingen in de statuten, een overeenkomst of een eenzijdige wilsuiting waarbij men een bestuurder vooraf exonereert of vrijwaart voor diens aansprakelijkheid. Dit wil zeggen dat men op voorhand geen afstand kan doen van een aansprakelijkheidsvordering ten opzichte van de bestuurder.

Bovendien is het ook verboden om de financiële gevolgen van de bestuurdersaansprakelijkheid door een andere entiteit te laten dragen. Op die manier zou men de persoonlijke aansprakelijkheidsregeling van de bestuurder namelijk makkelijk kunnen uithollen. Derden zoals de moedervennootschappen/controlerende entiteiten of aandeelhouders mogen daarentegen bestuurders wel vrijwaren.

Uitsluitingen

Maar, zoals elke medaille hebben ook deze regels ook een keerzijde. De aansprakelijkheidsbeperking geldt namelijk niet ingeval van:

  • vaak voorkomende lichte fouten;
  • zware fouten;
  • bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden;
  • fouten tegen wettelijke verplichtingen inzake o.a. het geldig inschrijven van aandelen, het volstorten van het kapitaal en de kapitaalsverhoging;
  • de hoofdelijke aansprakelijkheid voor fiscale schulden (onder bepaalde voorwaarden);
  • de hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale zekerheidsbijdragen (onder bepaalde voorwaarden).

Met andere woorden: enkel de toevallige lichte fout kan genieten van de beperking van aansprakelijkheid. De vraag of deze beperkingen niet eerder een lege doos zijn, is hier absoluut op zijn plaats.

Aandachtspunten als bestuurder of aandeelhouder?

Het is nu nog meer aan te raden om op voorhand statuten en managementovereenkomsten grondig na te kijken en desgevallend reeds aan een update te onderwerpen.

Volgende punten verdienen bijzondere aandacht:

  • de opdracht van de bestuurder dient steeds zo duidelijk mogelijk te worden omschreven. De bestuurdersaansprakelijkheid is ten aanzien van de vennootschap namelijk van contractuele aard. Bij voorkeur omschrijft men zowel de opdracht als de definitie van fouten en de daaraan gekoppelde gevolgen best zo duidelijk mogelijk;
  • men kan dan wel niet afwijken van de maxima van de aansprakelijkheidsbeperking, maar verfijning is wel mogelijk (denk aan: bewijsclausules, overmachtsclausules,…);
  • het is ook mogelijk om vast te stellen hoe de hoofdelijke aansprakelijkheid zich tussen de verschillende bestuurders verhoudt.

Lees hier het originele artikel 

Scroll naar boven