JTER: Buitenlandse inrichtingen van Belgische banken of vermogensbeheerders worden door fiscus beschouwd als Belgische tussenpersoon (Tiberghien)

Auteurs: Dirk Coveliers en Yannick Cools (Tiberghien)

1. Mogelijke situaties

In principe dienen Belgische inwoners die een effectenrekening in het buitenland aanhouden, zelf al het nodige doen voor de aangifte en betaling van de JTER. De buitenlandse tussenpersoon geeft dan gewoonlijk wel de nodige informatie aan de titularis van de effectenrekening om zelf zijn/haar verplichtingen te kunnen vervullen. Het gaat hier dan louter om een commerciële ondersteuning.

Volgens de FAQ van de administratie, zijn er drie situaties waarin een buitenlandse tussenpersoon behandeld wordt als een Belgische tussenpersoon met alle gekende verplichtingen inzake aangifte, inhouding en betaling van de JTER, alsook inzake informatieverplichtingen ten aanzien van de (Belgische) titularissen van de effectenrekening:

  • Vooreerst gaat het om een buitenlandse inrichting van een in België opgerichte tussenpersoon: het gaat hier immers om dezelfde juridische entiteit, ook al is de inrichting in het buitenland gevestigd. Zie FAQ nr. 53.
  • Andere buitenlandse tussenpersonen worden gelijkgesteld met een Belgische tussenpersoon wanneer zij een erkende aansprakelijk vertegenwoordiger hebben laten aanstellen. Zowel die tussenpersoon als diens aansprakelijke vertegenwoordiger zijn dan belastingschuldige van de taks.
  • Een in het buitenland opgerichte tussenpersoon die in België is gevestigd, is eveneens belastingschuldige van de taks.

Volledigheidshalve dient ook nog gepreciseerd dat de niet in België opgerichte of gevestigde tussenpersoon, die geen dergelijke aansprakelijke vertegenwoordiger heeft aangesteld, kan overgaan tot de aangifte en de betaling van de taks, in naam en voor rekening van de titularis van de effectenrekening, en dit op vrijwillige basis als dienstverlening aan de klant. Dat houdt in dat die tussenpersoon in het bezit is van een mandaat. In deze situatie zijn niet de aangifte- en de betalingstermijn van een Belgische tussenpersoon van toepassing, maar wel die van een Belgische titularis van een effectenrekening.

Het is wel bijzonder eigenaardig dat een buitenlandse inrichting van een in België opgerichte tussenpersoon de taks ook moet inhouden en betalen, alsook alle formaliteiten hiervoor moet vervullen naar de belegger toe.

Dit volgt uit FAQ nr. 53: “Er wordt benadrukt dat een in het buitenland geopende effectenrekening, uitsluitend aanleiding kan geven tot de taks, indien ze wordt aangehouden door (minstens) één inwoner, of door de Belgische inrichting van een niet-inwoner voor zover die effectenrekening deel uitmaakt van het bedrijfsvermogen van die inrichting.

In dat geval verschilt de belastingschuldige al naargelang de effectenrekening al dan niet wordt aangehouden bij een buitenlandse vaste inrichting waarover een in België opgerichte tussenpersoon beschikt.

Indien dat wel het geval is, is die tussenpersoon belastingschuldige van de taksondanks het feit dat de effectenrekening in het buitenland wordt aangehouden. De voormelde tussenpersoon kwalificeert immers als Belgische tussenpersoon.”

Dit standpunt is inderdaad eigenaardig omdat voor de beurstaks, die ook een diverse taks is, een buitenlandse vaste inrichting van een Belgische tussenpersoon niet beschouwd wordt als een Belgische tussenpersoon.

2. Hoe een aansprakelijk vertegenwoordiger laten erkennen?

Een deel van de regels vindt men hierover terug in het uitvoeringsKB van 6 augustus 2021. De buitenlandse tussenpersoon dient daarvoor een verzoek in te dienen bij het bevoegde kantoor (art. 240 7 ter KB/WDRT). In de FAQ van de administratie vindt men de coördinaten van deze bevoegde kantoren.

Dit verzoek gaat gepaard met een gedagtekende en ondertekende verklaring waarin de voorgestelde aansprakelijke vertegenwoordiger zich tegenover de Belgische Staat hoofdelijk verbindt om:

  • De taks te betalen die de niet in België opgerichte tussenpersoon verschuldigd zou zijn, en
  • Alle verplichtingen te vervullen waartoe een Belgische tussenpersoon gehouden is.

Zo is hij mee hoofdelijk gehouden met de buitenlandse tussenpersoon tot:

  • het opstellen van het overzicht over de situatie van de effectenrekening(en) die worden aangehouden door de titularis;
  • het overmaken van het overzicht aan de titularis(sen) uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het einde van de referentieperiode;
  • het indienen van de aangifte en het betalen van de taks binnen de geldende termijn.

Om erkend te worden en te blijven, moet de aansprakelijke vertegenwoordiger:

  • bekwaam zijn om contracten aan te gaan;
  • in België gevestigd zijn en er een ondernemingsnummer hebben;
  • voldoende solvabel zijn om de verplichtingen te kunnen nakomen waartoe hij gehouden zal zijn vanaf de datum van zijn erkenning.

In principe gebeurt de kennisgeving van de erkenning of afwijzing binnen de acht dagen na de bevestiging van de ontvangst van het verzoek tot erkenning. Evenwel indien er binnen deze acht dagen nog documenten worden opgevraagd, dan dient deze kennisgeving van de al dan niet erkenning slechts gedaan te worden binnen de acht dagen na de ontvangst van die documenten.

De erkenning heeft uitwerking vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van de kennisgeving van de erkenning aan de erkende aansprakelijke vertegenwoordiger.

Van zodra één of meerdere voorwaarden niet meer zijn vervuld, geeft de erkende aansprakelijke vertegenwoordiger daarvan kennis bij aangetekende zending aan het bevoegde kantoor.

In bepaalde situaties kan de erkenning ook ingetrokken worden.

Bron: Tiberghien