Summer Deal
‘Financieel recht’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Soft kills & Legal English’

3 webinars on demand

Summer Deal
‘Vastgoed anno 2022’

5 webinars on demand

Summer Deal
‘Vennootschappen & Verenigingen’

7 webinars on demand

Summer Deal
‘Insolventie & Faillissement’

8 webinars on demand

Summer Deal
‘Successie en vermogen’

6 webinars on demand

Doorprikt het erfrecht de feitelijke vereniging? (aternio)

Auteur: Eveline Smet (aternio)

Recent werd de vraag gesteld of de fiscus erfbelasting kan heffen bij het overlijden van een lid van een feitelijke vereniging. Die vraag is ook niet verwonderlijk, aangezien een feitelijke vereniging wel effectief over een vermogen kan beschikken. Echter, daar waar het woord “vermogen” valt, daar zal ook de fiscus plots verschijnen. De meningen over het al dan niet verschuldigd zijn van erfbelasting, zijn echter verdeeld. We zetten de meest recente ontwikkelingen graag even voor u uiteen.

Feitelijke vereniging – definitie en praktijk

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: WVV) definieert de feitelijke vereniging in artikel 1:6 als “een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid beheerst door de overeenkomst tussen partijen”.

In die definitie zijn 2 begrippen van belang: het begrip “(zonder) rechtspersoonlijkheid” en het begrip “overeenkomst”.

Overeenkomst

Vanaf wanneer komt een overeenkomst tot stand? Van zodra 2 of meer mensen een akkoord over een bepaald doel hebben, kan het al snel zo ver zijn. Laat ons verduidelijken met een voorbeeld. Vier vrienden zijn fervente sporters en helemaal bezeten van padel. Ze geven hun groepje een leuke naam en reserveren hun terrein bij de padelclub voortaan ook onder die naam. Ze leggen een groepspot aan om iets te drinken achteraf en als er iets van overschot is, dan kunnen ze er later iets leuks mee doen. Dit lijkt allemaal vrij onschuldig (en dat is het in feite ook), maar op dat moment bent u dus wel deel van een feitelijke vereniging.

Stel nu dat het enthousiasme van de vier vrienden zo aanstekelijk is, dat er nog meer gelijkgestemden willen “aansluiten” bij hen. Ze zouden dan misschien eigen kleine toernooitjes kunnen organiseren en… de ideeën swingen de pan uit. Ze vragen een kleine inbreng van alle deelnemers en kunnen zo wat extra’s aanbieden.

Het hoeft geen betoog dat de, net gecreëerde, feitelijke vereniging al snel over bepaalde middelen zal beschikken. Denk hierbij aan een bankrekeningnummer of materialen. In het net aangehaalde voorbeeld zal dat “vermogen” nog wel meevallen. Maar er zijn ook andere groepsinitiatieven te bedenken, die als feitelijke vereniging wél over een aanzienlijk vermogen zullen beschikken.

Geen rechtspersoonlijkheid

Door het gebrek aan rechtspersoonlijkheid vormen de middelen van de feitelijke vereniging geen apart vermogen. Het wordt geacht om de onverdeelde eigendom van de delen van de feitelijke vereniging te zijn. De leden van de feitelijke vereniging kunnen daarop in principe geen eigendomsrecht claimen; zij krijgen daarvoor in ruil een onlichamelijk recht op deelname in het vermogen.

Erfbelasting?

In wat voorafgaat hebben we al vastgesteld dat er geen rechtspersoonlijkheid en dus ook geen afgescheiden vermogen is. Er is dus, alshet ware, een onverdeeld eigenaarschap tussen de leden van de feitelijke vereniging ontstaan. Wat nu als een lid komt te overlijden. Moeten de erfgenamen aangifte doen van de deelname in de feitelijke vereniging en het “aandeel” van de overledene daarin? Of kan dit buiten schot blijven, gegeven de doelgebonden bestemming van het vermogen van de feitelijke vereniging?

Het antwoord op voornoemde vraag is genuanceerd.

Federaal standpunt

Op federaal niveau wordt als regel gesteld dat er effectief aangifte dient te gebeuren. Indien een lid van een feitelijke vereniging overlijdt, dan moeten de erfgenamen alle rechten van die persoon opnemen in de aangifte van nalatenschap. Ook indien het gaat om activa en passiva van een feitelijke vereniging. Het overlijden van een lid van een feitelijke vereniging zal, in deze stelling, dus effectief aanleiding geven tot erfbelasting.

Dit lijkt echter niet geheel te stroken met artikel 2.7.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, dat stelt dat er pas rechten worden geheven op de goederen die overgaan ingevolge het overlijden. Met andere woorden: indien de overeenkomst tussen de leden van de feitelijke vereniging (dus de statuten) niet bepalen dat de vereniging stopt bij het overlijden van een lid en/of dat er in dat geval een vergoeding of verdeling zal plaatsvinden, dan is er toch ook geen overgang ingevolge het overlijden? Hoe kan er dan erfbelasting verschuldigd zijn?

Anders is het, uiteraard, indien de overeenkomst houdende feitelijke vereniging wel stelt dat de vereniging een einde neemt ingevolge een overlijden of dat er een vergoeding/verdeling zal plaatsvinden op dat moment. Dan is het uiteraard duidelijk. Op dat moment komt er effectief iets in het vermogen terecht, naar aanleiding van het overlijden en zal er effectief melding moeten worden gemaakt in de aangifte van nalatenschap.

Vlaams standpunt

Recent is een soortgelijke vraag ook op het Vlaamse niveau bekeken. De Vlaamse minister van Financiën stelt dat er in de aangifte van nalatenschap enkel melding moet worden gemaakt van de bankrekeningen waarvan de overledene eigenaar was op het moment van overlijden. In het geval van een feitelijke vereniging, staan de gelden op de zichtrekening op naam van de feitelijke vereniging. De verrichtingen op die rekening gebeuren via een gevolmachtigde. Het moge ook duidelijk zijn dat een gevolmachtigde absoluut niet hetzelfde is dan een eigenaar.

Bij wijze van conclusie kan men dan ook stellen dat de gelden in kwestie toebehoren aan de feitelijke vereniging en niet aan de erflater zelf. Bijgevolg kan er dus ook geen erfbelasting op verschuldigd zijn. Mocht de financiële instellingen een andere mening toegedaan zijn, dan kunnen de betrokken erfgenamen met alle middelen (met uitzondering van de eed) bewijzen dat dit niet zo is.

Conclusie

De beide standpunten vertrekken vanuit een andere premisse en dus komt het in zekere zin neer op het vergelijken van appelen met peren. Daar waar de federale minister het vooral heeft over het aandeel van de overledene in de feitelijke vereniging, gaat de Vlaamse minister eerder in op de volmacht op de zichtrekening.

Het louter lid zijn van een feitelijke vereniging lijkt, an sich, geen aanleiding te geven tot erfbelasting. Er moet minstens een uitkering, of althans een recht op overgang van een deel van het vermogen van de feitelijke vereniging, ontstaan door het overlijden. Anders kan er geen belasting plaatsvinden. Enkel een grondige analyse van de statuten zal hierover uitsluitsel kunnen geven.

Bron: aternio