De digitale euro: op weg naar zijn eindbestemming? (GD&A Advocaten)

Auteurs: Steven Michiels en Robin Willems, GD&A Advocaten (21/09/2021)

Digitalisering is waarneembaar in diverse facetten van onze samenleving, alsook in de manier waarop we betalen. Ingevolge de vermindering van het aantal cashbetalingen en de marktkapitalisatie van de 3 grootste cryptomunten die steeds groter wordt, wenst de ECB te werken aan een antwoord voor deze fenomenen. De digitale euro lijkt in dat opzicht een ideaal gegeven, waarmee ook de lokale besturen zullen worden geconfronteerd. De eerste stappen worden alvast gezet.

De digitale euro blijft een euro zoals de gekende bankbiljetten, maar dan op een digitale wijze. Het idee is dat de digitale euro een elektronische vorm van geld zal worden, die door het Eurosysteem (de ECB en de nationale centrale banken) zal worden uitgegeven en het bijgevolg een snel, gemakkelijk en veilig instrument zal zijn voor dagelijkse betalingen. Burgers en bedrijven blijven toegang hebben tot de veiligste vorm van geld, met name het centrale bankgeld.

Ingevolge deze vaststelling onderscheidt de digitale euro zich tevens van de bestaande digitale munten. Andere digitale munten, zoals bijvoorbeeld Bitcoin, worden immers niet door een centrale organisatie beheerd en gereguleerd. Daarnaast zal de digitale euro risicovrij zijn, met respect voor de privacy en aandacht voor gegevensbescherming. Het valt ons op dat de nadruk wordt gelegd op bescherming van de privacy, wat uiteraard dient bij te dragen aan het vertrouwen van burgers. De digitale euro zal immers even betrouwbaar zijn als de gewone bankbiljetten aangezien beiden door de ECB worden uitgegeven.

De ECB publiceerde een rapport d.d. 2 oktober 2020 betreffende de digitale euro, waarna de mogelijkheid werd gegeven aan de burgers, ondernemingen en professionals om hun mening en bedenkingen kenbaar te maken. Deze openbare raadpleging werd een succes. Er werden maar liefst 8000 reacties geregistreerd, waarvan het merendeel afkomstig was van burgers. Daarnaast werden er analyses gevoerd, experten werden geconsulteerd en tot slot werden er een aantal experimenten volbracht, aldus ECB-president Christine Lagarde. De eerste bevindingen bleken alvast positief, zo blijkt uit de volbrachte experimenten onder andere dat er zich geen grote technologische belemmeringen voordoen in het kader van de invoering van de digitale euro.

Op 14 juli 2021 besloot de Raad van Bestuur van de ECB om de onderzoeksfase van de digitale euro op te starten. Deze fase zal twee jaar in beslag nemen om deze te volbrengen. De nadruk ligt enerzijds op het voldoen aan de behoeften van de Europeanen en anderzijds wenst men illegale activiteiten tegen te gaan. De manier hoe de digitale euro verder zal worden geconcipieerd in functie van de gebruikers en nadien zal worden verspreid, zal het onderzoek uitwijzen. Tevens zal tijdens de onderzoeksfase onderzocht worden of het noodzakelijk is om de Europese wetgeving aan te passen.

Na het afronden van de onderzoeksfase zal men beslissen of er effectief een digitale euro zal worden ontwikkeld. Indien wordt beslist om de ontwikkeling verder te zetten zal men mogelijke toepassingen uitwerken en testen. Tevens zal het finale ontwerp geratificeerd dienen te worden. Het effectief betalen met de digitale euro is alvast nog niet voor morgen.

Hierbij kan men zich afvragen of de ECB niet rustig op het perron blijft kuieren, terwijl de crypto-sneltrein reeds lang in een rotvaart is vertrokken.

Niettemin zal de invoering van de digitale euro een enorme voorwaartse stap zijn in onze steeds verder gedigitaliseerde samenleving. Deze invoering kan echter op termijn aanzienlijke omwentelingen veroorzaken voor de financiële sector.

Bron: GD&A Advocaten