Summer Deal
‘Financieel recht’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Soft kills & Legal English’

3 webinars on demand

Summer Deal
‘Vastgoed anno 2022’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Vennootschappen & Verenigingen’

7 webinars on demand

Summer Deal
‘Insolventie & Faillissement’

8 webinars on demand

Summer Deal
‘Successie en vermogen’

6 webinars on demand

Schenkbelasting familiale vennootschap: tegenstrijdige rechtspraak (Delboo)

Auteur: Delboo

Om te blijven genieten van het gunstregime in de schenkbelasting voor familiale vennootschappen, moet er onder meer worden voldaan aan de voorwaarde tot behoud van kapitaal. Het kapitaal mag gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van de schenking niet dalen door uitkeringen of terugbetalingen. Daalt het kapitaal echter wél gedurende de drie jaar, dan heeft dit een evenredige schenkbelasting tot gevolg. Evenwel bestaat er een zekere onenigheid over de concrete berekeningswijze van de verschuldigde schenkbelasting. 

Achtergrond

Het Vlaamse gunstregime voor de overdracht van familiale vennootschappen laat toe de aandelen van een familiale vennootschap belastingvrij te schenken of te vererven tegen een verlaagd tarief (3% of 7% afhankelijk van de relatie met de erflater).

Indien aan de voorwaarden voor het bekomen van vrijstelling of verminderd tarief werd voldaan, moeten er evenwel ook nadien nog bepaalde voorwaarden in acht worden genomen (‘voorwaarden tot behoud’ of ‘continuïteitsvoorwaarden’). Eén voorwaarde daarvan is het behoud van kapitaal: het kapitaal (of eigen vermogen in een BV) mag daarbij niet dalen door uitkeringen of terugbetalingen gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van de schenking of vanaf de datum van het overlijden van de erflater.

Indien het kapitaal/eigen vermogen echter wel zou dalen in de drie jaar na de schenking, wordt er voorzien dat de schenkbelasting evenredig verschuldigd is tegen het toepasselijke tarief, zonder toepassing van de vrijstelling. In de erfbelasting is dezelfde sanctie voorzien.

VLABEL

De omzendbrief van VLABEL (lees hier) bepaalt met betrekking tot het behoud van kapitaal het volgende: “(…) indien het kapitaal toch zou dalen door uitkeringen of terugbetalingen, heeft dit niet het volledige verval van de vrijstelling of vermindering tot gevolg. In dit geval zal voor het bedrag van het kapitaal dat wordt uitgekeerd of terugbetaald het normaal tarief inzake schenk- of erfbelasting van toepassing zijn.” (p. 37-38)

Een kapitaalvermindering binnen de drie jaar na de schenking, zal dus niet tot gevolg hebben dat het gunstregime volledig vervalt. De schenkbelasting (3%) is louter van toepassing op het bedrag van het kapitaal dat wordt uitgekeerd of terugbetaald:

Berekeningswijze schenkbelasting = bedrag kapitaalvermindering x 3%

In de praktijk hanteert VLABEL echter een andere benadering, die in strijd is met wat bepaald wordt in de omzendbrief. VLABEL gaat immers na hoeveel procent van het kapitaal werd uitgekeerd en past dit percentage vervolgens toe op de waarde van de schenking om uiteindelijk de 3% schenkbelasting te berekenen:

Berekeningswijze schenkbelasting = waarde schenking x (bedrag kapitaalvermindering / oorspronkelijke kapitaal) x 3%

Onderstaand fictief voorbeeld illustreert hoe groot het verschil tussen de verschuldigde schenkbelasting in toepassing van de beide methodes kan zijn.

Stel: de waarde van de schenking is gelijk aan € 10.000.000, het oorspronkelijk kapitaal bedraagt € 2.000.000 en men beslist binnen de 3 jaar na de schenking tot een kapitaalvermindering van € 1.000.000:

  • De eerste methode (omzendbrief) = schenkbelasting van € 30.000 = (€ 1.000.000 EUR x 3 %)
  • De tweede methode (praktijk VLABEL) = een schenkbelasting van € 150.000 = (€ 10.000.000 x 50%) x 3%
Rechtspraak

Aangezien de berekeningswijze van VLABEL op veel kritiek stuit, zijn hierover momenteel veel zaken aanhangig voor de rechtbank.

Hoewel de rechtspraak duidelijkheid zou moeten scheppen over de te hanteren berekeningswijze, kunnen we echter geen duidelijk standpunt afleiden uit de rechtspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, wel integendeel: in twee recente vonnissen heeft deze rechtbank immers twee totaal onverzoenbare standpunten ingenomen.

Zo stelde de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent in haar vonnis d.d. 6 januari 2022 dat het normaal tarief inzake schenkbelasting van toepassing is voor het bedrag van het kapitaal dat wordt uitgekeerd of terugbetaald is. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met het effectieve aangehouden percentage aandelen door de belastingplichtige. Ten slotte stelt de rechtbank: “Een taxatie die rekening houdt met het kapitaal dat in de onderneming zit op het moment van de schenking, vindt geen steun in de tekst van de wet en kan er overigens toe leiden dat er totaal aleatoir wordt belast.” Dit oordeel ligt in lijn met de interpretatie van de omzendbrief en is in het voordeel van de belastingplichtige. De verhouding tussen het uitgekeerde kapitaal en het oorspronkelijke kapitaal is volgens dit vonnis irrelevant.

Merkwaardig genoeg besliste de Rechtbank van Eerste Aanleg Gent, afdeling Gent kort daarna, op 18 januari 2022, wel in het voordeel van VLABEL. De rechtbank volgde de visie die VLABEL in de praktijk hanteert en stelde: “… dat de in beginsel verschuldigde, doch oorspronkelijk vrijgestelde schenkbelasting, in geval van schending van de voorwaarde van tijdelijk kapitaalbehoud toch nog verschuldigd wordt en dit in evenredigheid met de voortijdige kapitaalvermindering”.

Wellicht zal tegen beide vonnissen hoger beroep worden ingesteld. Hopelijk zal het hof van beroep in beide zaken wel hetzelfde standpunt innemen.

Bron: Delboo