Inwerkingtreding van de Europese “duurzaamheids”-verordening: wat zijn de gevolgen voor verzekeraars, beleggingsondernemingen, kredietinstellingen en anderen? (CMS)

Auteurs: Benoît Vandervelde, Florence Berchem en Anaïs Casteur (CMS)

Publicatiedatum: 16/03/2021

De kern van de Europese verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële dienstensector (“SFDR”/“Verordening”) is op 10 maart 2021 in werking getreden en, aan de vooravond van de inwerkingtreding ervan, heeft de FSMA via een mededeling meer duidelijkheid verschaft.

De Verordening is aangenomen naar aanleiding van de vaststelling dat eindbeleggers over onvoldoende informatie beschikken en dat de begrippen in verband met de “duurzaamheid” van beleggingen niet geharmoniseerd zijn, zodat beleggers niet in staat zijn zogenaamde duurzame financiële producten op adequate wijze te vergelijken. 

Financiëlemarktdeelnemers en financieel adviseurs moeten voortaan transparant zijn, zowel over zichzelf (“entiteitsniveau”) als over de financiële producten die zij beheren (“productniveau”) in het kader van hun portefeuillebeheer en/of hun adviesverlening (beleggingen/verzekeringen). 

Deze Verordening is sinds 10 maart van toepassing op verzekeringsondernemingen die tak 23-producten verhandelen, op beleggingsondernemingen en kredietinstellingen die vermogensbeheer verstrekken en op fondsbeheerders (ICBE’s / AICB’s). Deze moeten – in het kader van respectievelijk beleggingsbeslissingen en beleggingsadvies – (i) informatie verstrekken over de integratie van duurzaamheidsrisico’s (financieel risico), (ii) verduidelijken of, en zo ja hoe, zij rekening houden met ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren (niet-financieel risico) en (iii) toelichten hoe hun beloningsbeleid strookt met de integratie van duurzaamheidsrisico’s.

De Verordening is ook van toepassing op financiële producten (o.a. ICBE’s, alternatieve beleggingsfondsen, levensverzekeringen tak 23), die voortaan worden ingedeeld in drie categorieën naargelang hun mate van duurzaamheid: i) producten zonder expliciete duurzaamheidsdoelstelling (“artikel 6 SFDR”), ii) producten die gericht zijn op het bevorderen van het milieu, het sociale aspect of een combinatie van beide (“artikel 8 SFDR”), en iii) producten die gericht zijn op een positieve milieu- en sociale impact (“artikel 9 SFDR”). Daarnaast moeten de onderworpen entiteiten transparant zijn over (i) de vraag of rekening wordt gehouden met de belangrijkste ongunstige effecten voor duurzaamheidsfactoren en, zo ja, hoe dit gebeurt en (ii) de mogelijke gevolgen van duurzaamheidsrisico’s voor de prestaties van de financiële producten die worden beheerd/geadviseerd, voor zover van toepassing.

Om eindbeleggers in staat te stellen financiële producten beter te vergelijken, zijn de begrippen “duurzame belegging”, “duurzaamheidsrisico” en “duurzaamheidsfactoren” geharmoniseerd

De onderworpen entiteiten moeten de bovenvermelde informatie regelmatig bijwerken en eventuele wijzigingen in de informatie toelichten. Tevens moet de gepubliceerde informatie duidelijk, beknopt en begrijpelijk zijn voor beleggers.

De duurzaamheidsinformatie moet worden geactualiseerd op de volgende dragers van de onderworpen entiteiten: hun website, periodieke verslagen, precontractuele documenten en het beloningsbeleid

De precieze reikwijdte van de te verstrekken informatie zal binnenkort in technische reguleringsnormen worden gespecificeerd. In dit verband nemen wij nota van het voorstel van de Europese autoriteiten om – op vrijwillige basis – deze normen (weliswaar nog in de ontwerpfase) reeds toe te passen. In afwachting bieden de aanbevelingen van de FSMA een praktische eerste hulp.

Lees hier het originele artikel