Summer Deal
‘Financieel recht’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Vastgoed anno 2022’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Successie en vermogen’

6 webinars on demand

Cryptomunten:
een stand van zaken

Webinar on demand

Consumentenbescherming in de financiële sector

Webinar on demand

Voordeelpakket ‘Successieplanning’

4 webinars on demand

Onderhoudsuitkering na wettelijke samenwoning. Cassatie-arrest 16 december 2021  (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Overeenkomstig artikel 1477, § 2, Oud Burgerlijk Wetboek zijn de artikelen 215, 220, § 1, en 224, § 1, 1, van overeenkomstige toepassing op de wettelijke samenwoning. Volgens artikel 1477, § 3, Oud Burgerlijk Wetboek dragen de wettelijk samenwonenden bij in de lasten van het samenleven naar evenredigheid van hun mogelijkheden.

Krachtens artikel 213 Oud Burgerlijk Wetboek zijn echtgenoten elkaar zowel hulp als bijstand verschuldigd.

Artikel 1479, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat na de beëindiging van het wettelijk samenwonen en voor zover de vordering binnen drie maanden na die beëindiging is ingesteld, de rechtbank de dringende en voorlopige maatregelen gelast die ingevolge de beëindiging gerechtvaardigd zijn. Uit het geheel van deze wetsbepalingen volgt dat tijdens de wettelijke samenwoning tussen de samenwonenden een bijdrageplicht bestaat, maar geen hulpplicht.

Hierdoor zijn wettelijk samenwonenden tijdens de samenwoning niet gehouden elkaar in hun levensstandaard te laten delen. Hieruit volgt dat de rechter, na beëindiging van de wettelijke samenwoning, geen dringende en voorlopige maatregel kan opleggen die gesteund is op een hulpplicht.

De appelrechter die een persoonlijk onderhoudsgeld toekent aan de verweerster die gebaseerd is op de wederzijdse hulpplicht van de partijen en de mogelijkheid voor de uitkeringsgerechtigde om een levensstandaard aan te houden die zij zou gehad hebben indien er geen ‘scheiding’ was geweest, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Lees hier het Cassatie-arrest van 16 december 2021