Aansprakelijkheid van hulppersonen
in en buiten de contractketting.
Een analyse in het licht van Boek 6

Prof. dr. Ignace Claeys en mr. Camille Desmet (Eubelius)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Consumentenbescherming bij de verwerving
van financiële diensten: de laatste ontwikkelingen (optioneel met handboek)

Prof. dr. Reinhard Steennot (UGent)

Webinar op donderdag 30 mei 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024

Kan een testament vervallen door het verdwijnen of wegvallen van de determinerende beweegreden ervan? (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

De feiten

In 2002, enige tijd na het overlijden van zijn echtgenote, is de heer V. bij zijn vroegere buur X, een goede vriend, gaan inwonen, die de zorg van de heer V. op zich genomen.

X heeft toen ook enige tijd een relatie gehad, welke in 2005 eveneens bij X is komen inwonen en toen mee de zorg voor heer V. ter harte genomen. In de loop van het jaar 2005 diende de heer V. te worden opgenomen in een woonzorgcentrum, omdat gespecialiseerde zorg prangend geworden was.

Op 17 juli 2006 liet de heer V. een notarieel testament opmaken, waarin hij X en zijn relatie aanduidt als zijn enige algemene legatarissen.
Ook besliste de heer V. om X en zijn relatie bij notariële akte van diezelfde datum de blote eigendom te schenken van twee effectendossiers. Aan deze schenking werd voor de begiftigden de last gekoppeld dat zij zullen instaan voor de verdere kosten van hospitalisatie, verzorging en opvang van de schenker, voor zover de die laatste met zijn persoonlijke middelen deze niet meer zou kunnen dragen. De begiftigden dienen echter niet in te staan voor het gedeelte van genoemde kosten dat het bedrag van hun schenking te boven gaat. Met ingang van 21 januari 2007 liet de heer V. zich opnieuw op het adres van X domiciliëren.

X benadrukt dat dit gebeurde op uitdrukkelijk verzoek van de heer V., wars van het feit dat er op dat ogenblik in de woning van eiser verbouwingswerken aan de gang waren. Aangezien de gezondheidstoestand van V. verslechterde en er opnieuw sprake was van ziekenhuisopnames, diende de heer V. op 7 november 2007 tijdelijk opnieuw in een woonzorgcentrum te worden opgenomen. Aldaar hebben X en zijn relatie de heer V. nog op regelmatige basis bezocht.

In 2009 leidde de raadsman van de heer V. echter een procedure en strekkende tot herroeping van de notariële schenking van 17 juni 2006. Bij verstekvonnis van 9 juni 2009 verklaarde de rechtbank van eerste aanleg te Gent de vordering tot herroeping gegrond.

Daar waar de heer V. oorspronkelijk zijn vermogen (in essentie de verkoopopbrengst van zijn woning herbelegd in twee effectendossiers) aan X en zijn relatie wou doen toekomen als bedanking voor hun goede zorgen en vriendschap X en zijn relatie dit ook uitdrukkelijk erkennen/beamen en zij bij de schenking ook de last aanvaarden te zullen instaan voor de verdere kosten van hospitalisatie, verzorging en opvang, blijkt na de totstandkoming van de schenking (en van het testament) hun houding ingrijpend te zijn gewijzigd. De leefomstandigheden van de heer V. waren verre van ideaal: zo is pas in juli 2007 een vaste telefoonlijn aangesloten terwijl deze nodig was voor het persoonlijke alarmsysteem van de heer V. en die laatste (intussen) veel alleen bleef in de woning. Ook bleken er tal van facturen open te staan op naam van de heer V. zo onder meer van Telenet, Familiehulp, Lifa-Care DGH en van het UZ Gent. Daarbij komt dat de heer V. die zich blijkbaar borg had gesteld voor de autolening die X aanging voor de aankoop van een Mercedes door de bank werd aangesproken ingevolge de niet-nakoming van de terugbetalingsverbintenissen van X. Zodoende werd de heer V. door VDK-bank op zijn vruchtgebruik uitgewonnen. Uit het verslag van het OCMW van Destelbergen van februari 2008 blijkt dat de heer V niet altijd de nodige verzorging en aangepaste voeding kreeg en het wooncomfort beneden alles was. Er was sprake van een woning in verbouwing waar het koud was en die onaangepast was voor een bejaarde persoon. Zo ook wordt in dit verslag gewezen op de verschillende achterstallige facturen en op het feit dat de relatie van X had beloofd in te staan voor de was van de heer V. en zij daar eenmaal was omgekomen maar die niet had teruggebracht zodat de heer V. het diende te stellen met kledij die door het rusthuis ter beschikking was gesteld. Het eerdere verslag van het huisbezoek van het OCMW te Destelbergen van 8 maart 2007 naar de omstandigheden om de heer V. na een hospitalisatie terug thuis op te vangen ligt in dezelfde lijn. Er worden in dat verslag ernstige twijfels geformuleerd met betrekking tot de bereidheid en mogelijkheid om de (eerder) vooropgestelde voorwaarden voor een degelijke en noodzakelijke omkadering van de heer V. te vervullen. Het OCMW te Destelbergen adviseert in dit verslag uitdrukkelijk naar een alternatieve oplossing te zoeken.

Na de dagvaarding van 31 maart 2009 komt dan het vonnis van 3 juni 2009 tussen, Daarin oordeelt de rechtbank dat de heer V. wel degelijk aanspraak kan maken op de herroeping van de schenking die hij op 17 juli 2006 had gedaan en dit wegens niet-vervulling van de voorwaarden, minstens wegens ondankbaarheid. De rechtbank wijst in het vonnis van 9 juni 2009 niet alleen op de in de dagvaarding uiteengezette feiten op grond waarvan de vordering tot herroeping van de schenking als gegrond overkomt doch onderstreept ook dat X en zijn relatie door hun gebrek aan interesse voor de heer V. “waarvan het feit dat zij nauwelijks nog naar hem omzien en zich niet eens de moeite getroosten hem af en toe een bezoek te brengen genoegzaam getuigt” zich tegenover de heer V. schuldig hebben gemaakt aan grove beledigingen. Tegen het vonnis van 9 juni 2009 is geen rechtsmiddel aangewend en is dit vonnis na betekening in kracht van gewijsde getreden. Na dit vonnis is er dan de verklaring van ongewenst bezoek van 26 augustus 2009 en de verklaring van dezelfde datum waarin de heer V. het volgende heeft neergeschreven: “Ik, A.V., wens niet terug te komen op de procedure. Al het geld van de verkoop van mijn huis, ongeveer 100duizend euros, plus kasbons, blijft van mij.”

De visie van het Hof van Cassatie

Het bestaan van een oorzaak in de zin van de artikelen 1108 en 1131 Oud Burgerlijk Wetboek wordt beoordeeld op het ogenblik van de totstandkoming van de rechtshandeling waarvan zij een geldigheidsvereiste is. Het latere verdwijnen of wegvallen van de oorzaak heeft in de regel geen gevolgen voor het geldig voortbestaan en de uitwerking van de rechtshandeling.

De oorzaak van een beschikking bij testament ligt niet uitsluitend in het begiftigingsoogmerk van de testator, maar ook in de determinerende beweegreden die hem ertoe heeft gebracht de gift te doen.

In geval van een beschikking bij testament wordt de oorzaak van de beschikking overeenkomstig de bedoeling van de testator vermoed aanwezig te blijven tot op het ogenblik waarop het testament uitwerking krijgt, dit is het ogenblik van zijn overlijden. Indien evenwel de determinerende beweegreden van de gift, al dan niet buiten de wil van de testator, is verdwenen of weggevallen vóór zijn overlijden, kan de beschikking vervallen worden verklaard en krijgt ze geen uitwerking.

Het middel dat geheel ervan uitgaat dat een beschikking bij testament niet kan vervallen door het verdwijnen of wegvallen van de determinerende beweegreden ervan, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht.

Lees het Cassatie-arrest van 19 oktober 2023

Webinar

Op dinsdag 5 december 2023 (15u – 17u) geeft mr. Nathalie Labeeuw, advocaat-vennoot Cazimir een live-webinar Testamenten: Twaalf bijzondere clausules onder de loep. Nadien on demand aangeboden.