Alternatieve financieringsvormen
voor ondernemingen:
een waaier aan mogelijkheden
Mr. Dirk Van Gerven, mr. Ivan Peeters en mr. Ken Lioen
(NautaDutilh)
Webinar op dinsdag 19 mei 2026
Onderhoudsuitkeringen:
de impact van de ingrijpende fiscale wijzigingen
Mr. Steven Brouwers, advocaat-bemiddelaar
Webinar op vrijdag 3 juli 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Successieplanning anno 2026
Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 26 maart 2026
Nieuwe Belgische meerwaardebelasting: belang in grensoverschrijdende context (Van Havermaet)
Auteur: Gert De Greeve (Van Havermaet)
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het vakblad Grensoverschrijdend Werken.
De Belgische regering heeft een algemene meerwaardebelasting aangekondigd voor alle financiële activa.(1*) Deze zou per 1 januari 2026 in werking treden. Het tijdperk van de belastingvrije meerwaarden lijkt hiermee in België tot zijn einde te komen. Dit heeft in bepaalde gevallen ook impact op de fiscale advisering in een grens overschrijdende context. Na een toelichting in hoofdlijnen omtrent de kern van de nieuwe regeling, volgt een bespreking van de mogelijke impact op internationaal vlak en van enkele mogelijke acties om de fiscale gevolgen te temperen.
Toepassingsgebied
De nieuwe wetgeving zal van toepassing zijn in de personenbelasting (inkomstenbelasting voor rijksinwoners) en in de rechtspersonenbelasting (VZW’s, stichtingen). Niet-inwoners ontspringen de dans. In de Belgische vennootschapsbelasting gelden andere regelingen waarop in dit bestek niet wordt ingegaan.
De bedoeling van de nieuwe belasting is in een heffing te voorzien voor meerwaarden uit bepaalde verrichtingen die beschouwd worden als zogenaamd ‘normaal vermogensbeheer’. De in België reeds bestaande fiscale regelingen inzake beroepsmatige meerwaarden en inzake meerwaarden uit niet ‘normaal vermogensbeheer’ blijven in voege (2*). Het is pas nadat duidelijk is dat sprake is van normaal vermogensbeheer, dat de belastingplichtige met de gevolgen van de nieuwe wet rekening moet houden. Zij beoogt meerwaarden uit financiële activa. Hierbij is het uitgangspunt dat enkel daadwerkelijk gerealiseerde meerwaarden aan heffing worden onderworpen. Er moet sprake zijn van een vergoeding in ruil voor de overdracht van financiële activa. Virtuele meerwaarden blijven onbelast tot aan realisatie. Schenkingen en verervingen van financiële activa blijven eveneens buiten de belastingheffing. De inbreng van aandelen (aandelenruil) geniet van een vrijstelling van belastingheffing.
Financiële activa in de zin van de nieuwe wetgeving zijn alle mogelijke al dan niet genoteerde effecten (waaronder aandelen), crypto, edele metalen en valuta, en ook beleggingsverzekeringen. Het maakt in beginsel voor de heffing niet uit of het binnenlandse of buitenlandse activa betreft.
Belastingtarief
Het algemene belastingtarief zal 10% bedragen. Jaarlijks heeft de belastingplichtige wel recht op een vrijstelling van in principe € 10.000 (3*). Eventuele minwaarden zijn verrekenbaar met meerwaarden, maar niet overdraagbaar naar een vorig of volgend jaar. De belasting wordt voldaan via inhouding door een financiële instelling dan wel via de jaarlijkse aangifte. Aangifte is niet verplicht als een volledige inhouding is gebeurd, maar wel nodig om voormelde vrijstelling en verrekening met minwaarden te kunnen toepassen.
Interne meerwaarden
Voor zogenaamde interne meerwaarden, die op heden al vaak beoordeeld worden als abnormaal vermogensbeheer en dus belastbaar zijn, voorziet de nieuwe wetgeving in een afzonderlijk tarief van 33%. Van interne meerwaarden is sprake ingeval de overdrager van aandelen of winstbewijzen, al dan niet samen met naaste familieleden (echtgenoot, afstammelingen, ascendenten en zijverwanten tot en met de tweede graad en die van zijn echtgenoot) op de overnemer rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent.
Aanmerkelijk belang aandelen
De Belgische overheid voorziet, misschien enigszins verrassend, in een gunstigere regeling voor meerwaarden op aanmerkelijk belang (AB) aandelen. Van een AB is sprake ingeval de overdrager bij overdracht minstens over 20% beschikt van de aandelen van een vennootschap. Voor de berekening van die grens mag de belastingplichtige geen rekening houden met aandelen in handen van naaste familieleden.
In dit geval geldt het tarief van 10% enkel voor meerwaarden hoger dan € 10.000.000.
Tot € 10.000.000 gelden de volgende tarieven:
- € 0 – € 2.500.000: 1,25%
- € 2.500.000 – € 5.000.000: 2,5%
- € 5.000.000 – € 10.000.000: 5%
Bovendien heeft de overdrager recht op een vrijstelling ten belope van de eerste schijf van € 1.000.000 meerwaarde, die hij gespreid over een periode van vijf jaar kan aanwenden.
Hoger tarief voor bepaalde internationale verrichtingen ter zake van AB
De huidige Belgische wetgeving bevat al geruime tijd een bijzonder belastingtarief voor bepaalde meer waarden gerealiseerd op AB aandelen van Belgische vennootschappen. Deze regeling, met een andere definitie van AB, wordt geschrapt en in aangepaste vorm hernomen in het nieuwe ontwerp.
Met name geldt bij overdracht van AB aandelen aan een rechtspersoon gevestigd buiten de Europese Economische Ruimte (EER) een belastingtarief van 16,5%. De voormelde getrapte tarieven zijn niet van toepassing, de vrijstelling tot € 1.000.000 wel.
Fotomoment
De meerwaarde is – eenvoudig gesteld – het verschil tussen verwervingsprijs en verkoopprijs. Hierbij zal de belastingplichtige noch aankoopkosten, noch verkoopkosten in rekening mogen brengen.
De nieuwe regeling gaat echter pas in op 1 januari 2026. Hierbij is het de bedoeling om ook enkel de meerwaarden vanaf die datum te belasten. Voor de tot 31 december 2025 opgebouwde waarde is derhalve geen belasting verschuldigd. De waarde per 31 december 2025 kan de belastingplichtige voor beursgenoteerde effecten bewijzen door een verwijzing naar de beurskoers op die dag. Voor niet-genoteerde effecten is dit bewijs ingewikkelder. Hiervoor verwijst de Belgische overheid naar een “menukaart” waaruit de hoogste waarde mag worden gekozen:
- De waarde die blijkt uit transacties tussen volstrekt onafhankelijke partijen afgesloten in 2025;
- De waarde die blijkt uit een optieovereenkomst uitvoerbaar per 1 januari 2026;
- Voor aandelen of ermee gelijkgestelde instrumenten (bijvoorbeeld certificaten): een waarde gelijk aan het eigen vermogen plus vier maal de ebitda zoals deze blijkt uit een jaarrekening afgesloten ten laatste per 31 december 2025;
- In afwijking van de laatste waardering kan de waarde ook blijken uit een waarderingsverslag van een onafhankelijke gecertificeerde accountant of bedrijfsrevisor, opgesteld ten laatste op 31 december 2026.
Ingeval de aanschaffingswaarde van het financiële actief hoger zou zijn dan de waarde per 31 december 2025 mag deze gebruikt worden om de meerwaarde te berekenen, doch uiterlijk tot 31 december 2030. De hogere aanschaffingswaarde mag overigens niet gebruikt worden om een minderwaarde te berekenen.
Niet-inwoners
Zoals vermeld zal de nieuwe belasting van toepassing zijn in de personenbelasting en in de rechtspersonenbelasting. Zij geldt niet voor niet-inwoners van België.
Op heden kunnen niet-inwoners nochtans krachtens Belgisch fiscaal recht belastbaar zijn over meerwaarden gerealiseerd over aandelen van een Belgische vennootschap, ingeval de verrichting niet kwalificeert als een normaal vermogensbeheer of in geval van toepassing van de huidige bestaande bijzondere regeling voor aanmerkelijk belang aandelen. Ingevolge toepassing van de dubbelbelastingverdragen zal belastingheffing over dergelijke meerwaarde echter in regel toegewezen zijn aan het woonland, waardoor België van heffing moet afzien. Dit is daarentegen niet het geval indien de vervreemder woont in een land waarmee België geen dubbelbelastingverdrag heeft gesloten. Het is echter de bedoeling van de Belgische overheid om vanaf 1 januari 2026 in alle gevallen buiten een beroepswerkzaamheid de heffingsmogelijkheid bij verkoop van Belgische aandelen te schrappen.
Emigratie en immigratie
Als algemene regel geldt dat er enkel sprake is van belastingheffing over de meerwaarde op financiële activa in geval van realisatie. Hierop geldt één belangrijke uitzondering: de emigratie. In eerdere ontwerpen was opgenomen dat ook een schenking aan een niet-inwoner tot heffing zou leiden, maar dit is in een latere versie geschrapt.
De latente meerwaarden op alle financiële activa zijn derhalve belastbaar van zodra de belastingplichtige niet meer behandeld wordt als fiscaal inwoner van België. Weliswaar geldt een betalingsuitstel voor deze exitheffing:
- Bij een verhuizing binnen de EER of naar een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten dat voorziet in wederzijdse uitwisseling van informatie en invorderingsbijstand geldt een automatisch uitstel van betaling van de heffing gedurende twee jaar;
- Bij een verhuizing naar een ander land kan de belastingplichtige om een uitstel van betaling verzoeken gedurende twee jaar mits hij daartoe een zekerheid verstrekt. Dit regime geldt ook bij doorverhuizing van een EER- of verdragsland naar een derde land binnen de twee jaar na emigratie uit België.
Ingeval van overdracht ten bezwarende titel in deze tweejarige periode, vervalt in die mate het betalingsuitstel. Hetzelfde geldt als de activa het voorwerp uitmaken van een zakelijke zekerheidsovereenkomst. Via een bijzonder attest zal de belastingplichtige na emigratie moeten aantonen dat aan de voorwaarden voor uitstel voldaan blijft.
Na afloop van de periode van twee jaar is het betalingsuitstel echter definitief. Ingeval de belastingplichtige binnen deze periode terug naar België verhuist zonder de betreffende activa te hebben overgedragen, vervalt de exitheffing eveneens. Als tegenhanger van de exitheffing, genieten immigranten voor hun financiële activa van een “step up” bij aankomst in België. Deze “step up” geldt overigens enkel voor de toepassing van de nieuwe meerwaardebelasting.
De aangekondigde exitheffing voor financiële activa ondervindt in het kader van de wetsvoorbereiding opmerkingen van de Raad van State, met name omdat sinds 29 juli 2025 een andere exitheffing is geïntroduceerd: bij zetelverplaatsing van een vennootschap van België naar een ander land geldt de fictie van vereffening. Deze fictie, die op het niveau van de vennootschapsbelasting al langer bestaat, werkt nu dus ook door op het niveau van de aandeelhouder. De aandeelhouder wordt m.a.w. geacht een vereffeningsdividend te hebben ontvangen dat in de regel belastbaar is tegen 30%. Bij verhuizing van de aandeelhouder zelf zou deze tevens een belastingheffing moeten ondergaan in het kader van de nieuwe meerwaardebelasting. Vraag is onder andere of dit conform is aan de fundamentele Europese vrijheden.
Aandachts- en actiepunten voor internationale dossiers
Hoewel de nieuwe meerwaardebelasting met name specifiek Belgische wetgeving betreft, heeft deze ook voor grensoverschrijdende situaties bepaalde gevolgen.
Emigratie vóór 31 december 2025?
Zo kan de inwerkingtreding per 1 januari 2026 aanleiding geven tot een vervroeging van een beoogde emigratie. Weliswaar voorziet de nieuwe wetgeving in een uitstel van heffing en is de belastingplichtige al na twee jaar verlost van de fiscale claim. Bovendien zal het belastbaar bedrag bij een verhuizing kort na 1 januari 2026 wellicht nihil of beperkt zijn ingevolge het ‘fotomoment’ per 31 december 2025. Minder dan het vermijden van belastingheffingen kan een vervroegde verhuizing de belastingplichtige verlossen van een aantal compliance maatregelen.
Zoals vermeld moeten belastingplichtigen sinds 29 juli 2025 al rekening houden met een vereffeningsfictie bij zetel-verplaatsing van een vennootschap uit België. De heffing die daaruit voortvloeit kan 30% bedragen. Het is voor die gevallen van belang om ruim vooraf na te denken over structuuraanpassingen om de belastingheffing zoveel mogelijk te verminderen of te vermijden. Hierbij loert bovendien het risico van dubbele belasting voor de aandeelhouder om de hoek. Het emigratieland zal in veel gevallen immers geen rekening houden met de Belgische vereffeningsfictie en latere dividenduitkeringen (opnieuw) onderwerpen aan een lokale belasting heffing.
Timing verkoop van aandelen vóór 31 december 2025?
Een vergelijkbare redenering geldt voor een beoogde verkoop van aandelen of andere financiële activa. Bij overdracht voor 1 januari 2026 moet de belastingplichtige nog geen rekening houden met de nieuwe belastingregeling. Vanaf 1 januari 2026 geldt de nieuwe wetgeving met de daaraan gekoppelde aangifteplicht.
Gelet op het fotomoment per 31 december 2025 zal de belastingheffing zelf vaak nihil of beperkt zijn. Wel moet de belastingplichtige de nodige compliance maatregelen uitvoeren. Voor adviseurs is er bovendien vanaf 1 januari 2026 een bijzondere kennisgevingsverplichting voor overdrachten van AB aandelen. Daar waar een aantal verrichtingen tot op heden vaak onder de radar van de fiscus blijven, zal dit vanaf 1 januari 2026 niet langer het geval zijn. Dit is vooral belangrijk voor situaties waarin twijfel bestaat over de vraag of een overdracht wel of niet onder ‘normaal vermogensbeheer’ valt. Zulke twijfelgevallen krijgen nu expliciet fiscale aandacht.
Groot belang van het fotomoment
Het vermelde fotomoment is in de nieuwe regeling van erg groot belang. Voor niet genoteerde aandelen kan de waarde per 31 december 2025 op diverse wijzen worden bepaald. In veel gevallen zal het echter nuttig zijn een waarderingsrapport op te stellen om een zo hoog mogelijk bedrag te kunnen ‘inzetten’ bij de berekening van een later gerealiseerde meerwaarde. Dit geldt natuurlijk ook voor belangen van Belgische rijksinwoners in buitenlandse vennootschappen. Dit kan een rechtstreeks belang zijn dan wel een onrechtstreeks belang via een bepaalde vennootschapsstructuur.
De teksten bepalen dat het waarderingsverslag opgesteld mag worden door een onafhankelijke gecertificeerde accountant of bedrijfsrevisor. Hiermee worden Belgische beroepsbeoefenaars bedoeld. Het is onduidelijk of een buitenlandse evenknie dergelijk verslag zou mogen redigeren voor de waardering van niet in België gevestigde vennootschappen. Om discussies te vermijden, zal de belastingplichtige een Belgische expert contacteren die vervolgens moet rekenen op een samenwerking met een buitenlandse collega. Er is tijd voor dit verslag tot 31 december 2026. Het spreekt voor zich dat cijfermateriaal van alle betrokken entiteiten ruim op tijd beschikbaar moet zijn om de deadline van 31 december 2026 te kunnen respecteren. De voorbereiding van de waardering gebeurt alleszins best zo snel mogelijk (bijvoorbeeld waardering van vastgoed) want het laat zich voorspellen dat de tijdsdruk bij de waarderingsexperten erg groot wordt. Dit is des te meer zo nu de expert onafhankelijk moet zijn, hetgeen betekent dat hij de te waarderen onderneming nog niet kent.
Houd rekening met de AB grens
In de nieuwe regeling valt ook het enorme fiscale verschil op al naargelang de grens van 20% AB aandeelhouderschap wordt bereikt of niet:
- Een AB aandeelhouder die een meerwaarde van € 1.000.000 verkrijgt, is geen belasting verschuldigd, terwijl dezelfde meerwaarde voor een aandeelhouder die bijvoorbeeld 19% van de aandelen bezat, leidt tot een heffing van meerwaardebelasting van € 99.000;
- Bij een meerwaarde van € 10.000.000 betaalt de AB aandeelhouder €331.250, de niet-AB aandeelhouder betaalt € 999.000 meerwaardebelasting.
Herstructureringen waarbij in België wonende aandeelhouders zijn betrokken, houden maar best in de mate van het mogelijke rekening met die grens. Dit geldt onder meer voor verschuivingen in het kader van estate planning en voor een gefaseerde verkoop van aandelen.
Vermijd interne meerwaarden
Het is duidelijk dat een belastingheffing over interne meerwaarden te vermijden is, gelet op het hogere belastingtarief van 33%. Bepaalde familiale overdrachten waarbij de overdrager (gedeelde) controle behoudt, leiden tot deze hogere heffing. Hetzelfde kan het geval zijn voor inkopen van eigen aandelen die door de inkopende vennootschap op de balans worden gehouden.
Vermijd aandelenverkopen buiten de EER
Meerwaarden over AB aandelen die groter zijn dan één miljoen euro, zijn belastbaar tegen een hoger tarief van 16,5%, indien het gaat om de overdracht van aandelen in een Belgische vennootschap aan een rechtspersoon buiten de EER. De lage getrapte tarieven gaan dus verloren, tenzij de koper wel in de EER gevestigd is. De huidige Belgische overnamepraktijk houdt normaliter al wel rekening met dit verschil omdat ook in de huidige wetgeving een enigszins vergelijkbare bepaling is opgenomen.
Conclusie
In een notendop: wie in de internationale praktijk met Belgische inwoners te maken heeft, doet er goed aan proactief in te spelen op de komende wetgeving inzake de meerwaardebelasting. Hierbij zal de meeste aandacht uitgaan naar de 20% aandelengrens en een passende waardering van aandelen per 31 december 2025 om negatieve fiscale gevolgen te minimaliseren.
(1*) Bij het schrijven van dit artikel is nog geen wetsontwerp ingediend bij het parlement. Dit artikel is gebaseerd op teksten van een voorontwerp en in de pers bekendgemaakte gegevens. Wijzigingen t.o.v. de definitieve wettekst zijn derhalve mogelijk.
(2*) Meerwaarden uit een niet normaal vermogensbeheer zijn belastbaar tegen 33%, te verhogen met aanvullende gemeentebelasting.
(3*) Deze kan bij niet-benutting ten belope van maximaal €1.000 per jaar overgedragen worden naar een volgend jaar tot max. €15.000.
Bron: Van Havermaet
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen













