Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Onderhoudsuitkeringen:
de impact van de ingrijpende fiscale wijzigingen
Mr. Steven Brouwers, advocaat-bemiddelaar
Webinar op vrijdag 3 juli 2026
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Opt-in of opt-out bij de meerwaardebelasting? (Van Havermaet)
Auteur: Wout Wynen (Van Havermaet)
Met de invoering van de Belgische meerwaardebelasting op financiële activa vanaf 1 januari 2026 worden beleggers geconfronteerd met een bijkomende keuze: laten zij de belasting automatisch inhouden via hun financiële instelling (opt-in), of geven zij de gerealiseerde meerwaarden zelf aan in de personenbelasting (opt-out)?
Hoewel beide systemen in essentie leiden tot eenzelfde belastingdruk, verschilt de praktische toepassing aanzienlijk. In de huidige context, waarbij de implementatie door financiële instellingen nog in volle ontwikkeling is, wordt deze keuze bovendien complexer dan op het eerste gezicht lijkt. Daarbij komt dat de keuze niet globaal geldt, maar per rekening en per jaar wordt gemaakt, en dus ook jaarlijks kan worden herzien.
In de praktijk stellen wij vast dat steeds meer beleggers zich de vraag stellen welke aanpak voor hen het meest aangewezen is.
Opt-in: eenvoud en automatisering
Bij toepassing van het opt-in systeem wordt de meerwaardebelasting automatisch ingehouden door de financiële instelling op het moment van realisatie. Het grootste voordeel van dit systeem ligt in de administratieve vereenvoudiging. De bank staat in voor de correcte verwerking en doorstorting van de belasting, waardoor er geen bijkomende rubrieken in de aangifte moeten worden ingevuld. Dit verlaagt niet alleen de foutenmarge, maar ook de nood aan uitgebreide fiscale begeleiding.
Daarnaast speelt voor sommige belastingplichtigen het aspect discretie een rol, aangezien de belasting anoniem wordt doorgestort aan de fiscus. Ook op vlak van liquiditeitsbeheer biedt dit systeem comfort, omdat er geen nood is om zelf bedragen te reserveren voor een latere belastingbetaling. Om die redenen wordt opt-in vaak beschouwd als een veilige startkeuze.
Daartegenover staan echter een aantal belangrijke aandachtspunten. De belasting wordt immers onmiddellijk ingehouden, zonder dat vrijstellingen of minderwaarden automatisch worden verrekend. Dit leidt tot een vorm van voorfinanciering, waarbij een eventuele correctie pas achteraf via de aangifte kan gebeuren. In de praktijk betekent dit dat een terugvordering vaak pas na anderhalf tot twee jaar wordt gerealiseerd.
Bovendien worden minderwaarden niet automatisch in rekening gebracht, wat dit systeem minder geschikt maakt voor beleggers met een dynamisch of volatiel portefeuillebeheer. Ook is het toepassingsgebied niet onbeperkt. Zo is opt-in in de praktijk niet beschikbaar voor bepaalde activa of structuren, zoals buitenlandse rekeningen en brokers, cryptoactiva, fysiek goud of wisselkoersverrichtingen, en evenmin in specifieke situaties zoals bij aanmerkelijke belangen of interne meerwaarden. Ook bij maatschapsstructuren zal de opt-in niet altijd tot een vrijstelling van aangifteplicht leiden.
Tot slot is ook de anonimiteit relatief. Wanneer achteraf correcties via de aangifte gebeuren, kan deze anonimiteit alsnog verloren gaan. Voorts heeft de fiscus onder voorwaarden toegang tot bepaalde gegevens van uw rekeningen via het Centraal Aanspreekpunt bij de Nationale Bank.
Opt-out: controle en optimalisatie
Bij het opt-out systeem neemt de belastingplichtige zelf de verantwoordelijkheid op voor de aangifte van gerealiseerde meerwaarden in de personenbelasting. Dit vergt een meer actieve opvolging, maar biedt tegelijk meer controle over de fiscale verwerking.
Zo kunnen meerwaarden en minderwaarden onmiddellijk tegen elkaar worden afgezet, waardoor enkel belasting verschuldigd is op het nettoresultaat. Ook eventuele vrijstellingen worden rechtstreeks toegepast, zonder voorafgaande inhouding. Dit vertaalt zich in een duidelijk cashflowvoordeel, aangezien de belasting pas verschuldigd is op het moment van de aanslag.
Daarnaast biedt dit systeem meer flexibiliteit in situaties waar meerdere rekeningen of instellingen betrokken zijn. De belastingplichtige maakt zelf de consolidatie, wat vooral relevant is bij complexere portefeuilles of het gebruik van buitenlandse brokers.
Daar staat tegenover dat de verantwoordelijkheid aanzienlijk toeneemt. De belastingplichtige moet steeds zelf instaan voor de correcte berekening van de meerwaarden, inclusief het toepassen van de juiste methodiek, het bijhouden van bewijsstukken en het correct invullen van de aangifte. Dit leidt in veel gevallen tot een hogere administratieve last en vaak ook tot bijkomende kosten voor fiscale bijstand.
Bovendien verdwijnt het element van discretie volledig, aangezien de fiscus een nominatief overzicht ontvangt van de gerealiseerde meerwaarden. Het systeem vereist ook discipline op het vlak van liquiditeitsplanning, aangezien er geen automatische inhouding gebeurt en de belastingplichtige zelf tijdig de nodige middelen moet reserveren.
In bepaalde situaties, zoals bij gemeenschappelijke rekeningen, kan het bovendien vereist zijn dat alle betrokken partijen dezelfde keuze maken, wat de flexibiliteit verder beperkt. Bij complexe portefeuilles neemt tot slot ook het risico op fouten toe, wat aanleiding kan geven tot correcties of discussies met de fiscus.
Praktijkrealiteit: rol van financiële instellingen
Naast de klassieke voor- en nadelen speelt in de huidige fase een bijkomende factor een cruciale rol: de concrete implementatie door banken en andere financiële instellingen.
Wij stellen hierbij aanzienlijke verschillen vast in de markt. Zo voorzien sommige banken een retroactieve toepassing van bronheffing voor de periode van 1 januari 2026 tot 1 juni 2026, terwijl andere instellingen deze periode net niet retroactief verwerken. In dat laatste geval is opt-in voor dat deel van het jaar in de praktijk eenvoudigweg niet mogelijk.
Daarnaast blijkt dat bepaalde banken pas vanaf 2027 een volledige rapportering van meer- en minderwaarden zullen aanbieden. Dit betekent dat voor inkomstenjaar 2026 in veel gevallen gewerkt zal moeten worden op basis van rekeninguittreksels en eigen berekeningen.
In situaties waarin geen retroactieve bronheffing of volwaardige rapportering voorzien is, verliest het opt-in systeem een belangrijk deel van zijn praktische meerwaarde en komt men in de praktijk vaak automatisch uit bij een opt-out benadering.
Deze verschillen maken dat de keuze niet louter een fiscale afweging is, maar in belangrijke mate afhankelijk wordt van de operationele mogelijkheden en beperkingen van de betrokken financiële instelling.
Conclusie
De invoering van de meerwaardebelasting brengt niet alleen een nieuwe fiscale realiteit met zich mee, maar ook een bijkomende strategische keuze voor beleggers.
Hoewel opt-in op het eerste gezicht een eenvoudige en veilige oplossing lijkt, toont de praktijk aan dat deze keuze niet automatisch het meest aangewezen is. Omgekeerd biedt opt-out meer flexibiliteit, maar vereist dit een correcte en consequente opvolging.
In de huidige overgangsfase, waarin de rapportering en verwerking door financiële instellingen nog niet uniform is, verdient deze keuze bijzondere aandacht. Het is dan ook aangewezen om niet automatisch te opteren voor één van beide systemen, maar vooraf een grondige analyse te maken van de concrete situatie. Elke situatie is immers verschillend en kan, afhankelijk van de specifieke omstandigheden, leiden tot een andere, meer optimale keuze.
Bron: Van Havermaet
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen











