Cryptomunten en de fiscaliteit
Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)
Webinar op donderdag 28 januari 2027
Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Successieplanning anno 2027
Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)
Webinar op donderdag 4 maart 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Een investeringskrediet vervroegd terugbetalen: wederbeleggingsvergoeding betalen of niet? (Van Steenbrugge Advocaten)
Auteur: Cedric Haspeslagh (Van Steenbrugge Advocaten)
Publicatiedatum: 25/09/2020
Een onderneming wenst een investeringskrediet soms vervroegd terug te betalen. Zo gebeurt het dat een krediet wordt aangegaan met een looptijd van 20 jaar om de aankoop van een bedrijfsgebouw te financieren. Wanneer de onderneming het gebouw 5 jaar later met winst kan verkopen, zal zij de bank vervroegd willen terugbetalen – zodat zij niet langer interesten moet betalen op het opgenomen kapitaal – en de meerwaarde willen opstrijken.
Bij een vervroegde terugbetaling zal de bank echter meestal een wederbeleggingsvergoeding aanrekenen. De bank had immers gerekend op een vaste opbrengst in de vorm van interesten gedurende 20 jaar. Die opbrengst ziet zij nu gedeeltelijk verloren gaan. Om dat verlies op te vangen, wordt een wederbeleggingsvergoeding aangerekend.
Deze vergoeding kan hoog oplopen. Bepaalde rechtspraak en rechtsleer proberen daaraan een mouw te passen door een investeringskrediet te kwalificeren als een lening. Voor deze soort overeenkomst kan de wederbeleggingsvergoeding namelijk maximaal 6 maanden interest bedragen (art. 1907bis BW). Andere rechtspraak en rechtsleer beschouwen een investeringskrediet dan weer als een kredietopening. Bij dat soort overeenkomst geldt meer vrijheid voor de bank bij het bepalen van het bedrag van de wederbeleggingsvergoeding.
Het Hof van Cassatie heeft zich recent uitgesproken over deze discussie in zijn arresten van 27.04.2020 (C.19.0602.N) en 18.06.2020 (C.19.0140.N). Daarin werd geoordeeld dat een investeringskrediet gekwalificeerd kan worden als een kredietopening.
Een analyse door mr. Cedric Haspeslagh van deze arresten is te vinden op de blogspot Corporate Finance Lab.
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen











