Vereffening-verdeling van nalatenschappen:
16 probleemstellingen

Mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)

Webinar op vrijdag 26 april 2024


Consumentenbescherming bij de verwerving
van financiële diensten: de laatste ontwikkelingen (optioneel met handboek)

Prof. dr. Reinhard Steennot (UGent)

Webinar op donderdag 30 mei 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024

Derde actieplan tegen fiscale fraude krijgt vorm (Deloitte Legal)

Auteurs: Annick Visschers en Filip Smet (Deloitte Legal)

De federale regering bereikte enkele dagen geleden een eerste akkoord over het derde actieplan tegen fiscale (en sociale) fraude. De voorziene verruiming van de algemene antimisbruikbepaling komt er uiteindelijk niet. Maar de regering bereikte wel overeenstemming over andere belangrijke maatregelen. In deze nieuwsflash staan we stil bij twee procedurele maatregelen die heel wat stof doen opwaaien, met name een bijkomende informatieplicht voor vennootschappen die deel uitmaken van een internationale groep en het invoeren van een wettelijke regeling omtrent zgn. pretaxatiegeschillen.

Verruimde informatieplicht

Wat ligt er voor?

Het wetsontwerp voorziet in bijkomende verplichtingen voor binnenlandse vennootschappen die deel uitmaken van een internationale groep. Zij zullen bepaalde gegevens/informatie moeten voorleggen, afkomstig van buitenlandse groepsvennootschappen met betrekking tot verrichtingen die ze hiermee zijn aangegaan.

Het ontwerp bevat een niet-limitatieve lijst met gegevens van de buitenlandse vennootschap die beschikbaar moeten zijn voor de Belgische fiscus, zoals “jaarrekeningen, fiscale aangiften en verslagen van de raden van bestuur”. Voorwaarde is wel dat er in het buitenland een wettelijke verplichting bestaat om deze gegevens bij te houden. Indien de voorlegging van de gegevens door de buitenlandse vennootschap in strijd zou zijn met wettelijke verplichtingen waaraan de buitenlandse vennootschap is onderworpen, dan geldt de verplichting niet.

Het voorschrift dat de opgevraagde gegevens noodzakelijk dienen te zijn om het bedrag van de belastbare inkomsten van de Belgische belastingplichtige te bepalen, zoals nu opgenomen in de wettekst, blijft behouden. In de memorie bij het voorontwerp valt daarover te lezen dat er dus steeds een proportionaliteitstoetsing dient te gebeuren.

In de memorie valt verder te lezen dat men deze verruiming van de informatieplicht voorziet omdat het huidige systeem van uitwisseling van informatie met buitenlandse autoriteiten de controle vaak aanzienlijk zou vertragen en vaak zelfs tot een onvolledig of helemaal geen antwoord zou leiden.

In de voorbereidende werken staat verder te lezen dat indien er een duidelijke link is tussen de verrichting waarmee de Belgische vennootschap betrokken is en een achterliggende transactie tussen twee andere verbonden vennootschappen van dezelfde groep, ook de informatie m.b.t. deze laatste transactie in scope is. Dat is bijv. het geval wanneer de kredietverstrekker van de Belgische vennootschap op zijn beurt de betrokken lening financiert met een krediet verkregen van een andere verbonden vennootschap.

Proportionaliteit, EU beginselen in gedrang?

De regering heeft dit wetsontwerp nog niet finaal ingediend en zal eerst het advies van de Raad van State afwachten. Er is immers heel wat op te merken bij de bijkomend opgelegde verplichting. Het vereisen van niet helder gedefinieerde informatie, die niet ter beschikking is van de belastingplichtige zelf, en hier potentiële sancties aan koppelen (de niet-voorlegging kan leiden tot administratieve boetes, dwangsommen of een omkering van de bewijslast), staat op gespannen voet met principes als erkenning van de rechtspersoonlijkheid, territorialiteit, legaliteit…  Door dit enkel in buitenlandse situaties op te leggen, is meteen ook duidelijk dat er vragen kunnen gesteld worden omtrent de EU-conformiteit.

Het lijkt dat de regering toch ook beseft dat de voorgenomen maatregel mogelijks tal van problemen en discussies zal creëren. De Raad van State is nu aan zet.

Pretaxatiegeschillen en triage

Pretaxatiegeschillen

In een afzonderlijk wetsontwerp wil men de bestaande praktijk van zgn. pretaxatiegeschillen in de wet opnemen. Het gaat dan bijv. om geschillen omtrent onderzoekshandelingen (waarbij de belastingaanslag dus niet het voorwerp is).

Het wetsontwerp voorziet dat de belastingplichtige een maand de tijd heeft om een onderzoekshandeling te betwisten, bijvoorbeeld wanneer hij meent dat de administratie haar bevoegdheid te buiten gaat en informatie opvraagt die buiten haar onderzoeksbevoegdheden valt.

Een dergelijk pretaxatiegeschil zal de verjaring van de onderzoeks-, aanslag- en bewaartermijnen voortaan schorsen, zodat de belastingplichtige op dat punt geen voordeel kan halen uit het betwisten van onderzoekshandelingen. Er is overigens ook geen verplichting om een onderzoekshandeling meteen te betwisten, dat kan nog steeds naar aanleiding van een latere betwisting van de belastingaanslag.

Triage

Een andere belangrijke nieuwigheid zijn de voorgenomen regels omtrent de triage wanneer een belastingplichtige zich verzet tegen de rechtmatigheid van het meenemen of kopiëren van (digitale) gegevens door de administratie. Hoewel hierover reeds een jurisprudentiële en administratieve praktijk bestond, creëert de wetgever nu een dwingend wettelijk kader.

De belastingplichtige kan zich verzetten wanneer de administratie een “beschermd recht” in het gedrang brengt. Volgens de voorbereidende werken verstaat men daaronder o.a. de gegevens die vallen onder de vertrouwelijke correspondentie tussen een advocaat en zijn cliënt of de gegevens die private informatie bevatten en niet fiscaal relevant zijn.

Papieren boeken en bescheiden zullen dan bewaard worden in een verzegelde omslag en digitale gegevens in een onveranderlijke kopie, waarvoor de procedure nog moet worden uitgewerkt in een later KB.

De Minister van Financiën zal minstens 4 “onafhankelijke ambtenaren” aanduiden die dienen te oordelen over de vraag of er inderdaad sprake is van gegevens die vallen onder een “beschermd recht”. Het wetsontwerp geeft geen verdere duiding over wat verstaan wordt onder “onafhankelijk” behalve dan dat de betrokken ambtenaren niet belast mogen zijn met het verrichten van de controle of het fiscaal onderzoek. Deze voorwaarde is volkomen logisch, maar lijkt weinig garanties te bieden over een echte onafhankelijkheid. Zo kunnen de ambtenaren wel een advies vragen aan de deontologische autoriteit, maar zij zijn vervolgens niet door dat advies gebonden. De belastingplichtige kan tegen de beslissing van de ambtenaren een pretaxatiegeschil opstarten.

Ook een beroep op de procedure van deze triage zelf brengt een verlenging met zich van de onderzoeks-, aanslag- en bewaartermijnen opgenomen in het WIB.

Wat nu?

De teksten zijn nog allerminst finaal. De Raad van State en ook tal van deontologische autoriteiten (cf. triage) zullen nog adviezen moeten geven. Gelet op de vraagtekens die de huidige teksten nog oproepen, valt het te verwachten dat er nog e.e.a. zal veranderen.

Hoe dan ook, de belastingplichtigen zijn gewaarschuwd. De beleidsintenties van de regering zijn duidelijk, ondernemingen met internationale transacties worden geviseerd. Het wordt dus alsmaar belangrijker om grondig voorbereid te zijn op een eventuele fiscale controle. In de mate dat de intenties van de voorliggende bepalingen in beleid zullen omgezet worden, zal het essentieel zijn om interne transacties binnen de groep grondig te documenteren en goed te beoordelen of hierover informatie in België beschikbaar moet zijn, ter voorbereiding van een mogelijke fiscale controle.

Bron: Deloitte Legal

» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen