Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Verzekeringsrecht:
recente wetgeving en rechtspraak anno 2027
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 19 maart 2027
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Cryptomunten en de fiscaliteit
Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)
Webinar op donderdag 28 januari 2027
De nietigheid van een onderhandse schenking van gemeenschappelijke goederen (HCGB Advocaten)
Auteur: Ayfer Aydogan (HCGB Advocaten)
Publicatiedatum: 18/12/2020
Het Hof van Beroep te Gent heeft op 15 december 2020 een interessant arrest gewezen waarin enkele belangrijke principes van het verbintenissenrecht, het huwelijksvermogensrecht en het giftenrecht naar voren komen.
De feiten die aan het arrest voorafgaan, zijn de volgende. Een echtpaar dat gehuwd was onder een gemeenschapsstelsel had via een onderhands document een geldsom geschonken aan elk van beide zonen. De onderhandse schenkingsakte werd ter registratie aangeboden. Kort nadien is de moeder overleden. De geschonken sommen waren toen nog niet overgeschreven naar de rekeningen van de kinderen. Hoewel de schenkbelasting werd geheven en betaald was op het moment van de indiening van de aangifte van nalatenschap, heeft Vlabel de geschonken bedragen toch in rekening genomen in het actief van de nalatenschap. Er werd erfbelasting geheven (voor de reeds betaalde schenkbelasting werd ontheffing verleend).
In rechte stelt Vlabel dat de schenkingen aan de twee zonen niet als rechtstreekse schenkingen in de zin van artikel 931 BW kunnen worden aangemerkt, omdat er geen notariële akte werd opgemaakt en dit een op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereiste is. Een onderhands document zou enkel de bevestiging van een reeds uitgevoerde hand- of bankgift kunnen inhouden. Omdat de bankoverschrijving op de dag van het overlijden nog niet werd uitgevoerd, was er geen traditio gebeurd en kan het onderhands document niet het bewijs van een bankgift vormen, aldus Vlabel.
In eerste aanleg (later ook bevestigd in hoger beroep) is de kwalificatie als bankgift verworpen. In casu was er volgens de rechtbank geen sprake van een onrechtstreekse schenking in de vorm van een bankgift, maar wel degelijk van een rechtstreekse schenking. Deze was echter niet via een notariële akte tot stand gekomen en bijgevolg bij de totstandkoming behept met een absolute nietigheid. Ook heeft de rechtbank bevestigd dat de vrijwillige uitvoering of de bevestiging van de schenking door de erfgenamen van de schenker na zijn overlijden betekent dat zij zich niet meer op een vormgebrek kunnen beroepen (wat in casu hoe dan ook niet aan de orde was aangezien de erfgenamen de geldigheid geenszins betwistten). Nog volgens de rechtbank, blijft de absolute nietigheid aan de kant van de overlevende echtgenoot (vader) bestaan vermits de schenking door de overledene (moeder) en haar echtgenoot gezamenlijk (i.e. vanuit hun gemeenschappelijk vermogen) is gebeurd.
De rechtbank besloot -enigszins bevreemdend- tot de absolute nietigheid van de gehele schenking, waardoor de geschonken tegoeden voor de helft tot de nalatenschap van moeder zouden behoren en wel degelijk aanleiding zouden geven tot heffing van erfbelasting.
Het Hof van Beroep te Gent hervormt het vonnis op dit laatste punt door te besluiten dat de integrale vernietiging van de schenkingen in strijd is met artikel 1340 BW: na het overlijden van de schenker (moeder) is er, wat zijn schenking betreft, sprake van een relatieve nietigheid die enkel door diens erfgenamen kan worden ingeroepen, niet door de fiscus.
Het Hof wijst daarbij ook op de deelbaarheid van de verbintenissen uit een schenking van gemeenschapsgoederen na de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel (pluraliteit van subjecten). Die deelbaarheid is m.i. afgestemd op de toebedeling van het gemeenschappelijk vermogen aan de echtgenoten na de ontbinding ervan (in de regel bij helften).
Het Hof besluit dat de naar de vorm gebrekkige maar bevestigde schenkingen worden geacht geldig te zijn. (Het aandeel van moeder in) de geschonken sommen kan dus niet tot haar nalatenschap worden gerekend. Bijgevolg heeft Vlabel onterecht erfbelasting geheven.
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen, Verbintenissen & Goederen, Verzekeringen & Aansprakelijkheid


















