Buitencontractuele aansprakelijkheid:
het nieuwe boek 6 is een feit

Prof. dr. Ignace Claeys en prof. dr. Thijs Tanghe (Eubelius)

Webinar op dinsdag 5 maart 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024


Consumentenbescherming bij de verwerving
van financiële diensten: de laatste ontwikkelingen (optioneel met handboek)

Prof. dr. Reinhard Steennot (UGent)

Webinar op donderdag 30 mei 2024


Vereffening-verdeling van nalatenschappen:
16 probleemstellingen

Mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)

Webinar op vrijdag 26 april 2024


HR-aspecten bij M&A transacties

Mr. Nele Van Kerrebroeck (Linklaters)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024

Overlijden en aandelen van een KMO: is de belastbare waarde de datum van het overlijden of de datum van de verkoop zeven maanden later? Arrest van het hof van beroep te Gent op 19 december 2023 (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Op 29 januari 2024 publiceerde Vlabel het arrest van het hof van beroep te Gent op 19 december 2023.

Wat waren de feiten?

De heer V overleed op 7 december 2017. In de aangifte van nalatenschap werd 100% van de aandelen in de BV A aangegeven geschat op 129.000 euro nl. de prijs waarvoor de erfgenamen de aandelen hebben verkocht op 19 juli 2018.

De aandelen werden door VLABEL gewaardeerd op 370.425,67 euro zijnde een meerwaarde van 241.425,67 euro. De erfgenamen verklaarden niet akkoord te zijn met de herwaardering van de aandelen. Men wees erop dat de aandelen verkocht werden voor de prijs van 129.000 euro. Men stelde dat het eigen vermogen door de administratie werd gewaardeerd op de balans van 31 december 2017 terwijl er op 29 maart 2018 nog een kapitaalvermindering werd doorgevoerd van 144.000 euro ter terugbetaling van de negatieve rekening-courant in BV A van de erflater.

Wat is de visie van het hof van beroep op 19 december 2023?

Wat de waardering van de aandelen betreft.

Het Hof oordeelt dat op grond van art. 2.7.3.3.1, eerste lid VCF de belastbare waarde van de goederen die het actief van de nalatenschap van een rijksinwoner uitmaken de door de aangevers te schatten verkoopwaarde is op de dag van het overlijden. Hieruit volgt dat de aandelen in BV A die deel uitmaken van de nalatenschap van de erflater hierin moeten worden opgenomen voor hun waarde op het ogenblik van zijn overlijden, dit is op 7 december 2017.

Bij de waardebepaling voor doeleinden van de erfbelasting mag in de regel geen rekening worden gehouden met feiten die zich na het tijdstip van het overlijden (kunnen) voordoen, ongeacht of deze de waarde in positieve of negatieve zin beïnvloeden. Het kan niet zomaar aangenomen worden dat de waarde waartegen de aandelen uiteindelijk in juli 2018 werden verkocht aan een derde de waarde van de aandelen op het ogenblik van overlijden vertegenwoordigt, gelet op het tijdsverloop en de omstandigheden die zich tussen 7 december 2017 en 19 juli 2018 hebben voorgedaan. Zo kan, gelet op het ogenblik waarop de aandelen moeten worden gewaardeerd, geen rekening worden gehouden met de kapitaalvermindering die pas werd doorgevoerd op 29 maart 2018, dit is een feit na het overlijden. Dat deze kapitaalvermindering ertoe strekte de rekening-courant van de erflater/bestuurder aan te zuiveren doet niet ter zake. Evenmin is het relevant dat de erfgenamen deze rekening-courant ten bedrage van 65.131,20 euro niet hebben aangegeven in het passief van de nalatenschap. Het komt niet toe aan de erfgenamen om zelf compensatie door te voeren met bepaalde passiefbestanddelen eigen aan de erflater en een actiefbestanddeel slechts aan te geven voor de nettowaarde (zie ook art. 3.3.1.0.8, §1, 8° VCF dat de aangifte van elk goed afzonderlijk vereist).

De waarde waartegen de aandelen in BV A werden aangegeven kan aldus niet worden aangenomen.

Het Hof oordeelt wel dat de door de Vlaamse Belastingdienst gehanteerde waarderingsmethode op basis van de intrinsieke waarde van de vennootschap niet volledig met de economische realiteit overeenstemt.

Teneinde een oplossing te geven aan dit geschil en aangezien de beide door partijen gehanteerde methodes redelijke en aanvaardbare methodes zijn maar het gebruik van een unieke waarderingsmethode in dit concrete geval een vertekend beeld van de waarde van BV A geeft, hanteert het Hof een gemiddelde van de door partijen aangereikte waarderingsmethodes om de verkoopwaarde van de aandelen op het ogenblik van het overlijden te bepalen.

Wat het passief betreft.

De erflater had een schuld (de rekening-courant in debet) aan zijn vennootschap, maar het komt niet toe aan de erfgenamen om zelf compensatie door te voeren met bepaalde passiefbestanddelen eigen aan de erflater en een actiefbestanddeel slechts aan te geven voor de nettowaarde.

Dit passief werd evenwel niet aangegeven in de nalatenschap van de erflater. De erfgenamen hebben, volgend op het voorstel tot ambtshalve aanslag, melding gemaakt van de bewuste rekening-courant. In deze email, die als bezwaar werd beschouwd door de Vlaamse Belastingdienst, werd niet gevraagd om deze rekening-courant als passiefschuld in de nalatenschap op te nemen. Volgend op de bezwaarprocedure hebben de erfgenamen hun fiscale vordering aanhangig gemaakt voor de rechtbank. Bij conclusies neergelegd op de rechtbank hebben zij in ondergeschikte orde gevorderd om de rekening-courant als passiefschuld in de nalatenschap op te nemen. Tijdens deze procedure die volgt op een beslissing na bezwaar is het de belastingplichtige toegelaten om bijkomende middelen op te werpen tegen de aanslag die ertoe strekken een vergeten passief als schuld in de nalatenschap te doen opnemen. Het Hof ziet geen reden om de rekening-courant, die een bestaande schuld was op het ogenblik van overlijden van de erflater, niet als passiefschuld in zijn nalatenschap te aanvaarden.

Lees verder