Nieuwe richtsnoeren voor beoordeling van geschiktheid van leidinggevend orgaan van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (Eubelius)

Auteurs: Jeroen DelvoieClaire Fornoville en Steven Declercq (Eubelius)

Publicatiedatum: 15/12/2017

Op 26 september 2017 publiceerden de European Securities and Market Authority (ESMA) en de European Banking Authority (EBA) gezamenlijke richtsnoeren voor de beoordeling van de geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen. Ze hebben tot doel de evaluatie van de geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan van deze instellingen en ondernemingen in de Europese Unie verder te harmoniseren en te waarborgen dat er passende governance-regels gelden. De nieuwe richtsnoeren zullen in werking treden op 30 juni 2018 en vervangen dan de EBA-richtsnoeren van 22 november 2012. Vóór 30 juni 2018 gelden echter al overgangsmaatregelen. 

Achtergrond

In de nasleep van de financiële crisis heeft de Europese regelgever belangrijke wijzigingen aangebracht inzake corporate governance in de financiële sector, onder meer via de zogenaamde CRD IV-richtlijn (Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013) en de MiFID II-richtlijn (Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014). Hiermee wenste Europa de echte of vermeende tekortkomingen inzake corporate governance te remediëren die zouden hebben bijgedragen tot de financiële crisis. Hierbij is veel aandacht besteed aan de versterking van de rol en verantwoordelijkheden van de bestuursorganen van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen om de integriteit van de markt en de belangen van de consument te beschermen.

De CRD IV- en MiFID II-richtlijnen hebben daarbij bijzondere vereisten opgelegd voor de samenstelling en de werking van het leidinggevend orgaan en de kwalificaties van zijn leden. Beiden voorzagen in de opdracht aan respectievelijk de EBA en de ESMA om richtsnoeren aan te nemen die bepaalde concepten in dat verband moesten verduidelijken.

Inhoud van de richtsnoeren

Op basis van deze opdracht, specifiëren de gezamenlijke richtsnoeren van de EBA en de ESMA (i) het begrip van voldoende tijdsbesteding door een lid van het leidinggevend orgaan aan de uitoefening van zijn functie, (ii) het begrip van voldoende individuele en gezamenlijke kennis, vaardigheden en ervaring van de leden van het leidinggevend orgaan, en (iii) de eerlijkheid, integriteit en onafhankelijkheid van geest waarover de leden van het leidinggevend orgaan moeten beschikken.

Verder gaan de richtsnoeren ook in op de personele en financiële middelen die de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen moeten besteden aan introductie en opleiding van leden van het leidinggevend orgaan. De richtsnoeren reiken ook aanknopingspunten aan met betrekking tot het diversiteitsbeleid dat de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen moeten hanteren bij de selectie van leden van het leidinggevend orgaan.

De richtsnoeren geven tot slot aan hoe zowel de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, als de bevoegde autoriteiten de geschiktheid van de leden moeten beoordelen.

De integrale tekst van de richtsnoeren kan u hier raadplegen.

Belangrijke praktische leidraad

De richtsnoeren bieden welgekomen verduidelijkingen van een aantal concepten die, zonder nadere toelichting, eerder vaag bleven. Ze zullen dan ook ongetwijfeld een belangrijke praktische leidraad zijn voor de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen bij de beoordeling van de geschiktheid van de individuele leden en de algehele samenstelling van hun bestuursorganen. Zo zitten als bijlage bij de richtsnoeren een template-matrix om de gezamenlijke kwaliteit van de leden van het leidinggevend orgaan te beoordelen, een lijst van vaardigheden en een lijst met de documenten die voorhanden moeten zijn op het ogenblik van de eerste benoeming. Ook interessant is de benchmarking die werd uitgevoerd door de EBA met betrekking tot het aantal bestuursmandaten, de tijdsbesteding en de opleiding van bestuurders.

De kwalificatie van de nieuwe regels als “richtsnoeren” is overigens technisch correct, maar kan toch enigszins misleidend zijn. In se bevatten ze “slechts” richtlijnen, die geen voorrang hebben op het Belgische recht. Toch schrijven de richtsnoeren voor dat de bevoegde autoriteiten erop moeten toezien dat de instellingen en ondernemingen die onder het toepassingsgebied ervan vallen, deze naleven. Zowel de toezichthoudende autoriteiten, als de instellingen en ondernemingen moeten overigens alles in het werk stellen om de richtsnoeren na te leven. Als de toezichthoudende autoriteit beslist de richtsnoeren niet (in hun geheel) te laten respecteren, moet zij de EBA, respectievelijk de ESMA hiervan inlichten. Daarmee is duidelijk dat de richtsnoeren meer zijn dan zuivere “soft law“.

Inwerkingtreding

De richtlijnen treden in werking op 30 juni 2018. Vóór die datum gelden evenwel reeds overgangsmaatregelen. Zo moeten kredietinstellingen en beleggingsondernemingen deze richtsnoeren reeds toepassen bij de benoeming van nieuwe leden van het leidinggevend orgaan en uiterlijk bij de jaarlijkse evaluatie van de kwaliteit van de bestuurders en leden van het directiecomité.

Lees hier het originele artikel