Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?

Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Corporate Governance
voor familiebedrijven

Mr. Sofie Lerut (advocaat)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026

Successierechten en een stipulatie ten behoeve van een derde bij een schenking. Cass. 13 februari 2026 (Eric B.)

Auteur: Eric B.

Dit arrest verduidelijkt de fiscale impact wanneer een schenker zijn kinderen gelijk wil behandelen, maar dit om via een omweg doet.

Samenvatting gemaakt met behulp van AI

Feiten

In 2006 schonk een vader via een notariële akte waarden en liquiditeiten aan twee van zijn zonen.

In deze akte werd een bijzondere clausule opgenomen: de twee begiftigde zonen moesten binnen drie maanden na het overlijden van de vader een derde van deze waarden afgeven aan hun broer.

De vader wilde al zijn kinderen financieel gelijk behandelen, maar koos wegens de woonplaats van de derde zoon bewust voor deze indirecte weg.

Verweermiddelen

De eisers bepleitten dat artikel 8 van het Wetboek der Successierechten hier niet van toepassing mocht zijn. Zij argumenteerden dat de derde partij al een wettelijke erfgenaam was en via deze constructie simpelweg zijn normale erfdeel ontving. Bovendien vonden zij de heffing onterecht, omdat de totale reeds betaalde schenkingsrechten op de akte minstens even hoog waren als de rechten die de broer anders zelf had moeten betalen.

Principes

Volgens artikel 8 van het Wetboek der Successierechten worden sommen die iemand na een overlijden gratis ontvangt via een contract met een “beding ten behoeve van een derde”, fiscaal aanzien als een legaat.

Een dergelijk beding creëert namelijk een volledig eigen, afzonderlijk recht voor die derde persoon.

Zelfs wanneer de begunstigde een erfgenaam is en hiermee exact de tegenwaarde van zijn normaal erfdeel verkrijgt, sluit dit niet uit dat dit specifieke recht losstaat van zijn algemene hoedanigheid als erfgenaam.

Besluit

Het Hof van Cassatie verwerpt de voorziening van de eisers en geeft de fiscus volkomen gelijk.

De oorspronkelijke schenking verleende de derde broer immers een exclusief eigen recht om de uitvoering van deze belofte door zijn broers af te dwingen.

Dit kwalificeert juridisch als een beding ten behoeve van een derde, waardoor feilloos aan alle voorwaarden van artikel 8 is voldaan.

Het argument omtrent de reeds betaalde schenkingsrechten mist in deze context bovendien elke wettelijke grondslag.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen

Boeken in de kijker: