Consumentenbescherming bij de verwerving
van financiële diensten: de laatste ontwikkelingen (optioneel met handboek)

Prof. dr. Reinhard Steennot (UGent)

Webinar op donderdag 30 mei 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Vereffening-verdeling van nalatenschappen:
16 probleemstellingen

Mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)

Webinar op vrijdag 26 april 2024

De onrechtstreekse schenking als grootste categorie van de alternatieve schenkingsvormen (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Tijdens de webinar on demandDe onrechtstreekse schenking als alternatieve planningstechniek – Een analyse naar aanleiding van nieuwe originele uitgangspunten’, opgenomen in een professionele studio, maken mr. Nathalie Labeeuw en mr. Rinse Elsermans niet alleen een praktijkgerichte analyse van de huidige stand van zaken wat ‘onrechtstreekse schenkingen’ betreft, maar wordt ook kritisch stilgestaan bij een nieuw voorgesteld demarcatiecriterium, dat potentieel heel wat impact heeft op reeds gekende planningstechnieken.

***

LegalNews vroeg meer uitleg aan mr. Nathalie Labeeuw en mr. Rinse Elsermans over de onrechtstreekse schenking.

Het Burgerlijk Wetboek stelt duidelijk dat iedere ‘akte van schenking’ voor een notaris moet worden verleden, maar waarom kunnen we toch stellen dat de realiteit genuanceerder is?

Inderdaad, het Burgerlijk Wetboek stelt duidelijk dat iedere ‘akte van schenking’ voor een notaris moet worden verleden. En elke akte verleden voor een notaris moet verplicht worden geregistreerd, met – indien deze akte een schenking bevat – betaling van schenkbelasting/schenkingsrecht tot gevolg.  Dit artikel is duidelijk en bijgevolg voor weinig interpretatie vatbaar, maar toch is in de praktijk gebleken dat de realiteit genuanceerder is. Reeds jaar en dag worden immers roerende goederen geschonken buiten de notaris om, en dit in volledige transparantie en met goedkeuring van rechtspraak en rechtsleer. Drie alternatieve schenkingsvormen worden aanvaard: de handgift, de onrechtstreekse schenking en de vermomde schenking . In plaats van de wettelijke vormvereiste uit artikel 4.158 BW (art. 931 oud BW), gelden voor elk van deze alternatieve schenkingsvormen aparte, parallelle vormvereisten.  De vereiste van een notariële akte wordt evenwel aan geen van deze alternatieve schenkingsvormen gesteld.

Maar wat is juist een onrechtstreekse schenking, is er daar een wettelijke definitie van te vinden?

Wat precies een onrechtstreekse schenking is, is hoogst onduidelijk: er is geen wettelijke definitie van, en in de rechtsleer bestaat over het begrip geen eenduidigheid.

We kunnen wel stellen dat een onrechtstreekse schenking gekenmerkt wordt door haar autonome en neutrale karakter. De focus wordt afwisselend op deze twee elementen gelegd, doch veelal worden beide karakteristieken samen vermeld als het onderscheidend criterium voor een onrechtstreekse schenking. De invulling van deze begrippen zijn in de rechtsleer niet steeds uniform, maar gaan wel steeds in dezelfde richting.

Kunt u wat meer uitleg geven over die twee begrippen: autonoom en neutraal?

Het ‘autonoom’ karakter benadrukt dat de rechtshandeling door het recht aan eigen specifieke reglementering onderworpen is en volledig op zichzelf staat, waarbij dan wordt aanvaard dat een rechtshandeling (of zelfs een materiële handeling) drager kan zijn van een onrechtstreekse schenking wanneer ze geschiedt door een rechtshandeling met een autonoom statuut, die een voordeel kan, maar niet moet, toekennen.  Het moet tevens gaan om een akte/handeling die een onmiddellijke en definitieve vermogensoverdracht garandeert.  Het moet bovendien gaan om een akte met een autonoom statuut, dit wil zeggen dat de rechtshandeling, ‘onder het mom’ waaronder de schenking wordt gedaan, onderworpen is aan een eigen specifieke reglementering bijvoorbeeld wat de vorm betreft.

