Alternatieve financieringsvormen
voor ondernemingen:
een waaier aan mogelijkheden

Mr. Dirk Van Gerven, mr. Ivan Peeters en mr. Ken Lioen

(NautaDutilh)

Webinar op dinsdag 19 mei 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


De nieuwe wet inzake meerwaardebelasting: impact op vermogensplanning

Prof. Jos Ruysseveldt

Webinar op donderdag 23 april 2026


Onderhoudsuitkeringen:
de impact van de ingrijpende fiscale wijzigingen

Mr. Steven Brouwers, advocaat-bemiddelaar

Webinar op vrijdag 3 juli 2026


Successieplanning anno 2026

Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 26 maart 2026


Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?

Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026

Meerwaardebelasting op financiële activa vanaf 2026: impact op beleggers en ondernemers (Baker Tilly)

Auteur: Marc De Munter (Baker Tilly)

Met de zogenaamde ‘solidariteitsbijdrage’, een nieuwe meerwaardebelasting van 10% op financiële activa, kan ook België zich rekenen bij de landen die vermogenswinsten belasten. Al gelden wel andere regels voor modale investeerders versus aandeelhouders met minstens 20% participatie.

Wat is de impact voor u? Is het nuttig om bepaalde transacties versneld uit te voeren vóór eind 2025? Hoe kan u slim omgaan met de vrijstellingen die worden voorzien of ervoor zorgen dat historische meerwaarden opgebouwd tot 31 december 2025 gevrijwaard blijven?

Een goede voorbereiding en onderbouwing zijn belangrijk om discussies met de fiscus te vermijden. Onze fiscale adviseurs en waarderingsspecialisten kunnen u hierin begeleiden.

Bij gebrek aan definitieve wetteksten, geven we alvast een eerste overzicht op basis van eerdere ontwerpversies aangevuld met recente informatie uit de persconferentie.

Wie wordt geviseerd?

In eerste instantie treft de belasting natuurlijke personen-rijksinwoners onderworpen aan de personenbelasting, alsook non-profit rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting, zoals VZW’s en private stichtingen. Niet-inwoners blijven buiten schot en voor vennootschappen gelden specifieke regels. Nieuw is dat rechtspersonen die erkend zijn om fiscaal aftrekbare giften te ontvangen de dans ontspringen.

Welke financiële activa worden getroffen?

In principe viseert de belasting meerwaarden gerealiseerd op vier categorieën van financiële activa, met name:

  • financiële instrumenten, zoals aandelen, winstbewijzen, obligaties, afgeleide instrumenten, enz.
  • bepaalde levensverzekeringsproducten, zoals spaar- en beleggingsverzekeringen (tak 21, 22, 23 en 26) en kapitalisatieverrichtingen;
  • cryptoactiva in de ruimste zin, inclusief stablecoins, e-money tokens en non-fungible tokens;
  • geldmiddelen, met name giraal en chartaal geld, alsook elektronisch geld en beleggingsgoud.

Meerwaarden inzake groepsverzekeringen, pensioenfondsen en pensioensparen blijven buiten beschouwing.

Welke verrichtingen worden geviseerd?

In hoofdzaak gaat het om meerwaarden gerealiseerd bij overdrachten van financiële activa onder bezwarende titel vanaf 1 januari 2026 en dit buiten de beroepssfeer. Overdrachten bij wijze van schenking of erfopvolging of inbrengen in huwgemeenschappen worden niet geviseerd. Ook inbrengen van aandelen in vennootschappen in ruil voor nieuwe aandelen lijken niet geviseerd te worden door de nieuwe belasting, hetgeen niet onlogisch is nu de inbrengmeerwaarde als belaste reserve in kapitaal op termijn nog 30% roerende voorheffing zal ondergaan. Uitkeringen bij leven van kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten en kapitalisatieverrichtingen zouden dan wel weer belast worden.

Verder zou ook een anti-misbruikregeling voorzien worden voor personen die hun fiscale woonplaats of de zetel van fortuin naar het buitenland verplaatsen om aan de meerwaardebelasting te ontkomen. Deze personen zouden nog twee jaar na hun verhuis moeten rapporteren over hun financiële activa en de meerwaarden daarop, om de administratie toe te laten de meerwaardebelasting alsnog te heffen mocht blijken dat de verhuis fiscaal geïnspireerd is. Vraag is echter of deze regeling kan doorwerken bij toepassing van Europese wetgeving en belastingverdragen.

Daar waar eerdere ontwerpteksten voorzagen dat de notie ‘abnormaal beheer van privévermogen’ met daaraan gekoppeld een afzonderlijke taxatie van 33% zou verdwijnen, lijkt het bereikte compromis hierop terug te komen. Meerwaarden uit abnormaal beheer zouden dus nog steeds belastbaar blijven als divers inkomen aan 33%.

Drie categorieën van belastbare meerwaarden

Er is sprake van drie elkaar uitsluitende categorieën van meerwaarden, elk met hun eigen regime.

1. Interne meerwaarden

Interne meerwaarden waarbij aandelen of winstbewijzen worden overgedragen aan een vennootschap-overnemer waarover de overdrager (samen met zijn echtgenoot en naaste familie tot de tweede graad) rechtstreeks of onrechtstreeks controle (in de zin van het vennootschapsrecht) uitoefent worden getaxeerd aan 33%, zonder enige voetvrijstelling of andere uitzondering. Deze regeling zou bijvoorbeeld structuren kunnen impacteren waarbij ouders hun aandelen verkopen aan een holding van de kinderen waarin de ouders ook nog blijven participeren.

2. Meerwaarden bij aanmerkelijk belang

Belastingplichtigen die een aanmerkelijk belang houden van minstens 20% in aandelen of winstbewijzen kunnen genieten van een specifiek regime, nl. een vrijstelling van 1 miljoen EUR aan meerwaarden en op de meerwaarden boven dit bedrag progressieve tarieven, nl.

  • 1.000.001 – 2.500.000 EUR: 1,25%
  • 2.500.001 – 5.000.000 EUR: 2,50% (voorheen: 2,25%)
  • 5.000.001 – 10.000.000 EUR: 5%
  • 10.000.001 – …    EUR : 10%

Nieuw is dat het aanmerkelijk belang van 20% nu strikt per persoon wordt bekeken en niet langer cumulatief met de echtgenoot en de naaste familie of (onrechtstreeks) via persoonlijke holdingstructuren. De foto van het aanmerkelijk belang zou ook genomen worden op enig moment in de 5 jaar voor de overdracht en niet langer op enig moment in de afgelopen 10 jaar. Bovendien zou de vrijstelling voor het eerste miljoen EUR aan meerwaarden maar gelden per periode van 5 jaar, zodat men niet elk jaar opnieuw van de vrijstelling zou kunnen genieten.

Wie minder dan 20% heeft aangehouden, zou onder het standaardregime vallen (zie hierna). Er is dus niet voorzien in enige vorm van overgangsregeling bij participaties (net) onder 20%.

Het gunstregime inzake aanmerkelijk belang waarbij het eerste miljoen aan meerwaarde wordt vrijgesteld, zou niet enkel voor actieve vennootschappen gelden, maar ook voor holding-, management- en patrimoniumvennootschappen.

De vrijstelling van 1 miljoen EUR bij aanmerkelijk belang geldt maar één maal per vijf jaar.

3. Standaardregime

Onder het standaardregime, van toepassing op alle meerwaarden, behalve interne meerwaarden en meerwaarden inzake een aanmerkelijk belang, zijn gerealiseerde meerwaarden belastbaar aan 10%. De voetvrijstelling van 10.000 EUR per persoon en per jaar blijft overeind, doch deze zou nu jaarlijks geïndexeerd worden. Daarnaast zou het plafond van de vrijstelling per jaar dat deze ongebruikt blijft met (maximum) 1.000 EUR (exclusief indexering) stijgen tot maximaal 15.000 EUR. Iemand die maar om de vijf jaar een meerwaarde realiseert zou dus kunnen rekenen op een vrijstelling van 15.000 EUR, te verhogen met de indexatie.

De eerder voorziene vrijstelling voor wie zijn of haar aandelen gedurende 10 jaar aanhoudt zou dus vervallen.

Temporeel toepassingsgebied

Onder het finaal compromis blijven de historische meerwaarden, d.w.z. deze opgebouwd tot en met 31 december 2025, buiten schot. Om de toekomstige belastbare meerwaarde (zijnde het positief verschil tussen de prijs in geld of enige andere vorm en de aanschaffingswaarde) te berekenen, zal de totale opbrengst worden verminderd met de waarde van de financiële activa per 31 december 2025.

Er zal dus voor elk financieel actief een foto moeten genomen worden van de waarde per 31 december 2025, met dien verstande dat de komende vijf jaar de historische aanschaffingswaarde in aanmerking mag worden genomen, als die hoger zou blijken te zijn dan de (markt)waarde per 31 december 2025 en op voorwaarde dat hier afdoend bewijs kan van geleverd worden.

Uit eerdere ontwerpteksten blijkt dat de waarde per 31 december 2025 als volgt kan vastgesteld worden:

  • voor genoteerde financiële activa: de laatste slotkoers van 2025
  • voor niet-genoteerde activa, de hoogste van volgende waarden:
    • waarde gehanteerd tussen volstrekt onafhankelijke partijen of bij oprichting van een vennootschap of kapitaalverhoging in de loop van kalenderjaar 2025;
    • waarde resulterend uit een contract of aanbod van verkoopoptie in werking op 1 januari 2026;
    • op basis van een formule voor aandelen: eigen vermogen + (4 x EBITDA laatste boekjaar voor 1 januari 2026); of
    • (in afwijking van de formule) een waardering (uiterlijk uitgevoerd tot 31 december 2026) door een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant;
  • voor aandelen verkregen onder aandelenopties in de zin van de Optiewet van 26 maart 1999: de aandelenwaarde bij uitoefening van de opties.
  • voor aandelen verworven onder een prijsreductie: de aandelenwaarde op het moment van verwerving;
  • voor levensverzekeringen en kapitalisatieverrichtingen: de inventarisreserve of (indien hoger) de som van de gestorte premies.

Voorlopig is het niet duidelijk of deze methodes onverkort gehandhaafd gaan blijven in de finale wetteksten.

Historische meerwaarden opgebouwd tot en met 31 december 2025 blijven buiten schot.

Minderwaarden

Minderwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 kunnen in mindering komen van gerealiseerde meerwaarden van hetzelfde belastbaar tijdperk, maar zijn niet overdraagbaar naar een volgend belastbaar tijdperk. Niet geheel duidelijk is of het eerder voorziene verbod om verliezen over de grenzen van de drie categorieën meerwaarden heen te gebruiken, gehandhaafd blijft.

Formaliteiten

Daar waar de belasting onder het standaardregime via de Belgische financiële tussenpersonen zal ingehouden worden, zal de heffing voor interne meerwaarden en aanmerkelijk belang via de fiscale aangifte en inkohiering geschieden. Ook wie beroep wenst te doen op vrijstellingen zal dit normaal via de aangifte moeten verantwoorden.

Volgende stappen

Hoewel de definitieve wetteksten nog afgewacht moeten worden, lijkt het toch raadzaam de eventuele impact van de nieuwe meerwaardebelasting reeds in kaart te brengen en te anticiperen op de inwerkingtreding per 1 januari 2026, door bijvoorbeeld nog dit jaar structuurwijzigingen door te voeren of de cijfers te monitoren. Ook kan worden nagegaan welke waarderingsmethode de hoogste waarde per 31 december 2025 oplevert voor niet-genoteerde aandelen.

Bron: Baker Tilly

» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen

Boeken in de kijker: