Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Zwarte omzet en verbeurdverklaring vermogensvoordeel: moet er rekening gehouden worden met de ‘zwarte kosten’? Cass. 19 mei 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Arresten van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 26 april 2023, 7 februari 2024, 24 april 2024 en 13 november 2024 (eigen selectie)
Het arrest van 13 november 2024 oordeelde dat:
- voor de jaren 2006 en 2007, die als het meest representatief worden beschouwd aangezien vrij volledige cijfers voorhanden zijn, werd berekend dat de T-omzet 4,05 procent, respectievelijk 4,23 procent bedroeg van de totale omzet;
- voor het jaar 2012 werd berekend dat het percentage 4,96 procent bedroeg;
- van deze percentages het laagste werd genomen, met name 4,05 procent, om voor elk betrokken jaar waarvan, gelet op de teruggevonden bestelbonnen en de periode waarvoor uit verklaringen bleek dat ‘T’ werd gebruikt, vaststond dat het T-systeem bestond, namelijk in de periode van 2002 tot en met 2014, het bedrag aan niet-officiële omzet voor de eiseressen IV samen te berekenen;
- dit totaal dan verhoudingsgewijs werd verdeeld over de eiseressen IV pro rata hun aandeel in de officiële omzet voor dat jaar;
- die berekening van de niet-officiële omzet geenszins willekeurig is te noemen, aangezien ze op vaststaande feiten is gesteund;
- die berekening is gebaseerd op documenten aangetroffen op de server van de eisers en aldus op cijfers die door henzelf werden bepaald en gehanteerd;
- daarvan het laagste percentage werd genomen, wat voorzichtig en redelijk is aangezien alle berekende percentages zich tussen de 4 en 5 procent bevonden en wat in het voordeel is van de eisers;
- aangezien de extrapolatie gebeurde aan de hand van het laagste percentage bepaald op grond van de digitale documenten aangetroffen op de server, het document voor 2012 (gevonden bij de huiszoeking) enkel diende als de zoveelste bevestiging dat er binnen de eiseressen IV een circuit bestond van niet-officiële omzet.
Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 42, 3°, en 43bis Strafwetboek: de beslissing waarbij het arrest van 13 november 2024 lastens de eiseressen IV de bijzondere verbeurdverklaring uitspreekt wegens verkregen fiscale vermogensvoordelen uit de telastleggingen F en G, is niet naar recht verantwoord.
Het arrest aanvaardt immers uitdrukkelijk het bestaan van zwarte uitgaven uit de niet-officiële omzet, maar het houdt daarmee geen rekening bij de beoordeling van het verkregen vermogensvoordeel en bepaalt dat voordeel op de volledige niet-officiële omzet. Voor de bepaling van het fiscaal vermogensvoordeel moeten de zwarte kosten daarvan in mindering worden gebracht; minstens is die beslissing gesteund op tegenstrijdige motieven.
De visie van het Hof van Cassatie
Het begrip vermogensvoordeel dat rechtstreeks uit een misdrijf is verkregen in de zin van artikel 42, 3°, Strafwetboek omvat elk voordeel dat voortvloeit uit een misdrijf, zonder dat aftrek moet worden gedaan van de kosten die verbonden zijn aan het plegen van het misdrijf.
In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen











