Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Onderhoudsuitkeringen:
de impact van de ingrijpende fiscale wijzigingen
Mr. Steven Brouwers, advocaat-bemiddelaar
Webinar op vrijdag 3 juli 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Echtscheiding en belastbaarheid onderhoudsgeld. Cass. 12 februari 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Een vrouw ontvangt onderhoudsuitkeringen van haar ex-partner. Deze betalingen zijn destijds vastgelegd in een voorafgaande overeenkomst bij hun echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT).
De fiscus (FOD Financiën) belast deze inkomsten echter in de personenbelasting als “diverse inkomsten”.
Het hof van beroep te Antwerpen oordeelde in 2024 al in het voordeel van de Belgische Staat, waarna de eiseres naar het Hof van Cassatie is getrokken.
Verweermiddelen
De eiseres voert aan dat het onderhoudsgeld uit een EOT-overeenkomst geen uitvoering is van een dwingende wettelijke verplichting. Ze beargumenteert dat dit daarom niet zomaar als een belastbaar divers inkomen (in de zin van artikel 90, eerste lid, 3° WIB92) mag worden beschouwd.
Daarnaast verwijt ze het hof van beroep dat ze bepalingen uit het Oud Burgerlijk Wetboek hebben geschonden en onterecht geen rekening hielden met specifieke rechtspraak die zij had aangebracht.
Principes
De wet (artikelen 1287 en 1288 van het Gerechtelijk Wetboek) stelt uitdrukkelijk dat echtgenoten die door onderlinge toestemming willen scheiden, verplicht zijn om vooraf een schriftelijk akkoord te sluiten over eventuele onderhoudsuitkeringen.
Volgens het Hof van Cassatie brengt dit wettelijke kader met zich mee dat het betalen van dit onderhoudsgeld wel degelijk de uitvoering is van een verplichting op grond van het Gerechtelijk Wetboek.
Bijgevolg vallen deze onderhoudsuitkeringen perfect onder de wettelijke definitie van belastbare diverse inkomsten in de personenbelasting.
Besluit
Het Hof van Cassatie oordeelt dat de eiseres uitgaat van een foute juridische opvatting en verwerpt haar belangrijkste argumenten als ongegrond.
De overige procedurele klachten worden wegens gebrek aan nauwkeurigheid niet-ontvankelijk verklaard. Het cassatieberoep wordt bijgevolg integraal verworpen.
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen











