Veranderingen in het vooruitzicht voor de Belgische eigenaars natuurlijke personen van woningen in Frankrijk die niet verhuurd worden? (Tiberghien)

Auteurs: Emilie Van GoidsenhovenBernard Peeters en Amandine Baltus (Tiberghien)

Tot op heden en tot de inwerkingtreding van het nieuwe Frans-Belgisch verdrag, zijn inkomsten van (tweede) woningen in Frankrijk aangehouden door Belgische inwoners natuurlijke personen exclusief belastbaar in Frankrijk en worden deze vrijgesteld in België. België kan echter rekening houden met deze inkomsten voor de berekening van het belastingtarief toepasselijk op het geheel van de belastbare inkomsten in België (het zogenaamde progressievoorbehoud), maar deze inkomsten worden niet daadwerkelijk belast in België.

Voortaan en vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag, zouden de inkomsten van deze Franse woningen mogelijks belastbaar zijn in België. Het nieuwe verdrag stelt namelijk nog steeds dat de Franse onroerende inkomsten in Frankrijk belastbaar zijn, doch de vrijstelling door België van deze inkomsten vereist een effectieve taxatie in Frankrijk (voor natuurlijke personen). Indien de onroerende inkomsten niet effectief belast zijn in Frankrijk, zou België deze inkomsten derhalve mogen belasten. Indien het goed niet verhuurd wordt, belast Frankrijk echter deze inkomsten niet in de inkomstenbelasting (impôt sur le revenu), bij gebrek aan effectief verkregen inkomsten (in tegenstelling tot België dat een fictief inkomen belast zelfs in het geval de woning niet verhuurd wordt).

Derhalve is naar de toekomst toe een taxatie in België van de inkomsten van Franse woningen niet uitgesloten voor Belgische inwoners die hun woning niet verhuren, tenzij kan worden geargumenteerd dat de in Frankrijk betaalde taxe foncière ertoe leidt dat het inkomen effectief werd belast in Frankrijk in de zin van het verdrag. Aangezien de Franse taxe foncière strikt gezien geen deel uitmaakt van de Franse inkomstenbelasting (impôt sur le revenu) en daarenboven niet werd opgenomen in de lijst van de Franse belastingen geviseerd door het verdrag (in tegenstelling tot de Belgische onroerende voorheffing die wel werd opgenomen in de lijst), ook al is die lijst niet limitatief, is dit op vandaag onzeker. Hopelijk wordt er terzake spoedig duidelijkheid gebracht (en minstens tegen de inwerkingtreding van het verdrag, a priori ten vroegste per 1.1.2023).

Ingeval van belastbaarheid in België, zou deze moeten steunen op het kadastraal inkomen dat door België toegekend zal worden aan buitenlandse onroerende goederen in toepassing van de wet van 17 februari 2021 (in het kader waarvan Belgische inwoners hun buitenlandse onroerende goederen moeten aangeven tegen uiterlijk 31 december 2021).

Bron: Tiberghien