Voorlopig bewind en conventionele terugkeer in een schenkingsakte (aternio)

Auteur: Eveline Smet (aternio)

Schenkingen zijn en blijven een populaire planningstechniek. Maar aangezien we niet weten wat de toekomst brengt, zijn we maar beter zo goed mogelijk op alles voorbereid. In deze bijdrage gaan we specifiek in op de situatie waarin een persoon een schenking met modaliteiten heeft uitgevoerd en daarna onder voorlopig bewind werd geplaatst. Wat als die persoon later op één of meerdere van die modaliteiten wenst terug te komen? Hoe verhoudt dit zich tot het voorlopig bewind? Het is een puzzel die we stukje voor stukje gaan leggen, met behulp van uitspraken van het vredegerecht van Antwerpen op respectievelijk 21 augustus 2019 en 20 december 2019.

Puzzelstukje 1: schenking = rechtshandeling

Een schenking is, uiteraard, een rechtshandeling. Voor de rechtsgeldige totstandkoming van dergelijke rechtshandelingen, legt ons Burgerlijk Wetboek (BW) een aantal voorwaarden op. Zo zal de schenker in kwestie hiertoe in eerste instantie bekwaam moeten zijn. Bovendien is ook de toestemming belangrijk. Tenslotte moet de schenking een geoorloofd voorwerp en oorzaak hebben.

Laat ons in het summiere bestek van dit artikel, even focussen op die bekwaamheid. Want, bekwaamheid op het moment van het verrichten van de schenking is één zaak, maar speelt die bekwaamheid ook nog op andere momenten een belangrijke rol? U kan het antwoord ongetwijfeld al raden. Maar daarover later meer.

Puzzelstukje 2: voorlopig bewind

Het voorlopig bewind is een beschermingsmechanisme voor iemand die, zij het tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, niet in staat is om diens eigen goederen te beheren. Het toevoegen van een voorlopig bewindvoerder aan de te beschermen persoon, gebeurt door de bevoegde vrederechter. Het is ook de vrederechter die bepaalt wat de inhoud van het bewind is en wat de taken van de voorlopig bewindvoerder zijn. In bepaalde gevallen zal ook de bewindvoerder moeten verzoeken om een bijzondere machtiging van de vrederechter. Al deze zaken worden uitvoerig geregeld in het BW.

Puzzelstukje 3: modaliteiten bij een schenking

De schenker kan aan diens schenking eveneens modaliteiten koppelen. Enkele bekende modaliteiten zijn het zich voorbehouden van het vruchtgebruik, het beding dat de geschonken goederen eigen moeten blijven, het verbod tot inbreng in een gemeenschap, de restschenking, … maar ook het conventioneel beding van terugkeer.

Het conventioneel beding van terugkeer is wettelijk verankerd in het BW. Als er zich bepaalde voorwaarden voltrekken, treedt het beding in werking. Daardoor keren de geschonken goederen terug naar het vermogen van de schenker. De schenking wordt, met andere woorden, ontbonden en de rechten van de begiftigde vervallen met terugwerkende kracht. Het is dus alsof de schenking nooit heeft plaatsgevonden.

Het is over deze modaliteit, in het kader van een voorlopig bewind, dat het vredegerecht van Antwerpen zich op de hoger genoemde data heeft uitgesproken.

We leggen de puzzel

In het voorliggende geval had er een schenking van een onroerend goed plaatsgevonden. Bij de schenking had de schenker zich het genot en gebruik voorbehouden tot op het moment van diens overlijden of tot het moment dat de schenker zich elders zou domiciliëren. Bovendien was in de akte een conventioneel beding van terugkeer opgenomen. Het onroerend goed zou terugkeren naar de schenker indien de begiftigde en al diens afstammelingen (if any) zouden overlijden voor de schenker.

De schenker heeft ondertussen domicilie genomen in een woonzorgcentrum en het onroerend goed staat leeg. De begiftigde werd aangesteld als voorlopig bewindvoerder, over de schenker.

Op een gegeven moment wenst de begiftigde over te gaan tot verkoop van het onroerend goed. Echter, iemand kan niet meer rechten overdragen dan die deze zelf heeft, dus de verkoop moet inclusief het beding van terugkeer gebeuren. Dit maakt het onroerend goed in feite quasi onverkoopbaar: want wie wil een woning kopen, met het risico om het ooit “zomaar” te moeten teruggeven? De vraag wordt dus gesteld om afstand te doen van het conventionele beding van terugkeer.

Hoe kwalificeert dergelijke verzaking of afstand?

Dergelijke afstand komt in feite neer op een schenking van degene in wiens voordeel het beding was opgenomen. Dit is dus, opnieuw, de oorspronkelijke schenker. Namelijk: door de afstand van het beding verliest het vermogen van de schenker de kans om ooit het betreffende goed in volle eigendom terug te krijgen. De beweegreden om afstand te doen van het beding, gebeurt uit vrijgevigheid (de zogenaamde animus donandi). Vandaar dus de conclusie: het is een schenking.

Hoe valt die verzaking of afstand te rijmen met het voorlopig bewind?

Hierdoor rijst de vraag of iemand die onder voorlopig bewind is geplaatst dergelijke afstand nog kan doen? Als het antwoord daarbij negatief is, is de volgende vraag of de voorlopig bewindvoerder dat in de plaats van de schenker kan doen (rekening houdend met het gegeven dat de bewindvoerder tevens de begiftigde is).

Actueel voorzien de regels inzake bewind dat de schenking moet gebeuren door de schenker, persoonlijk. Die zou daartoe een verzoekschrift moeten ondertekenen en neerleggen bij de bevoegde vrederechter. Die laatste zal dan onderzoeken of de schenker bekwaam genoeg is om de schenking te kunnen uitvoeren. Het is dus niet mogelijk dat de voorlopig bewindvoerder de schenker daarin vertegenwoordigt.

Conclusie

Het al dan niet wilsbekwaam zijn blijft dus een belangrijk element, niet enkel bij het verrichten van de oorspronkelijke schenking, maar ook als er later nog wijzigingen aan die oorspronkelijke planning zouden moeten gebeuren.

Aan deze problematiek had men kunnen ontsnappen door een bijkomende modaliteit inzake zaakvervanging in de schenking op te nemen. Daardoor zou men het onroerend goed wel kunnen vervreemden! Het conventioneel beding van terugkeer zal dan namelijk betrekking hebben op de in de plaats gekomen koopsom. Naderhand een notariële overeenkomst tot zaakvervanging afsluiten kan ook, maar daarvoor is de tussenkomst van de vrederechter én een bewindvoerder ad hoc vereist.

Bron: aternio