Summer Deal
‘Financieel recht’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Vastgoed anno 2022’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Successie en vermogen’

6 webinars on demand

Cryptomunten:
een stand van zaken

Webinar on demand

Consumentenbescherming in de financiële sector

Webinar on demand

Voordeelpakket ‘Successieplanning’

4 webinars on demand

Jaarlijkse Taks op Effectenrekeningen (JTER) aangiftetermijn verstrijkt bijna voor: (co-)titularissen van buitenlandse effectenrekeningen en ‘oprichters’ van juridische constructies (Tiberghien)

Auteurs: Dirk Coveliers, Stephanie Gabriel en Yannick Cools (Tiberghien)

De aangifte JTER voor de referentieperiode 2021 moet uiterlijk worden ingediend op 15 juli 2022.

Ter herinnering

De JTER is een jaarlijkse taks van 0,15 % op iedere effectenrekening die wordt aangehouden bij een ’tussenpersoon’ (bv. een bank) waarvan de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten en geldmiddelen – gemeten tijdens de referentieperiode (het belastbaar tijdperk) – meer bedraagt dan 1.000.000 EUR (art. 201/3, 5° en 201/4 WDRT).

De eerste referentieperiode is afgelopen op 30 september 2021 en omvat in principe 3 referentietijdstippen voor de berekening van de gemiddelde grondslag voor deze taks, namelijk op 31 maart, 30 juni en 30 september 2021.

Voor inwoners worden zowel Belgische als buitenlandse effectenrekeningen geviseerd. Voor niet-inwoners daarentegen worden enkel effectenrekeningen geviseerd die worden aangehouden bij een Belgische tussenpersoon, want België kan omwille van het territorialiteitsbeginsel enkel niet-inwoners belasten als er een voldoende aanknopingspunt is met België.

Belgische inwoners die een buitenlandse effectenrekening aanhouden en waarvoor de buitenlandse tussenpersoon geen aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen of die zelf niet gemandateerd werd om de aangifte en betaling te doen, dienen zelf een aangifte in te dienen en de taks te betalen aan de overheid.

Bijzonderheid voor effectenrekeningen aangehouden door juridische constructies

In tegenstelling tot de eerste versie van taks op effectenrekeningen, die in oktober 2019 door het Grondwettelijk Hof werd vernietigd, is de nieuwe versie van deze taks ook van toepassing op de effectenrekeningen die aangehouden worden door juridische constructies die onder de zgn. Kaaimantaks vallen.

De wetgeving inzake de JTER bepaalt uitdrukkelijk dat onder ’titularis’ van een effectenrekening ook een oprichter van juridische constructies, dochterconstructies, moederconstructies en ketenconstructies moet worden begrepen (art. 201/3, 8° en 9° WDRT). Voor de definitie van de begrippen ‘oprichter’, ‘juridische constructies’, ‘dochterconstructies’, ‘moederconstructies’ en ‘ketenconstructies’ wordt verwezen naar de toepasselijke bepalingen van de kaaimantaks in het WIB 1992.

Samengevat, een natuurlijke persoon rijksinwoner die kwalificeert als een ‘oprichter’ van een juridische constructie in de zin van artikel 2, § 1, 14° WIB 1992 wordt bij wijze van fiscale fictie geacht de titularis te zijn van de effectenrekening(en) die door juridische constructie rechtstreeks of onrechtstreeks worden aangehouden (cf. dochter- en ketenconstructie).

Bij overlijden van de oprichter van een juridische constructie, wordt de natuurlijke persoon die direct of indirect zijn erfgenaam is of die direct van de oprichter zal erven, beschouwd als ‘oprichter’ en dus gelijkgesteld met een ‘titularis’ van de effectenrekening.

Deze doorkijkmethode geldt eveneens voor rechtspersonen die aan de rechtspersonen-belasting zijn onderworpen en die kwalificeren als “oprichter” van een juridische constructie.

Merk op dat deze fiscale transparantie slechts relevant is als de ‘oprichter’ kwalificeert als ‘inwoner’ en het een buitenlandse effectenrekening betreft. Effectenrekeningen bij een Belgische tussenpersoon vallen immers steeds binnen het toepassingsgebied van de nieuwe JTER, ongeacht de hoedanigheid van de rekeninghouder (behoudens eventuele vrijstellingen).

Belastingschuldige van de JTER

Effectenrekeningen bij een Belgische tussenpersoon vallen steeds binnen het toepassingsgebied van de nieuwe JTER, ongeacht de hoedanigheid van de rekeninghouder (behoudens eventuele vrijstellingen). Aangezien de JTER een indirecte taks is, gebeurt de heffing in principe door de (Belgische) tussenpersoon.

In bepaalde gevallen echter, is de titularis van de effectenrekening de belastingschuldige van de taks. Zo is de titularis of co-titularis gehouden tot aangifte en betaling indien de effectenrekening aangehouden wordt bij een tussenpersoon in het buitenland, die geen aansprakelijke vertegenwoordiger heeft aangesteld of die niet op vrijwillige basis de aangifte en betaling van de taks voor zijn cliënt gedaan heeft.

Deze verlegging van de verplichting naar de (co-)titularis van de effectenrekening geldt eveneens indien de Belgische tussenpersoon in gebreke zou blijven.

Indien er verschillende personen kwalificeren als oprichter van de juridische constructie of indien de buitenlandse rekening aangehouden wordt door verschillende co-titularissen, dan worden zij geacht om deze rekening gezamenlijk aan te houden. In dat geval kan elke titularis de aangifte indienen voor alle titularissen gezamenlijk. Elke titularis is bovendien hoofdelijk gehouden tot de betaling van taks, de boetes en de interesten.

Aangiftetermijn voor de (co-)titularis en ermee gelijkgestelden

De indieningstermijn van deze aangifte is dezelfde als die geldende voor de indiening van de aangifte in de personenbelasting, door een belastingplichtige zelf, via het platform MyMinfin  (Art. 201/9/3, § 1, tweede lid, WDRT). Het gaat niet om de verlengde termijn toegekend in geval de aangifte wordt ingediend door een mandataris (d.w.z. via Tax-on-web mandataris).

De aangifte moet dus uiterlijk worden ingediend op de laatste dag dat de elektronische aangifte in de personenbelasting moet worden ingediend (via Tax-on-web burger), ongeacht of de titularis deze verplichting zelf nakomt of een mandataris aanwijst, t.w. uiterlijk op 15 juli 2022.

Deze termijn geldt zowel voor natuurlijke personen als voor rechtspersonen (vennootschappen – vzw/stichtingen).

De titularis dient zelf een elektronische aangifte in via het beveiligde elektronische platform dat ter beschikking wordt gesteld door de Federale Overheidsdienst Financiën (MyMinfin).

Een elektronisch aangifteformulier wordt door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking gesteld. Het ingediende formulier wordt gelijkgesteld met een nauwkeurig gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aangifte.

Momenteel is er nog geen elektronische aangifte ter beschikking en dient de aangifte nog ‘op papier’ ingediend te worden.

Documenten en verantwoordingsstukken met betrekking tot de JTER kunnen aan de aangifte worden toegevoegd.

De titularis is echter in de volgende gevallen vrijgesteld van de verplichting zijn aangifte in te dienen langs elektronische weg:

  • zolang hij of, in voorkomend geval, de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangifte in de JTER in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikt om aan deze verplichting te voldoen;
  • wanneer hij een voorstel van vereenvoudigde aangifte voor de personenbelasting ontvangt.
Betalingstermijn van de JTER voor de (co-)titularis en ermee gelijkgestelden

Alle titularissen zijn hoofdelijk gehouden tot de betaling van de taks, de boetes en de interesten, ongeacht het feit of hij de aangifte heeft ingediend (Art. 201/9, § 3, tweede lid, WDRT). De betaling van de taks moet uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het einde van de referentieperiode worden voldaan. Voor referentieperiode 2021 betekent dit dus uiterlijk op 31 augustus 2022.

De betaling wordt geacht te zijn verricht op het tijdstip waarop de financiële rekening van het bevoegde kantoor wordt gecrediteerd met het verschuldigde bedrag (Art. 201/9/3, § 1, derde lid en § 4, WDRT).

Respecteer deze datum om nalatigheidsinteresten te voorkomen.

Speciale situatie voor inwoners en niet-inwoners in onverdeeldheid

Wordt de buitenlandse effectenrekening aangehouden of wettelijk geacht aangehouden te worden door zowel Belgische inwoners en niet-inwoners, dan is deze rekening ‘besmet’.  Voor de toepassing van de JTER zal de effectenrekening in zijn totaliteit in aanmerking genomen worden als aangehouden door een Belgische inwoner. Niettegenstaande lijkt het ons perfect verdedigbaar dat niet-inwoners de JTER op hun pro-rata van de tegoeden kunnen terugvorderen op grond van het principe van de territorialiteit van de Belgische taks, al dan niet in combinatie met de eventuele toepassing van het toepasselijke dubbelbelastingverdrag. Er bestaat een lijst van dubbelbelastingverdragen die een regeling ter vermijding van dubbele vermogensbelasting bevatten. Opgelet voor eventuele wijzigingen voor Luxemburgse residenten.

Vermits de andere co-titularissen en ermee gelijkgestelden hoofdelijke schuldenaars zijn van de taks, lijkt het ons veiliger om eerst voor alle titularissen te betalen en vervolgens de taks pro rata terug te vorderen voor de niet-inwoner(s). Deze terugvordering houdt een vraag tot teruggave bij de administratie in, alsook – bij afwijzing door de administratie of bij uitblijven van een beslissing – vervolgens een verzoek tot terugbetaling voor de rechtbank.

Vraag tot teruggave van de betaalde JTER

De taks kan teruggevraagd worden wegens o.m. schending van enkele grondwettelijke principes, waaronder het gelijkheidsbeginsel, als schending van een dubbelbelastingverdrag.

Momenteel zij er in totaal zeven beroepen tot nietigverklaring tegen deze belasting aanhangig gemaakt bij het Grondwettelijk Hof. Het advocatenkantoor Tiberghien begeleidt ook één van deze dossiers.

Het Hof dient in principe een arrest te vellen binnen de 12 maanden, doch in praktijk kan dit iets meer tijd vergen. Als we ons spiegelen aan de termijn waarbinnen de annulatieberoepen tegen de eerste versie van de TER voor het Grondwettelijke Hof beslecht werden, wordt een arrest verwacht in de tweede helft van september 2022.

Een vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof heeft in beginsel terugwerkende kracht.

Na de vernietiging wordt er een bijzondere bezwaartermijn geopend om terugbetaling te krijgen van de vernietigde taks.  Deze termijn bedraagt 6 maanden na de bekendmaking van het vernietigingsarrest in het Belgisch Staatsblad. Aldus zou deze termijn gebruikt kunnen worden om teruggave te vragen.

Maar het Hof heeft ook de mogelijkheid om van dit beginsel van retroactiviteit af te wijken en de gevolgen van de vernietigde bepalingen aan te duiden die gehandhaafd moeten blijven, of voorlopig gehandhaafd, voor een termijn die zij vaststelt.  Dit gebeurde bij de vernietiging van de eerste versie van de TER. Enkel in de mate dat er een schending is van een regel van Europees recht, is retroactiviteit in principe verplicht. In de situatie van niet-retroactiviteit biedt de bijzondere bezwaartermijn, die zonet aangehaald werd, dan ook geen soelaas omdat de taks haar gevolgen behoudt voor het verleden. Het risico bestaat dat het Hof ook in deze zaak geen retroactiviteit zal toestaan.

Belastingplichtigen die een vordering tot teruggave overwegen, hebben er belang bij om dit zo vlug mogelijk te doen en vervolgens ook een gerechtelijk dossier in te leiden teneinde hun rechten maximaal te vrijwaren.

Bron: Tiberghien