Nieuwe stimulansen voor KMO financiering (Monard Law)

Auteur: Birgitta Van Itterbeek (Monard Law)

Publicatiedatum: 08/12/2017

De omstandigheden voor KMO’s die een financiering willen afsluiten worden binnenkort gunstiger. Zo zullen ze kunnen rekenen op grotere transparantie en  duidelijker contracten met de bank. Dat zal de keuze over zekerheden, waarborgen en overheidssteun vergemakkelijken. In tijden van lage rentes willen bovendien veel bedrijven de financiering herzien met tot nu toe vaak hoge wederbeleggingsvergoedingen. Daarom zal deze beperkt worden tot 6 maanden voor kredieten tot 2 miljoen Euro. Voor micro kredieten tot 25 000 Euro zal de administratie sterk vereenvoudigd worden. Tenslotte zal de huidige gedragscode aangepast worden.

Met het zomerakkoord keurde de regering Michel de hervorming van de wet Laruelle goed. De wet die de toegang voor KMO’s tot financiering regelt was aan herziening toe. Het nieuwe wetsontwerp de dato 24 november 2017 werd goedgekeurd in de commissie van de Kamer  op 6 december 2017.

4 grote pijlers KMO Wet verder versterkt

– Suitability: de bank moet naar het geschikte krediet zoeken op basis van een goed voorbereid dossier van de onderneming. Als blijkt dat een krediet niet geschikt is, kan de rechtbank dit omvormen naar een geschiktere kredietvorm;

– Pre-contractuele informatie: de onderneming moet een onderbouwd dossier opmaken bij de kredietaanvraag en op basis daarvan moet de bank informatie verschaffen over de mogelijk gepaste kredietvormen, en tevens de waarborgen en zekerheden en de gevolgen daarvan. Bovendien moet de bank bij het kredietaanbod een ontwerpkredietovereenkomst overhandigen alsook een summier informatiedocument opstellen voor de kredietnemer alsook voor de  eventuele borg bij eerste verzoek;

– Krediet weigering: de bank moet informeren en motiveren zonder verplicht te zijn het krediet te verschaffen;

– Wederbeleggingsvergoeding bij vervroegde terugbetaling: beperkt tot 6 maanden interest voor kredieten initieel tot 1 M EUR en nu verhoogd naar  2 M EUR en daarenboven beperkt tot de formule zoals berekend in de gedragscode.

Wat is nieuw

– Begrip Onderneming: Men gaat naar een uniforme definitie van “onderneming” zoals opgenomen in artikel I, 12, 1° WER. Die omvat dus nu ook beoefenaars van de vrije beroepen.  Het begrip KMO is gedefinieerd in artikel 15, §§1 tot en met 6 W. Venn. Als de onderneming deel uitmaakt van een groep, moet die groep op geconsolideerde basis aan die definitie voldoen. Als er meerdere kredietnemers zijn, dan moeten ze elk aan deze voorwaarde voldoen.

– Betere formulering van de precontractuele informatie: er moet niet enkel toelichting gegeven worden over één bepaalde kredietvorm, maar verschillende die mogelijks gepast zijn voor de onderneming en de gevolgen voor de onderneming.  Ook moet de toelichting informatie bevatten over de verschillende steunmaatregelen van de overheid.   Aangezien dit zeer technisch is, moet dit verder uitgewerkt worden in een gedragscode.

– Bij kredietaanbod: er moet automatisch een ontwerp kredietovereenkomst worden gegeven samen met een bondig informatiedocument.  Nu werd dit niet steeds overhandigd. Vooral het informatiedocument moet de kredietnemer toelaten om verschillende kredietaanbiedingen met elkaar te vergelijken. Ook hier moet de inhoud bepaald worden door de nieuwe gedragscode. Niet enkel aan de kredietnemer moet deze informatie verstrekt worden maar tevens aan de derde die een zekerheid of waarborg verstrekt op zijn eerste verzoek.

– Micro Kredieten: kredieten tot 25.000 EUR worden uitgesloten van de precontractuele informatie verplichtingen op voorwaarde dat er geen wederbeleggingsvergoeding wordt gevraagd, noch zekerheden of waarborgen worden gevestigd.

– Pre contractuele informatie over zekerheden en waarborgen: niet enkel over de kredietvormen, maar tevens over de zekerheden en waarborgen moeten de banken nu uitgebreide toelichting geven. De bank moet de voornaamste kenmerken uiteen zetten, evenals de impact ervan op de kredietaanvraag en dit op een transparante wijze en in verstaanbare bewoordingen. Dit moet tevens in het licht gezien worden van de nieuwe pandwet roerende goederen. Vanaf 1 januari 2018 kan men specifieke roerende goederen in pand nemen zonder buiten bezitsstelling door registratie in het pandregister. Zo kan men een te ruime zekerheid vermijden en naar de gepaste zekerheid kijken, zoals pand op een wel bepaalde machine of uitrusting. Ook over de overheidsgaranties moet er pre-contractuele informatie worden verschaft. Dit moet ook uitgewerkt worden in de nieuwe gedragscode.

– Vrijgave: bij volledige of gedeeltelijke terugbetaling kan de onderneming de al dan niet gedeeltelijk vrijgave vragen van de zakelijke en persoonlijke zekerheden en moet de bank bij weigering schriftelijk uiteenzetten waarop die weigering gebaseerd is en dit op transparante en duidelijke manier.

– 6 maanden wederbeleggingsvergoeding: nu ook van toepassing op kredieten tot 2 M EUR. Voor kredieten hoger dan dit bedrag legt de gedragscode de berekeningsmethode vast. De vergoeding mag nooit hoger zijn dan het resultaat van de berekening op basis van deze formule.

– Nieuw onrechtmatig beding: zonder toestemming mag de bank geen eenzijdige wijzigingen doorvoeren aan de kredietovereenkomst. Dit slaat in de praktijk vooral op de algemene voorwaarden. Die kunnen dus nu niet meer gewijzigd worden zonder uitdrukkelijke toestemming.

– Inwerkingtreding: enkel op nieuwe kredieten afgesloten vanaf de datum van inwerkingtreding. Dit is 10 dagen na publicatie, behalve voor die bepalingen waar er een nieuwe gedragscode vereist is. Die treden inwerking bij koninklijk besluit en ten laatste drie maanden na publicatie.

Lees hier het originele artikel