Het ‘neutrale’ karakter van de rechtshandeling houdt in dat een onrechtstreekse schenking tot stand komt via een neutrale en definitieve rechtshandeling, die niet aangeeft of ze onder kosteloze of onder bezwarende titel is aangegaan.  De aangewende akte mag haar oorzaak niet vermelden,  en op het eerste gezicht mag niet blijken dat de rechtshandeling een schenking bevat.  Het neutrale karakter zou verdwijnen wanneer men de rechtshandeling als gift kwalificeert.

In 2015 sprak het hof van beroep te Luik zich nog uit over de geldigheid van een bankgift waarbij in de mededeling ‘om niet’ stond vermeld. Volgens het hof gaat het dan niet meer om een ‘neutrale handeling’, en is de bankgift bijgevolg nietig wegens schending van artikel 931 oud BW (thans art. 4.158 BW).

Uit recentere rechtspraak blijkt dat de focus thans meer wordt gelegd op het autonome karakter van de rechtshandeling. De vereiste van een ‘neutrale’ rechtshandeling verdwijnt daarmee wat naar de achtergrond. Zo oordeelde het hof van beroep te Antwerpen op 28 januari 2020  dat, indien de onrechtstreekse schenking gebeurt door kwijtschelding van schuld, het feit dat in de brief tot kwijtschelding het woord ‘schenking’ wordt vermeld niet tot gevolg heeft dat het formalisme van artikel 931 oud BW (thans art. 4.158 BW) van toepassing is.

Ook het hof van beroep te Gent oordeelde op 23 januari 2020  (alsook in eerdere rechtspraak)  dat het gegeven dat in de mededeling bij een bankgift melding wordt gemaakt van het woord ‘gift’, niet leidt tot nietigheid wegens miskenning van het vormvereiste van artikel 931 oud BW (thans art. 4.158 BW). Dit is volgens sommige rechtsleer evenwel onterecht.  Niet onbelangrijk is om te vermelden dat ook het Hof van Cassatie in een recent arrest nog benadrukt heeft dat het neutraal karakter, in die zin dat de rechtshandeling zowel onder bezwarende titel als om niet kan zijn, van belang is voor de kwalificatie als ‘onrechtstreekse schenking’.  Cassatierechtspraak over de geldigheid van een bankgift wanneer het woord ‘gift’ in de mededeling wordt vermeld, is er tot op heden niet.

Merk wel op dat het in de aangehaalde rechtspraak steevast ging om een eenzijdige handeling van de schenker (i.e. een brief uitgaande van de schenker of een overschrijving van rekening op rekening met een mededeling) waarin de verwijzing naar diens intentie wordt opgenomen. De analyse is o.i. anders indien de overdracht zelf gebeurt ingevolge een overeenkomst waarbij zowel schenker als begiftigde partij zijn en waarin ook reeds sprake is van een ‘schenking’. In dat kader kan verwezen worden naar het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 december 2020, waarin (terecht) werd geoordeeld dat een document waarin zowel schenker als begiftigde optreden en waarbij in de onderhandse overeenkomst zelf een schenking van banktegoeden wordt verricht, moet worden beschouwd als een rechtstreekse schenking waarop de vormvereisten van artikel 4.158 BW (art. 931 oud BW) van toepassing zijn.

Bij gebrek aan wettelijke definitie van het begrip ‘onrechtstreekse schenking’ is er ruimte voor jurisprudentiële evolutie. Het staat evenwel op dit ogenblik vast, en o.i. terecht, dat het antwoord op de vraag of iets een geldige onrechtstreekse schenking is of niet, enkel beantwoord kan worden door te kijken naar de vorm van de rechtshandeling: wordt het vermogensbestanddeel overgedragen door middel van een geldige (neutrale en/of autonome) rechtshandeling (andere dan een schenkingsakte)? Dan zal dit een geldige onrechtstreekse schenking zijn, indien uiteraard alle grondvereisten van een schenking  vervuld zijn, én de schenking door de begiftigde aanvaard wordt. Wanneer evenwel de schenking tot uiting wordt gebracht in een geschrift, waarbij via het geschrift zelf de schenking tot stand komt (en dus tot titel van schenking strekt), zal het een rechtstreekse schenking betreffen.

Het geschrift zal daarbij wel alle constitutieve elementen van de schenking, en alle handtekeningen van de partijen, moeten bevatten.

 

» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen