Successieplanning anno 2026

Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 26 maart 2026


Onderhoudsuitkeringen:
de impact van de ingrijpende fiscale wijzigingen

Mr. Steven Brouwers, advocaat-bemiddelaar

Webinar op vrijdag 3 juli 2026


Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?

Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026


De nieuwe wet inzake meerwaardebelasting: impact op vermogensplanning

Prof. Jos Ruysseveldt

Webinar op donderdag 23 april 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Alternatieve financieringsvormen
voor ondernemingen:
een waaier aan mogelijkheden

Mr. Dirk Van Gerven, mr. Ivan Peeters en mr. Ken Lioen

(NautaDutilh)

Webinar op dinsdag 19 mei 2026

Vlaamse schenk- en erfbelasting in de actualiteit (ECGB Advocaten)

Auteur: Nicolas Geelhand de Merxem (ECGB Advocaten)

1.

Op 10 juli 2025 verschenen 3 krantenartikels over Vlaamse schenk- en erfbelasting.

De titel van het eerste bericht, afkomstig van Belga, luidde in De Standaard als volgt: “Kwart meer registraties van roerende schenkingen in Vlaanderen”.

Volgens dit bericht hebben de notarissen in de eerste jaarhelft van 2025 6.108 roerende schenkingen “geregistreerd”, een toename met 25,3 procent in vergelijking met de eerste zes maanden van 2024. De groei zou minstens deels een gevolg zijn van de verlenging van de “verdachte periode” van 3 tot 5 jaar voor niet-geregistreerde “onderhandse” schenkingen te rekenen vanaf 1 januari 2025.

Bedoeld worden wellicht de “Belgische notariële schenkingen van roerende goederen”. Dat geeft echter geen volledig beeld van de “geregistreerde roerende schenkingen”. Daarnaast kan de “pacte adjoint” van een hand- of bankgift immers ook door de partijen zelf ter registratie worden aangeboden. Een notaris komt daar niet noodzakelijk aan te pas. Die cijfers zouden bij Vlabel kunnen bekomen worden. Ten slotte zijn er ook de schenkingen van roerende goederen verleden voor buitenlandse notarissen die sinds 15 december 2020 in België moeten geregistreerd worden, indien ze door een Belgische rijksinwoner worden gedaan. Ook daarbij komt niet noodzakelijk een Belgische notaris aan te pas. Die cijfers zouden ook bij Vlabel kunnen bekomen worden. De laatste twee cijfers ontbreken dus om een volledig beeld te hebben van de “geregistreerde” schenkingen van roerende goederen.
En dan zijn er nog de (oorspronkelijk) “niet geregistreerde schenkingen van roerende goederen” die achteraf, vaak in extremis, worden geregistreerd.

Wellicht is het juist dat, nu de “verdachte periode” van art. 2.7.1.0.5 VCF verlengd is van 3 tot 5 jaar, de aspirant-schenkers het veiliger vinden om meteen 3% of 7% te betalen in plaats van het risico te lopen om veel hogere erfbelasting te moeten betalen ingeval van plots overlijden binnen de verlengde “verdachte periode”. Dit is goed nieuws voor het Vlaams Gewest dat meer inkomsten uit schenkbelasting zal innen. Dat was in werkelijkheid de bedoeling van de maatregel. Maar men moet ook rekening houden met het feit dat hoe minder risico’s door de aspirant-schenkers zullen genomen worden, hoe minder toepassing zal kunnen gemaakt worden van art. 2.7.1.0.5 VCF. Met andere woorden, er zal meer belast worden aan het laag en vlak tarief (3% of 7%) in de schenkbelasting, maar er zal minder belast worden aan de hogere tarieven in de erfbelasting. Het zijn enigszins communicerende vaten. Binnen enkele jaren zal het mogelijk zijn het ene tegen het andere af te wegen en de vergelijking te maken met het verleden.

Tenslotte is het ook juist dat een Belgische notariële schenkingsakte ook op civielrechtelijk vlak voordelen biedt. Het belangrijkste voordeel is dat er aan de schenking tal van al dan niet complexe modaliteiten kunnen gekoppeld worden zoals termijnen, voorwaarden, lasten, een voorbehoud van vruchtgebruik, een fideicommissum de residuo, enz. Sinds 2004 zijn deze modaliteiten fors uitgebouwd en verfijnd, zodat elke schenking op maat van de (wensen van de) betrokken partijen kan opgemaakt worden. Dit geldt niet alleen voor de vermogende particulieren, maar ook voor de modale belastingplichtige. Zo moet er steeds worden nagedacht over het inlassen van een (retroactief werkend) beding van terugkeer ingeval van vooroverlijden van de begiftigde, over de kwalificatie “binnen of buiten paart”, over zaakvervanging, over de verplichting van de begiftigde om in te staan voor de medische kosten van de schenker indien diens inkomsten niet zouden volstaan, over de instemming van de echtgenoot van de schenker, en last but not least, over de juiste procedure voor het doorvoeren van een hand- of bankgift en het bewijs ervan, enz. Fouten dienaangaande leiden onvermijdelijk tot problemen op civielrechtelijk en/of fiscaal vlak. De notaris is ook de geknipte persoon om samen met de aspirant-schenker na te gaan of de voorgenomen schenking wel een goed idee is. Veel mensen denken (beïnvloed door de niet-gespecialiseerde pers) dat zij moeten schenken om erfbelasting te vermijden. Maar vaak is dat niet of nauwelijks nodig (zeker indien de plannen van de Vlaamse regering inzake de verlaging van de erfbelasting voor kleine en middelgrote vermogens worden doorgezet). Een notaris kan zeer snel de berekening maken van de verschuldigde erfbelasting wanneer er niet geschonken wordt en/of wanneer er een slim testament wordt gemaakt.

Het zou, om al deze redenen, opportuun zijn bij schenkingen (boven een bepaald bedrag of desgevallend met vrijstelling van schenkbelasting) het verlijden van een Belgische notariële akte te verplichten. Daardoor zal het (civielrechtelijk en/of fiscaal) contentieux inzake hand- en bankgiften verminderen en zullen de rechtbanken ontlast worden. Daarnaast zullen deze schenkingen ook makkelijk kunnen teruggevonden worden bij de vereffening-verdeling van de nalatenschap van de schenker, ongeacht de datum ervan. Voorwaarde van het invoeren van deze verplichting is dan wel dat de notarissen zich zouden toeleggen op het maken van schenkingsakten op maat en op de advisering dienaangaande.

2.

De Vlaamse regering heeft vrij snel na haar totstandkoming de invoering van lagere erfbelasting voor kleine en middelgrote vermogens vooropgesteld. In tegenstelling tot de verlenging van de “verdachte periode” voor niet-geregistreerde schenkingen (vooral hand- en bankgiften), zou deze nieuwe regeling niet ingaan op 1 januari 2025, maar op 1 januari 2026. Bovendien zou er nog geen akkoord zijn binnen de regering over de details van deze principiële verlaging.

Mede gelet op de verslechterde budgettaire toestand in Vlaanderen sinds de vorming van de Vlaamse regering, rees bovendien recent de vraag of het wel een goed idee is de erfbelasting te verlagen. Vooral de partij Vooruit meende dat de regeling sterker zou moeten worden toegespitst op de laagste erfenissen.

Aanvankelijk was het de bedoeling van de Vlaamse minister van Financiën, Ben Weyts, om de regeling klaar te hebben rond de Vlaamse feestdag op 11 juli 2025 zodat ze op 1 januari 2026 in werking zou kunnen treden. Omdat de vooropgezette regeling echter een grote uitgavepost in de Vlaamse begroting zou uitmaken, wil de minister de beslissing pas nemen in het kader van de begrotingsopmaak in september. Maar volgens de minister hoeft het uitstel van deze beslissing niet te betekenen dat de vooropgestelde timing voor de invoering niet zal worden gehaald, zoals door sommigen wordt gevreesd (o.a. omdat de notarissen niet tijdig zouden kunnen ingelicht worden).

Over het toespitsen op de laagste erfenissen is onlangs een opinie in De Tijd verschenen. De reeds bekendgemaakte cijfers van de voorgenomen regeling (die overigens nog niet afgeklopt zijn binnen de regering), hebben tot gevolg dat de verkrijgers van kleine en middelgrote erfenissen (in rechte lijn) nauwelijks of geen erfbelasting zullen moeten betalen. Daarentegen is het voordeel van de nieuwe regeling zeer beperkt voor de grotere erfenissen. Het voordeel is beperkt doordat er een klein voordeel is in de laagste schijf tot 250.000 euro. Boven 250.000 euro per erfgenaam (en per massa roerende en onroerende goederen) geldt nog steeds het toptarief van 27%. Zeggen dat, na de invoering van de nieuwe tariefregeling in de erfbelasting, de sterkste schouders de zwaarste lasten niet zouden dragen, is derhalve onjuist.

Zoals gezegd moeten de cijfers nog afgeklopt worden. Dat betekent dat er nog wat zal gediscussieerd worden in de schoot van de regering. Maar het is belangrijk dat de voorgenomen verlaging van de erfbelasting er zou komen. Immers, die verlaging van de erfbelasting is de tegenhanger van de “verhoging van de schenkbelasting” doordat de risicotermijn van 3 jaar verlengd werd tot 5 jaar. Deze verlenging houdt een belastingverhoging in die door de verlaging van de erfbelasting zou gecompenseerd worden. Overigens gold die belastingverhoging niet alleen voor de kleine en middelgrote vermogens, maar ook voor de grote vermogens.

Dat de actoren op het veld, o.a. de notarissen, tijdig moeten ingelicht worden, is vanzelfsprekend. De regeling moet definitief zijn vóór 1 januari 2026 en ook vóór die datum in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd worden. Het ziet er naar uit dat de nieuwe regeling van toepassing zal zijn op alle nalatenschappen die zullen openvallen te rekenen vanaf 1 januari 2026. Op die nalatenschappen zullen de notarissen de nieuwe tarieven moeten toepassen. Dat lijkt mij niet onoverkomelijk, te meer omdat een aangifte van nalatenschap pas binnen de 4 maanden moet ingediend worden en omdat de rechten pas binnen de 2 maanden na het ontvangen van het aanslagbiljet moeten betaald worden. Maar er is meer. Deze nieuwe tarieven moeten ook meegenomen worden bij de toekomstige fiscale successieplanningen. Vlaamse rijksinwoners zullen hun planning kunnen aanpassen of een planning kunnen uitwerken, rekening houdend met de nieuwe tarieven, voor het geval zij na 31 december 2025 zouden komen te overlijden. Dat neemt iets meer tijd in beslag, zeker wanneer er sprake is van een in extremis situatie. Ook bij een post-mortem-successieplanning bij overlijdens te rekenen vanaf 1 januari 2026 zullen de nieuwe tarieven op een gunstige wijze kunnen worden toegepast, b.v. bij de uitvoering van een keuzebeding bij de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel. Kortom, er zal, te rekenen vanaf de bekendmaking van de definitieve regeling, heel wat (cijfer)werk aan de winkel zijn.

3.

In Het Laatste Nieuws van 10 juli 2025, gebaseerd op een bericht van Belga en op een parlementaire vraag, werd andermaal ongenuanceerd verslag uitgebracht over de problematiek van de gunstregeling voor de schenking/vererving van aandelen van familiale vennootschappen in Vlaanderen. De titel luidt als volgt: “Discussie erfbelasting laait op: “730 families schonken (in 2023 – NG) 6,72 miljard euro zonder belastingen te betalen””. In de tekst wordt gesuggereerd dat de modale Vlaamse belastingplichtige op de vererving van een onroerend goed tussen 3 en 27% erfbelasting betaalt, maar dat de vermogende particulier zijn onroerende goederen in een vennootschap inbrengt en vervolgens de aandelen van die vennootschap aan 0% schenkt. Rijke families zouden gretig gebruik maken van deze “truuk”. Dat achterpoortje zou volgens Vooruit gesloten moeten worden, zeker nu Vlaanderen orde op zaken moet stellen in de begroting.

De waarheid is dat de regeling inzake het gunsttarief voor de schenking/vererving van aandelen van familiale vennootschappen, die ingevoerd werd te rekenen vanaf 1 januari 2012, lange tijd zeer streng werd toegepast door de Vlaamse Belastingadministratie (Vlabel). Zodra de betrokken vennootschap ook maar het minste onroerend goed bezat dat niet daadwerkelijk bestemd was voor haar economische activiteit, werd de gunstregeling door Vlabel geweigerd en golden de gewone tarieven, zowel in de schenkbelasting (3% of 7%) als in de erfbelasting (3% tot 27%). Om te kunnen genieten van deze gunstregeling diende dit “privé onroerend goed” uit de vennootschap gehaald te worden, waartoe dan ook vaak werd overgegaan. Zo werd bv. de gunstregeling voor de aandelen van een vennootschap met een zeer groot landbouwbedrijf en met een gezinswoning voor de bestuurder-landbouwer geweigerd omdat ze een “privé-onroerend goed” bevatte. Omdat dit niet de bedoeling was van de Vlaamse decreetgever in 2012, werd daar, na enige tijd, tegen gereageerd. Maar het is pas met een arrest van het Grondwettelijk Hof van 23 maart 2023 dat de rechtspraak definitief in die zin werd gevestigd dat het hebben van een “privé onroerend goed” voor een familiale vennootschap met een werkelijke economische activiteit geen beletsel meer was om de gunstregeling te kunnen toepassen. Dat heeft echter niet geleid tot het massaal inbrengen van “privé onroerende goederen” in de familiale vennootschappen. Immers, het Grondwettelijk Hof wees in het voormelde arrest (B.9.3) op het bestaan van de anti-misbruik bepaling (art. 3.17.0.0.2 VCF) en verklaarde: “op grond van die bepaling kan de administratie de vererving van aandelen in een familiale vennootschap belasten tegen het normale tarief in de mate waarin die vennootschap onroerende goederen bevat die geen verband houden met haar reële economische activiteit, indien zij kan aantonen dat bepaalde inbrengen in de vennootschap fiscaal misbruik uitmaken”.

Kortom, suggereren dat eigenaars van vennootschappen met een reële economische activiteit in 2023 (en voordien) massaal hun “privé-onroerende goederen” in deze vennootschappen zouden hebben ingebracht om deze te kunnen laten overgaan aan 0% schenkbelasting of aan 3% of 7% erfbelasting, is in strijd met de waarheid en misleidend.

Er is nog iets. Binnenkort zal de Vlaamse erfbelasting voor kleine en middelgrote vermogens verlaagd worden. In een recent opiniestuk in De Tijd werd cijfermatig uiteengezet dat de modale Vlaming, die slechts één onroerend goed bezit, met name de gezinswoning, dit onroerend goed aan zijn kinderen zal kunnen laten vererven aan minder dan 1% erfbelasting. Suggereren dat de kinderen van de modale Vlaming die het huis van hun ouders erven, tussen 3% en 27% erfbelasting zouden moeten betalen, zal binnenkort ook niet meer juist zijn.

Iets helemaal anders is de vraag of de huidige gunstregeling niet moet bijgeschaafd worden. Dat is mogelijk maar dat moet het voorwerp uitmaken van een sereen debat, desgevallend met experts en op basis van reële cijfers en andere feiten, en zonder populistische uitspraken in de pers. Gunstregelingen voor vennootschappen met een reële economische activiteit zijn onmisbaar in de moderne economie. Ook in onze buurlanden bestaat een gunstregeling voor vennootschappen met een reële economische activiteit. Het doel is telkens het beletten dat bij het overlijden van de hoofdaandeelhouder de hoge erfbelasting (27%) niet zou kunnen betaald worden bij gebrek aan liquiditeiten. Dat is immers nefast voor de economie en voor de tewerkstelling. Familiale vennootschappen zijn één van de grootste Vlaamse werkgevers. Ook de modale Vlaming, die zoals gezegd binnenkort geen erfbelasting betaalt, vaart daar goed bij. Het kind mag niet met het badwater weggegooid worden.

4.

In Het Laatste Nieuws van 4 augustus 2025 werd de schrijnende toestand van kinderloze singles in de Vlaamse erfbelasting aangeklaagd onder de titel: “nabestaanden kinderloze singles ook pineut bij nieuwe regeling”.

Wanneer kinderloze singles een (deel van hun) vermogen aan hun neven en nichten of aan derden bij testament willen nalaten, valt deze verkrijging onder het tarief “alle anderen” of “derden”. Dit betekent dat het tarief tussen 25% en 55% schommelt. Het toptarief van 55% is reeds van toepassing zodra de gecumuleerde waarde van alle verkrijgingen in hoofde van derden het bedrag van 75.000 euro overschrijdt. Dit is de zogenaamde “globalisatie”. De enige magere temperingen zijn de “verminderingen” enerzijds en de zogenaamde “vriendenerfenis” anderzijds. Die laatste maatregel biedt de mogelijkheid om een maximum bedrag van 15.000 euro te legateren aan één of meerdere “derden” aan het lage en vlakke tarief van 3%.

De Vlaamse regering was van plan om ingrijpende wijzigingen aan te brengen aan de erfbelasting en dit te rekenen vanaf 1 januari 2026. In het Regeerakkoord 2024-29 van 30 september 2024 staat dat de regering daarbij ook specifieke aandacht heeft voor de situatie waarbij een overledene niemand nalaat of kan begiftigen in rechte lijn. Dienaangaande werden blijkbaar afspraken gemaakt binnen de regering. In De Tijd van 19 oktober 2024 werd één en ander gelekt. Er zou een speciale regeling komen voor wie geen kinderen of partner heeft, maar erg concreet zou die piste nog niet zijn. Er zou een systeem komen “waarbij de erflater één of meer personen met wij hij een affectieve band had iets kan nalaten dat belast wordt op een wijze die dichter aansluit bij het fiscale regime voor wie erft in rechte lijn”. Wel kon men lezen dat het toptarief van 55% pas van toepassing zou zijn vanaf een (gecumuleerde) waarde van 150.000 euro. Sindsdien is het stil. Wel werden er vraagtekens geplaatst bij de voorgenomen hervorming in het algemeen, omdat ondertussen de Vlaamse begroting slechter is uitgevallen dan voorspeld (De Tijd 16 mei 2025). De discussie over de hervorming werd uitgesteld tot september 2025, om in het kader van de begrotingsopmaak gevoerd te worden, maar dat zou de inwerkingtreding van de hervorming op 1 januari 2026 niet in het gedrang brengen.

Volgens Ive Rosseel van het ACV maakt de erfbelasting geheven bij broers en zussen en alle anderen ongeveer de helft van de totale ontvangsten uit erfbelasting uit, hoewel er veel meer nalatenschappen in rechte lijn en tussen partners zijn. Volgens deze fiscalist zou het tarief van 3% in het raam van de “vriendenerfenis” in de toekomst van toepassing zijn op een maximum bedrag van 50.000 euro (i.p.v. 15.000 euro). Deze maatregel en het optrekken van de eerste schijf tot 150.000 euro zouden echter geen (substantiële) zoden aan de dijk brengen. De druk van de familie om te schenken (aan de (veel) lagere tarieven en zonder “globalisatie”) die de kinderloze ooms en tantes thans ervaren, zou dus ook in de toekomst aanhouden. Omdat deze schenkingen onherroepelijk zijn, bestaat de kans dat die ooms en tantes bij hun neven en nichten zullen moeten gaan bedelen om geld indien zij na het doen van de schenking in financiële nood verkeren. Dat is het laatste wat zij willen.

Een eerste bedenking is dat de Vlaamse regering zichzelf in een onaangename positie heeft gemaneuvreerd en zichzelf in de voet heeft geschoten. In juli 2021 besliste zij om het zogenaamde testamentair “duo-legaat” te belasten. Door deze techniek kon de belastingdruk fors verminderd worden zonder te moeten schenken. In plaats van die techniek te belasten had men er beter aan gedaan bepaalde minima voor de verkrijging door de goede doelen op te leggen. Van “misbruik” van goede doelen zou er dan geen sprake meer zijn en het tarief in hoofde van “derden” zou toch nog substantieel verlaagd kunnen worden. In plaats van het zoeken naar een juist evenwicht tussen de verschillende belangen, heeft men een disproportionele maatregel genomen. De hoop dat men deze belastende maatregel zou terugdraaien, zelfs indien bewezen zou worden dat de goede doelen sindsdien minder inkomsten uit nalatenschappen genieten, is, helaas, niet realistisch.

Een tweede bedenking is dat een schenking (dus bij leven) door een oom en een tante zonder kinderen weliswaar ingrijpend is, maar ook wel kan gemodaliseerd worden. Er kan een voorbehoud van vruchtgebruik bedongen worden, er kan een (hoge) optionele lijfrente opgelegd worden, er kan een clausule bedongen worden waardoor medische kosten (in de ruime zin van het woord) ten laste van de begiftigden komen wanneer de inkomsten en het kapitaal van de schenker niet toereikend zouden zijn, enz. Er kan zelfs bedongen worden dat de schenking retroactief ontbonden wordt wanneer de schenker na x jaar te rekenen vanaf de schenking nog in leven is (“boomerang-schenking”). Daardoor wordt de schenking herroepelijk en kan er na x jaar opnieuw een gelijkaardige schenking worden gedaan die niet of nauwelijks (opnieuw) belast wordt (“non bis in idem”-principe). Het gezegde “gegeven is gegeven” moet dus enigszins gerelativeerd worden. Het is ook mogelijk de schenking uit te stellen tot kort vóór het overlijden en dus in extremis te schenken. Bij niet plots overlijden kan dit door de schenker zelf of, als hij niet meer wilsbekwaam is, door een volmachthebber op grond van een zorgvolmacht. Enkel bij plots overlijden zal de hogere erfbelasting verschuldigd zijn.

Men kan dit “kunstgrepen” noemen, maar in werkelijkheid zijn deze maatregelen erg eenvoudig en zouden ze door alle notarissen (moeten) kunnen geadviseerd worden aan hun cliënten, ook aan “Jan modaal”.

Kortom, er zijn heel wat technieken om een schenking aantrekkelijk te maken voor suikerooms en suikertantes. Uit de praktijk blijkt dat het dikwijls vooral een psychologisch probleem is: de angst om niet rond te komen na de schenking. Die angst kan moeilijk weggenomen worden, ook al bestaan er technieken die die angst objectief gezien onnodig maken Maar het probleem stelt zich vaak wanneer de ooms en tantes op leeftijd zijn en minder vatbaar zijn voor technieken die voor hen ingewikkeld lijken.

Er zijn ook andere “angsten” zoals het liever niet bij leven willen melden aan wie men schenkt en aan wie niet, de wens om op de aanduiding van de begunstigden terug te kunnen komen, de vrees voor ruzie met of de controle door de begiftigden bij leven, enz. Er is ook nog het probleem van de vraag of de schenking per hoofd of per staak moet gebeuren…

Nochtans dienen deze technieken door de adviseur steeds voorgelegd te worden omdat zij een juist evenwicht kunnen verwezenlijken tussen het belang van de schenker om zijn levensstandaard maximaal te behouden, wat er ook moge gebeuren, en het belang van de neven en nichten om niet aan het toptarief van 55% te worden belast en de halvering van het (familie)vermogen niet te moeten ondergaan.

De boosdoener is overigens niet alleen het hoge tarief voor “derden” in de erfbelasting, maar ook en vooral de “globalisatie”. Zonder globalisatie wordt elke neef/nicht enkel op zijn/haar legaat belast en kan elk van hen genieten van de laagste tarieven, met name 25%. Dit zou reeds een heel verschil maken. Men begrijpt overigens niet waarom er geen globalisatie is wanneer de ouder van de neven en nichten (broer of zus van de oom of tante) nog in leven is, en er wel globalisatie is wanneer die ouder vooroverleden is. Of anders gezegd, waarom is er geen substitutie in de erfbelasting (in de zijlijn) zoals in het burgerlijk recht? Een discrepantie tussen het burgerlijk recht en het fiscaal recht is nooit een goede zaak. Het afschaffen van de globalisatie zou de fiscale druk aanzienlijk verlagen, zelfs indien het tarief voor “derden” niet zou worden gewijzigd.

Maar gelet op de kans dat de Vlaamse begroting geen aanzienlijke verlaging van de tarieven in de erfbelasting (of afschaffing van de globalisatie) zal toelaten, zullen adviseurs in de toekomst nog meer werk moeten maken van gemodaliseerde schenkingen.

Het is ook mogelijk het probleem in een vroeger stadium aan te pakken. Wanneer ouders vermogen aan hun kinderen schenken of legateren, kunnen zij bepalen dat, indien een kind kinderloos zou komen te overlijden, aan de gift een fideicommis de residuo wordt gekoppeld in het voordeel van (de kinderen van) de andere kinderen. Zodoende wordt het tarief in de zijlijn vermeden en hoeft de suikertante en suikeroom zelf geen successieplanning meer door te voeren om te ontsnappen aan de hoogste tarieven. De druk valt dan weg. Er moet wel een boekhouding bijgehouden worden (“traceerbaarheid”). Dat is dan de prijs die moet betaald worden.

Voor “Jan modaal” lijkt dit op het eerste gezicht “overkill”, maar dat is niet altijd zo. Stel een grootouder heeft drie kinderen, van wie één kinderloos is en zal blijven. Het kinderloze kind bekomt een onroerend goed bij schenking of uit de erfenis om zich erin te huisvesten. Bij overlijden van het kinderloze kind gaat het onroerend goed aan het tarief in rechte lijn naar zijn broers en zussen en/of naar hun kinderen.

Bron: ECGB Advocaten

» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen

Boeken in de kijker: