Antiwitwasverplichtingen
voor de advocaat
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)
Webinar op vrijdag 12 juni 2026
Onderhoudsuitkeringen:
de impact van de ingrijpende fiscale wijzigingen
Mr. Steven Brouwers, advocaat-bemiddelaar
Webinar op vrijdag 3 juli 2026
Alternatieve financieringsvormen
voor ondernemingen:
een waaier aan mogelijkheden
Mr. Carl Clottens, mr. Ivan Peeters en mr. Ken Lioen
(NautaDutilh)
Webinar op dinsdag 19 mei 2026
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Gedwongen overdracht van aandelen, maar overlijden voor waardebepaling door deskundige. Discussie inzake erfbelasting. Cass. 22 januari 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zatedag)
De feiten
J.-M. M. werd bij vonnis van 16 april 2010 door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel veroordeeld om zijn 330 aandelen in De Zwaluw nv over te dragen aan A. M. (218 aandelen) en haar moederlijke grootouders (elk 56 aandelen).
In hetzelfde vonnis werd een deskundige aangewezen en voor recht werd gezegd dat “de overdracht van de aandelen zal plaatsvinden bij betaling van de door de gerechtsdeskundige gedane waardebepaling”.
Dit vonnis werd bevestigd door het hof van beroep te Brussel bij arrest van 19 maart 2012.
J.-M. M. overleed op 5 augustus 2015 en na zijn overlijden werd de betwisting over de waardering van de 165 aandelen in De Zwaluw nv die aan de algemene legatarissen toekwam, maar waarvoor de gedwongen overdracht aan A. M. was uitgesproken, voortgezet.
Deze zaak betreft in casu de betwisting met Vlabel over:
- de vraag of er sprake is van een onjuiste of onvolledige aangifte van de nalatenschap die kan leiden tot een ambtshalve aanslag, en meer specifiek of een schuldvordering met betrekking tot de nog te bepalen prijs van de aandelen diende aangegeven te worden,
- de vraag tegen welke waarde de leveringsplicht m.b.t. voormelde aandelen dient gewaardeerd te worden en
- de vraag hoe het passief dient aangerekend te worden op het actief van de nalatenschap.
De visie van het Hof van Cassatie
Volgens het arrest van het hof van beroep te Gent van 3 oktober 2023 is de op het ogenblik van het overlijden van J.-M. M. bestaande verplichting om de aandelen over te dragen een verbintenis om te geven, die onlosmakelijk verbonden is met de over te dragen aandelen zelf, en verantwoorden zij hun beslissing naar recht.
In zoverre het middel aanvoert dat tegenover deze verbintenis om te geven een evenwaardige schuldvordering tot betaling van de prijs voor de overdracht staat, zodat sprake is van een schuld en een schuldvordering die elkaar dekken en bijgevolg niet moeten worden opgenomen in de aangifte van nalatenschap, kan het niet worden aangenomen.
De appelrechters oordelen dat “waar de leveringsverplichting precies de betrokken aandelen betreft, beide nalatenschapsbestanddelen elkaar waard zijn en Vlabel terecht stelt dat deze bestanddelen van de nalatenschap elkaar opheffen in de actief-passiefverhouding bij toepassing van artikel 2.7.4.2.2 VCF”.
Zij geven aldus te kennen dat de waarde van de verplichting om de aandelen over te dragen overeenstemt met de waarde van die aandelen op dag van het overlijden van J.-M. M., omdat die verplichting specifiek betrekking heeft op de aandelen.
In zoverre het middel aanvoert dat de appelrechters de verplichting om de aandelen over te dragen niet autonoom hebben gewaardeerd, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.
Krachtens artikel 2.7.3.4.1, derde lid, VCF zijn de regels voor de waardering van de goederen die het actief van de nalatenschap samenstellen, vermeld in artikel 2.7.3.3.1 tot en met artikel 2.7.3.3.7, van toepassing op de waardering van het passief van de nalatenschap.
Krachtens artikel 2.7.3.3.1, eerste lid, VCF is de belastbare waarde van de goederen die het actief van de nalatenschap van een rijksinwoner uitmaken en van de onroerende goederen die onderworpen zijn aan het recht van overgang, de door de aangevers te schatten verkoopwaarde op de dag van het overlijden.
Hieruit volgt dat het passief van de nalatenschap moet worden gewaardeerd volgens de door de aangevers te schatten verkoopwaarde op de dag van het overlijden.
Ingeval het passiefbestanddeel bestaat uit een verplichting om specifieke goederen over te dragen, is de verkoopwaarde gelijk aan de door de aangevers te schatten verkoopwaarde van die goederen op de dag van het overlijden.
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen, Vennootschappen & Verenigingen














