De beleggingsvennootschappen na de hervorming van de vennootschapsbelasting (EY)

AuteursKristof Verhoeven en Ruben Keulemans (EY)

Publicatiedatum: 22/12/2017

De Belgische wetgeving geeft vennootschappen die dividenden ontvangen onder bepaalde voorwaarden recht op een aftrek van 95% van het ontvangen dividend (de zogenaamde DBI-aftrek). Zoals besproken in onze vorige nieuwsbrief, wordt dergelijke aftrek voor boekjaren die aanvangen vanaf 1 januari 2018 opgetrokken tot 100% (PCS Nieuwsbrief September 2017). De voorwaarden om van de DBI-aftrek gebruik te kunnen maken, zijn verschillend naargelang de vennootschap al dan niet kwalificeert als een beleggingsvennootschap in de zin van het Wetboek Inkomstenbelastingen. Bovendien zal door de geplande hervorming van de vennootschapsbelasting de kwalificatie als beleggingsvennootschap in belang toenemen en zich uitstrekken tot de vrijstelling van de meerwaarde op aandelen. Waarover gaat het?

De DBI-aftrek in hoofde van de beleggingsvennootschap

De door een vennootschap verkregen dividend, geeft recht op een aftrek van 95% indien drie voorwaarden voldaan zijn:

  1. Participatievoorwaarde: inkomsten uit aandelen van deelnemingen met een minimumparticipatie van 10% of een deelneming met een aanschaffingswaarde van ten minste € 2.500.000, wat beoordeeld moet worden op de datum van de toekenning of betaalbaarstelling van het dividend.
  2. Permanentievoorwaarde: inkomsten uit aandelen die gedurende één jaar in volle eigendom werden of worden aangehouden.
  3. Taxatievoorwaarde: in het algemeen komen dividenden, afkomstig van een vennootschap die normaal belast werd, in aanmerking.

Indien bovenstaande voorwaarden voldaan zijn, worden de ontvangen dividenden tot eind 2017 aan 5% belast. De werkelijke belastingdruk bedraagt dan slechts 1,7%, zijnde 33,99% belastingen x 5% van de ontvangen dividenden. In de praktijk stelden we vast dat bij familiale ondernemingen zelden aan de participatievoorwaarde (ii) kon worden voldaan, waardoor de dividenden volledig belastbaar werden.

Gelukkig dienen de kwalificerende beleggingsvennootschappen enkel aan de taxatievoorwaarde (iii) te voldoen in het kader van de DBI-aftrek, die vanaf 1 januari 2018 wordt opgetrokken tot 100%.

Kwalificatie als beleggingsvennootschap

De kwalificatie als beleggingsvennootschap kan belangrijke voordelen bieden in het kader van de DBI-aftrek. Voor fiscale doeleinden wordt het begrip “beleggingsvennootschap“ zeer ruim gedefinieerd, met name “vennootschappen die het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal tot doel hebben”. De kwalificatie als beleggingsvennootschap is evenwel een feitenkwestie. Niettemin heeft de rulingcommissie nader invulling gegeven aan dit begrip en geoordeeld dat een beleggingsvennootschap gekenmerkt wordt door volgende eigenschappen:

  • Een veelheid aan (onafhankelijke) aandeelhouders.
  • Een veelheid aan investeringen, zodat het investeringsrisico wordt gespreid.
  • Geen intentie om een groep te vormen (geen lange termijn beleggingen).
  • Er worden enkel activa aangehouden voor de statutaire beleggingsactiviteit.

Het is belangrijk om elk concreet dossier nader te onderzoeken en indien nodig voor te leggen aan de rulingcommissie.

Versoepeling voor meerwaarden op aandelen in hoofde van beleggingsvennootschappen vanaf 1 januari 2018

In het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting wordt de vrijstelling van meerwaarden op aandelen volledig afgestemd op de voorwaarden van de DBI-aftrek. Dit impliceert dat in hoofde van de beleggingsvennootschap evenmin zal voldaan moeten worden aan de participatie- en permanentievoorwaarde opdat de meerwaarden op aandelen die beleggingsvennootschappen realiseren, vrijgesteld kunnen worden.

Lees hier het originele artikel