Valse contracten? Kanttekeningen inzake contracten en simulatie in fiscalibus

Webinar op 8 december 2022

De uitbreiding van de fiscale
aanslag- en onderzoekstermijnen

Webinar op 26 januari 2023

Voordeelpakket
‘Beslag, borgstelling en zekerheden’

 4 webinars on demand

Cryptomunten:
een stand van zaken

Webinar on demand

Consumentenbescherming in de financiële sector

Webinar on demand

Successieplanning van vastgoed en aandelen via vruchtgebruik

Webinar on demand

Meer bevoegdheden voor de fiscus. Wet van 20 november 2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen in het Staatsblad van 30 november 2022 (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Aanvraag door de fiscale administratie aan de bevoegde rechter van de hoofdveroordeling van de belastingplichtige, van de derde of van de belastingschuldige tot betaling van een dwangsom wanneer deze de uitoefening van de onderzoeksbevoegdheden van de fiscale administratie belemmert.

Er wordt uitdrukkelijk te voorzien in de mogelijkheid voor de fiscal administratie om de rechterlijke orde te verzoeken een hoofdveroordeling van de belastingplichtige of van een derde tot betaling van een dwangsom op te leggen, indien deze laatste blijft weigeren de hem opgedragen samenwerkingsverplichtingen na te komen in het kader van een fiscaal onderzoek dat hem betreft.

De fiscale administratie moet het bewijs leveren dat men weigert mee te werken.

De voorwaarden van deze dwangsom zullen worden bepaald in overeenstemming met het gemene recht  en de vordering wordt aanhangig gemaakt bij de rechter die bevoegd is om te oordelen over de toepassing van de belastingwet en deze vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding.

Wijziging van de onderzoeks-, aanslag-, bezwaar – en bewaartermijnen van boeken en bescheiden in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

Om de procedure voor de vestiging van de belasting en de mogelijke onderzoeks- en controleprocedure die zou kunnen volgen te stroomlijnen, worden nu in de fiscal procedure 4 termijnen voorzien, zijnde 3, 4, 6 of 10 jaar.

Een eerste gewone termijn van 3 jaar voor normale situaties waarbij de aangifte is ingediend binnen de daarvoor voorziene termijn.

Een tweede termijn van 4 jaar wordt voorzien bij laattijdige aangifte en bij niet-aangifte. Het betreft de termijn die voorheen was vastgesteld op  3 jaar.

Een nieuwe termijn van 6 jaar zal van toepassing zijn bij laattijdige aangifte, bij niet-aangifte of wanneer de verschuldigde belasting hoger is dan die welke betrekking heeft op de aangegeven inkomsten en andere vermeldingen, in een aantal zeer specifieke gevallen. Dit is vooral bedoeld om situaties aan te pakken die mogelijk een meer diepgaande controle door de fiscal administratie vereisen. De uitbreiding van de termijnen creëert ook de ruimte om informatie waarvan het bekomen ervan tijdrovend is, op te nemen in het overleg tijdens de onderzoeksprocedure met het oog op het bepalen van de juiste heffing, en dit zowel door belastingplichtige als administratie.

Het betreft inkomsten welke gevat worden door engagementen betreffende meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies of andere fiscale engagementen waartoe België zich op OESO- of EU-niveau verbonden heeft.

Bovendien wordt het begrip “complexe aangifte” ingevoerd. Het betreft in het bijzonder drie gevallen die een onderzoeks- en aanslagtermijn van 10 jaar vereisen, met name de juridische constructies, de hybridemismatches en de CFC-bepaling. Naast deze algemene termijnen, is er een bijzondere termijn van 10 jaar van toepassing wanneer er sprake is van fiscale fraude. Deze termijn van 10 jaar vervangt de verlengde termijn van 7 jaar en is gebaseerd op die welke in vergelijkbare situaties door de buurlanden worden toegepast.

Wijziging van de onderzoeks – en bewaartermijnen van boeken en bescheiden in het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde

Om de gelijke behandeling tussen btw en directe belastingen te behouden, en de harmonisatie die er op heden is, te behouden wordt ook in het Btw-wetboek een bewaartermijn van tien jaar voorzien, evenals een uitbreiding tot vier jaar ingeval van een laattijdige of geen aangifte. Ook de termijn voor fraude wordt naar tien jaar gebracht.

Lees hier het goedgekeurd wetsontwerp

Lees hier de Memorie van Toelichting (vanaf pagina 4)