Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Cryptomunten en de fiscaliteit
Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)
Webinar op donderdag 28 januari 2027
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Successieplanning anno 2027
Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)
Webinar op donderdag 4 maart 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Vruchtgebruik: lagere waardering in dading na overlijden heeft geen invloed op erfbelasting (Recht op zaterdag)
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Gent (16 juni 2025), gepubliceerd op Vlabel
De feiten
Op 7 juli 2021 overlijdt erflater. Hij laat een echtgenote na, belastingplichtige in het geschil, en vier kinderen, waarvan twee uit een vorige huwelijk en twee uit zijn huwelijk met belastingplichtige.
Er werd geen testament opgemaakt, dus erfde belastingplichtige ingevolge de wettelijke devolutie het vruchtgebruik op de nalatenschap. De kinderen erfden de blote eigendom, elk voor een vierde.
Er werd een gezamenlijke aangifte van nalatenschap ingediend.
Op het aanslagbiljet wordt het vruchtgebruik gewaardeerd rekening houdend met de leeftijd van belastingplichtige (ze was 59 jaar op datum van overlijden- coëfficiënt 11 werd gehanteerd).
Bij de berekening heeft de Vlaamse Belastingdienst het vruchtgebruik van de onroerende en roerende goederen berekend op 44% van de waarde van de goederen in de nalatenschap, overeenkomstig artikel 2.7.3.3.2, 5° en 6° VCF.
Op 19 maart 2022 wordt het vruchtgebruik van belastingplichtige omgezet.
Overeenkomstig een dading gesloten tussen de kinderen en belastingplichtige werd het vruchtgebruik gewaardeerd op 24% (dit cijfer is gebaseerd op de burgerrechtelijke fictie van de instantveroudering (de langstlevende echtgenote wordt dan geacht 20 jaar ouder te zijn dan de oudste afstammeling uit een vorige relatie)).
Belastingplichtige dient op 17 juni 2022 alleen een nieuwe aangifte in en stelt dat bij omzetting van het vruchtgebruik voor de roerende goederen het percentage van 24% overeen is gekomen en dus in plaats komt van de door de Vlaamse Belastingdienst gehanteerde 44%.
De Vlaamse Belastingdienst wijkt niet af van de fiscale waardering waarop belastingplichtige een verzoekschrift indient bij de rechtbank.
De visie van de rechtbank
De rechtbank merkt op dat de belastbare waarde van de activa in de nalatenschap wordt bepaald in functie van de verkoopwaarde op de dag van het overlijden.
De rechtbank stelt vast dat het vruchtgebruik door de Vlaamse Belastingdienst werd gewaardeerd op 44% van de waarde van de volle eigendom (met name 4% x 11, overeenkomstig art. 2.7.3.3.2, 5° VCF, gezien eiseres 59 jaar oud was ten tijde van het overlijden).
Op vraag van de kinderen uit het eerste huwelijk van de erflater blijkt het vruchtgebruik op de roerende goederen in de nalatenschap omgezet te zijn geweest bij dadingsovereenkomst van 19 maart 2022. In dit verband werd blijkbaar toepassing te zijn gemaakt van art. 745quinquies, §3 oud burgerlijk wetboek thans artikel 4.64, §2 BW.
De rechtbank stelt verder vast, samen met de Vlaamse Belastingdienst, dat de vraag tot omzetting niet werd voorgelegd aan de familierechtbank middels verzoekschrift, zoals bepaald in art. 4.63, §1 BW.
De rechtbank is van oordeel dat de waardering zoals voortvloeiend uit de dadingsovereenkomst (waarbij eveneens toepassing werd gemaakt van artikel 4.64, §2 BW), dus louter een gevolg is van de tussen partijen afgesloten overeenkomst. Zij werd niet opgelegd door een rechtbank.
Volgens de rechtbank heeft de Vlaamse Belastingdienst terecht een leeftijdscoëfficiënt van 11 gehanteerd, overeenkomstig artikel 2.7.3.3.2 VCF, en geen coëfficiënt van 6, wat in het voorliggende geschil geen aanleiding zou geven tot een correcte waardering van de goederen op datum van overlijden.
De rechtbank besluit dat de burgerrechtelijke regel geen uitstaans heeft met de waardering van de activa in een nalatenschap en er niet toe kan leiden dat een lagere waarde wordt toegekend aan het vruchtgebruik in het kader van de nalatenschap.
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen












