De nieuwe wet inzake meerwaardebelasting: impact op vermogensplanning

Prof. Jos Ruysseveldt

Webinar op donderdag 23 april 2026


Successieplanning anno 2026

Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 26 maart 2026


Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?

Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Alternatieve financieringsvormen
voor ondernemingen:
een waaier aan mogelijkheden

Mr. Dirk Van Gerven, mr. Ivan Peeters en mr. Ken Lioen

(NautaDutilh)

Webinar op dinsdag 19 mei 2026


Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026

Maatschap: bijkomende inbreng gesplitst inschrijven doorstaat de toets niet (Delboo)

Auteur: Delboo

In twee voorafgaande beslissingen behandelt Vlabel de situatie waarbij de ouders een bijkomende inbreng in volle eigendom doen in een bestaande maatschap. In de maatschap hebben de ouders het vruchtgebruik van de aandelen en de kinderen de blote eigendom. De inbreng van dit vermogen in volle eigendom gebeurt zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Daardoor worden de kinderen dus blote eigenaar van het ingebrachte vermogen en behouden de ouders het vruchtgebruik erop.

Situering

De inbreng in een maatschap met beding ten behoeve van een derde als onrechtstreekse schenking is reeds sinds 2022 het voorwerp van talrijke voorafgaande beslissingen van Vlabel geweest (lees hier). Vlabel spreekt zich in deze beslissingen niet uit over de burgerrechtelijke gevolgen van de verrichting, maar meldt steevast dat de door de aanvrager gegeven kwalificatie als onrechtstreekse schenking zal doorwerken in het fiscaal recht in de mate dat zij burgerrechtelijk geldig is en bovendien burgerrechtelijk kan kwalificeren als een onrechtstreekse schenking.

Ondertussen zijn er verschillende varianten op deze techniek ontwikkeld. Eén ervan houdt in dat de ouders of één van de ouders samen met de kinderen een maatschap opricht(en), waarna de ouder(s) een bijkomende inbreng verricht(en). Voor deze bijkomende inbreng worden geen nieuwe aandelen uitgegeven.

Recent heeft Vlabel twee voorafgaande beslissingen gepubliceerd waar de bijkomende inbreng van de ouders wordt verricht in een maatschap waarin de ouders grotendeels het vruchtgebruik hebben van de aandelen en de kinderen de blote eigendom. De ouders brengen nadien de volle eigendom van bijkomende roerende goederen in de maatschap (in het ene geval aandelen van een BV en in het andere geval een effectenportefeuille) zonder dat nieuwe aandelen worden uitgegeven.

Het fictieartikel met betrekking tot de gesplitste inschrijving (artikel 2.7.1.0.7 VCF)

Effecten op naam en geldbeleggingen die voor het vruchtgebruik ingeschreven zijn op naam van de erflater en voor de blote eigendom op naam van een derde worden voor de heffing van de erfbelasting geacht in volle eigendom in de nalatenschap van de erflater aanwezig te zijn en als legaat door die derde te zijn verkregen. Dit vermoeden kan enkel worden weerlegd als wordt bewezen dat de verkrijging geen bedekte bevoordeling van de derde is.

Dit artikel houdt dus in dat als je louter door inschrijving een situatie van vruchtgebruik voor de ouders creëert en blote eigendom voor de kinderen de wet stelt dat de waarde van deze goederen toch nog in de nalatenschap valt en aan erfbelasting is onderworpen. Kan je bewijzen dat die inschrijving het gevolg is van een voorafgaande schenking, dan speelt dit artikel niet.

Ook voor bijkomende inbreng volle eigendom? 

Meent Vlabel dat dit artikel van toepassing is op de voorgelegde bijkomende inbreng?

Vlabel stelt dat, gelet op de fiscale transparantie van de maatschap, de vennoten worden beschouwd als gezamenlijke eigenaars van de achterliggende activa van de maatschap. De activa van de maatschap zijn in casu effecten of geldbeleggingen die beschouwd worden als gesplitst te zijn ingeschreven door de ouders en de kinderen overeenkomstig artikel 2.7.1.0.7 VCF.

De voorgenomen verrichting beoogt om effecten, door inbreng in de maatschap, gemeen te maken tussen de vennoten van de maatschap en dit in dezelfde (grotendeels gesplitste) verhoudingen als de thans aangehouden aandelen van de maatschap. Bijgevolg zijn volgens Vlabel de effecten die 100% in volle eigendom toebehoren aan de ouders door de inbreng in het vermogen van de maatschap voortaan ook gesplitst ingeschreven. Deze gesplitste inschrijving van de bijkomend ingebrachte effecten zal dus onder de toepassing van artikel 2.7.1.0.7 VCF vallen.

In verband met het argument dat het gaat om een loutere herbelegging van effecten binnen een effectenportefeuille, merkt Vlabel op dat dit niet het geval is. De voorgenomen verrichting beoogt immers om effecten in het vermogen van de maatschap in te brengen, waarvan de deelbewijzen grotendeels gesplitst worden aangehouden.

Evenzeer kan de redenering niet worden gevolgd waarbij de burgerlijke vruchten van gesplitst ingeschreven effecten, die niet worden uitgekeerd maar gereserveerd of geïncorporeerd in het kapitaal, als onbelaste schenking worden beschouwd (waarvoor de overlevingsperiode van drie jaar of (voor kosteloze beschikkingen sinds 1 januari 2025) vijf jaar geldt). De situatie van de burgerlijke vruchten van reeds gesplitst ingeschreven effecten in een maatschap is volgens Vlabel duidelijk verschillend van de situatie waarbij effecten die thans 100% in volle eigendom toebehoren aan de ouders en diedoor de inbreng in het vermogen van de maatschap voortaan ook (grotendeels) gesplitst worden aangehouden.

Het tegenbewijs tegen het vermoeden van bedekte bevoordeling van artikel 2.7.1.0.7 VCF bij een gesplitste inschrijving van effecten kan geleverd worden, maar volgens Vlabel kan dit enkel als de blote eigenaar kan aantonen dat er een openlijke en voorafgaande schenking is gebeurd (cf. Standpunt nr. 20067 van 11 oktober 2024). Daarover levert Vlabel geen voorafgaande beslissing af omdat het gaat over een bewijsmiddel.

Geen goede techniek dus om zo vermogen over te dragen middels inbreng in een maatschap als je als ouder het vruchtgebruik op dit vermogen wilt behouden.

Vruchtgebruik en maatschap is vaak een moeilijk huwelijk en kan door wat eenvoudige aanpassingen vermeden worden zonder dat het beoogde doel van een vruchtgebruik wordt prijsgegeven (m.n. behoud van inkomsten en controle). Het is meer dan zinvol om daar eens bij stil te staan en te zien of er geen optimalisaties mogelijk zijn.

Bron: Delboo

Boeken in de kijker: