Consumentenbescherming in de financiële sector

Webinar on demand

Voordeelpakket ‘Successieplanning’

4 webinars on demand

Successieplanning van vastgoed en aandelen via vruchtgebruik

Webinar on demand

Cryptomunten: recente ontwikkelingen

Webinar op 20 mei 2022

Voordeelpakket
‘Vennootschapsrecht’

5 Webinars on demand

Het beslagrecht anders belicht

Webinar on demand

Internationaal actief? Fiscus krijgt 10 jaar, zonder meer! (Tiberghien)

Auteur: Tiberghien

Op 1 april 2022 heeft het College voor de bestrijding van de fiscale en sociale fraude[1] aan het Ministerieel Comité een tweede actieplan afgeleverd dat zich richt op internationale thema’s. Dit actieplan, dat 23 initiatieven telt, komt er in navolging van een eerder plan dat zich focuste op samenwerking, coördinatie, gegevensuitwisseling en compliance.

Hieronder lijsten wij enkele in het oog springende onderdelen van het actieplan op.

De fiscus zal uw aangifte tot tien jaar na indiening kunnen onderzoeken indien er sprake is van fraude of van een “complexe aangifte”

Momenteel geldt een gewone onderzoeks- en aanslagtermijn van drie jaar en een buitengewone termijn van zeven jaar wanneer er sprake is van fraude. Ook werd in 2019, in het kader van de Kaaimantaks, reeds een buitengewone onderzoeks- en aanslagtermijn van tien jaar ingevoerd wanneer, kort samengevat, een Belgische belastingplichtige in een belastingparadijs gebruikmaakt van ‘juridische constructies’ om de herkomst of het bestaan van het vermogen te verhullen. Er is reeds sprake van een belastingparadijs in de zin van artikel 179 KB/WIB92 zodra er geen of een lage belasting wordt geheven in het betreffende land. Een uitzondering is mogelijk voor een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten waarbij in een voldoende mate van internationale gegevensuitwisseling wordt voorzien (voor verdere informatie hieromtrent verwijzen wij naar onze eerdere nieuwsbrieven over de Kaaimantaks). In de praktijk wordt deze termijn van tien jaar op vandaag echter slechts beperkt aangewend.

Het voorstel van het College wenst nu de mogelijkheden te verruimen waarbij men gebruik kan maken van dergelijke uitgebreide onderzoeks- en aanslagtermijn. Het College behoudt in eerste instantie de gewone onderzoeks- en aanslagtermijn van drie jaar. Voor een laattijdige aangifte wordt evenwel een nieuwe termijn voorgesteld van vier jaar. Wanneer er sprake is van fraude of van een “complexe aangifte”, wil het College de termijnen optrekken tot maar liefst tien jaar. Het is bijgevolg van groot belang wat precies de definitie zal zijn van dergelijke “complexe aangifte”. Het begrip zal nader beschreven worden in het wetsontwerp dat uitvoering geeft aan deze nieuwe termijnen, aldus het College.

Het actieplan spreekt momenteel onder meer van een “complexe aangifte” wanneer er sprake is van een aangifte met toepassing van verrekenprijzen, internationale structuren en financiële stromen, niet-aangegeven inkomsten, juridische constructies, elementen van (of een vermoeden van) fraude en elementen die inlichtingen van het buitenland noodzaken. Dit is – zacht uitgedrukt – minstens een zeer ruime definitie te noemen. Zonder dat er sprake moet zijn van fraude, wordt elke belastingplichtige die grensoverschrijdend actief is, onderworpen aan een termijn van tien jaar en bijgevolg op gelijke voet geplaatst met een (vermeende) fraudeur. U wordt als belastingplichtige m.a.w. verwacht om tot tien jaar na een grensoverschrijdende transactie de marktconformiteit van uw grensoverschrijdende handeling aan te tonen, zelfs zonder enig vermoeden of bestaan van fraude .

Opmerkelijk is ook dat de aangifte van een belastingplichtige die, zelfs te goeder trouw, een zeer beperkt bedrag aan inkomsten vergeet aan te geven, eveneens een “complexe aangifte” zou zijn. Op dit moment is er namelijk nog geen minimumdrempel voorzien om te kwalificeren als een “complexe aangifte.” Hierdoor kan u worden geconfronteerd met een aanslagtermijn van tien jaar, zelfs als u per vergissing slechts 50,00 EUR bent vergeten aan te geven. Dit laatste geldt ook indien dit bedrag niet was opgenomen in het voorstel van vereenvoudigde aangifte dat u van de overheid ontvangt.

Uit een eerste lezing van het actieplan kan dan ook worden vastgesteld dat het concept “complexe aangifte” zeer ruim wordt ingevuld en dat ook tal van eenvoudige situaties (onzes inziens ten onrechte) onder deze verlengde termijn van tien jaar zullen vallen. Men mag dan ook verwachten dat het concept “complexe aangifte” zeer precies zal worden ingeschreven in de wet om kennelijk onredelijke situaties te vermijden. Het zal bovendien gaan om een uitzondering op de algemene regel die strikt zal moeten geïnterpreteerd worden.

In navolging van het voorgaande zal ook de bewaarplicht op tien jaar worden gebracht.

De indieningstermijn voor bezwaarschriften zal wel verlengd worden van zes maanden tot één jaar.

Dwangsommen voor belastingplichtigen die weigeren mee te werken

De fiscus heeft binnen de bovengenoemde termijnen een toegangs- en inzagerecht om een ingediende aangifte te controleren en eventueel een supplementaire aanslag te vestigen. Een controle van de fiscus kan enkel maar betrekking hebben op fiscaal relevante gegevens. Ondanks het voorgaande vult de fiscus zijn toegangs- en inzagerecht in de praktijk zeer (vaak te) ruim in en verwacht men volledige transparantie van de belastingplichtige, bijvoorbeeld door te eisen dat men een kopie van de volledige server (incl. fiscaal irrelevante gegevens) kan maken voor verder onderzoek. Steeds vaker weigert de belastingplichtige om mee te werken aan dergelijke “fishing-expeditions” (door bv. de elektriciteit af te sluiten en daardoor de server uit te schakelen).

Om de medewerkingsplicht van de belastingplichtige alsnog af te dwingen, zal de administratie binnenkort de rechter kunnen vatten. Deze laatste zou, op basis van het actieplan, de mogelijkheid krijgen om een dwangsom op te leggen aan de belastingplichtige indien hij het fiscaal onderzoek zou verhinderen. Hoewel hier weliswaar een rechterlijke controle aan voorafgaat, staat dergelijke afdwingbaarheid van fiscale onderzoeksbevoegdheden uiteraard op gespannen voet met het zwijgrecht van de belastingplichtige dat in bepaalde omstandigheden van tel is in een fiscaal onderzoek.

Ook een nieuwe golf aan fiscale controles wordt aangekondigd

Het actieplan kondigt tevens een resem nieuwe fiscale controles aan in 2022. Zo zullen de DAC6-meldingen ter beschikking gesteld worden in een datawarehouse om een risicoanalyse toe te laten opdat de lancering van feitelijke audits vanaf september 2022 kunnen worden opgestart.

Naar aanleiding van de Pandorapapers zullen daarnaast wetgevende initiatieven genomen worden om de gegevens van het UBO-register in bulk te kunnen gebruiken voor datamining. Uiteraard zal ook deze datamining een nieuwe golf aan fiscale controles met zich meebrengen.

Verder blijkt uit het actieplan dat gegevens die vergaard worden in het kader van de internationale samenwerking tussen verschillende fiscale administraties van partnerlanden (zogenaamde “CRS-OUT”) ook zullen worden aangewend in het kader van nieuwe fiscale onderzoeken.

Teneinde (Europese) fraude binnen het systeem van de roerende voorheffing onmogelijk te maken, zal ook een systeem worden opgezet zodat nazicht en controles inzake roerende voorheffing, in het bijzonder wat betreft de teruggaaf, vrijstelling en verzaking ervan, efficiënter en effectiever kunnen gebeuren.

Tal van andere actiepunten aangekondigd

Tot slot worden nog heel wat andere maatregelen geïntroduceerd om de strijd tegen de fiscale en sociale fraude te bewerkstelligen. Het betreft onder meer maatregelen om frauduleuze ketens van onderaannemers (“sterfhuisconstructies”) aan banden te leggen, het gebruik van de LIMOSA-databank om risico’s te traceren inzake de aangifteplicht, bedrijfsvoorheffing of btw-verplichtingen, het gebruik van een digitale identiteit voor buitenlandse belastingplichtigen, een actualisering van de lijst van “landen zonder of met een lage belasting”, …

***

[1] Het College, voorgedragen door minister van Financiën Vincent Van Peteghem bestaat uit de fiscale administraties (AAII, BBI, Administratie Douane en Accijnzen, AAF, Dienst Coördinatie Antifraude (CAF), CFI, …), directies en instellingen betrokken bij de fraudebestrijding, uit bepaalde procureurs-generaal en uit de federale procureur (of hun plaatsvervangers). Op het niveau van het College wordt een gemeenschappelijk fiscaal en sociaal beleid voor fraudebestrijding uitgewerkt dat de basis vormt voor verdere politieke beslissingen.

Bron: Tiberghien