Onderhoudsuitkeringen:
de impact van de ingrijpende fiscale wijzigingen

Mr. Steven Brouwers, advocaat-bemiddelaar

Webinar op vrijdag 3 juli 2026


Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?

Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Corporate Governance
voor familiebedrijven

Mr. Sofie Lerut (advocaat)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026

Cryptomunten en fiscaliteit in 2026: wat u moet weten over de nieuwe spelregels (Cazimir)

Auteur: Cazimir

We begrijpen dat de snel veranderende fiscale regels rondom investeringen voor de nodige kopzorgen kunnen zorgen. De cryptomarkt bevindt zich inmiddels stevig in het vizier van de fiscale administratie. Vanuit historisch oogpunt was het opzet van cryptomunten nochtans dat deze moesten opereren buiten de invloedssfeer van traditionele banken en centrale overheden. Deze belofte van privacy bleek een krachtige magneet voor een divers publiek, maar voor de fiscale administratie bleek net dit anoniem karakter een doorn in het oog.

In dit artikel zetten we de actuele situatie helder voor u op een rij, zodat u precies weet waar u aan toe bent wat betreft de mogelijke fiscale regimes met betrekking tot uw investeringen in cryptomunten.

1. De vier fiscale regimes voor cryptomunten

De kernvraag bij het belasten van cryptoactiva draait steevast om uw gedrag als investeerder. De fiscale administratie belast cryptomunten op basis van hoe de betrokken belastingplichtige dit vermogen beheert. Het komt neer op de vraag: bent u een voorzichtige beheerder, of stelt u transacties met veel risico met de verwachting om (snel en veel) winst te maken? Het is belangrijk om te benadrukken dat de huidige taxatieregimes voor gerealiseerde meerwaarden op cryptoactiva blijven bestaan naast de recent ingevoerde meerwaardebelasting. Er zijn dan ook momenteel vier fiscale regimes van toepassing:

  • Normaal beheer van privévermogen

Dit is de meest gunstige categorie, die tot voor de inwerkingtreding van de nieuwe meerwaardebelasting volledig belastingvrij was. De fiscale administratie beschouwt dit als het beheer van vermogen als een voorzichtig en redelijk persoon. Typische kenmerken zijn investeringen op lange termijn met een beperkt risico, zoals een ‘buy and hold’-strategie. Andere belangrijke indicatoren zijn een beperkt aantal transacties en de financiering van de aankoop met eigen, niet-geleende middelen. Ook een beperkt aandeel van de crypto-investeringen binnen het totale roerend vermogen wordt als positief ervaren. Valt u onder dit ‘normale beheer’, dan is vanaf 1 januari 2026 de nieuwe meerwaardebelasting van 10% van toepassing (zonder gemeentebelasting). Een belangrijk voordeel hierbij is de jaarlijkse vrijstelling voor de eerste schijf van 10.000,00 EUR aan meerwaarden (een geïndexeerd bedrag voor inkomstenjaar 2026).

  • Speculatief beheer

Wanneer uw gedrag weliswaar als speculatief wordt aanzien, maar nog niet als een beroepsactiviteit, valt u in deze categorie. De winsten worden dan belast als ‘diverse inkomsten’ tegen een vast tarief van 33%, te vermeerderen met gemeentebelasting. Speculatie kenmerkt zich door transacties met veel risico, waarbij er kans is op veel winst maar ook op groot verlies, en waarbij een speculatief inzicht aanwezig is. De fiscale administratie ziet dit vaak als handelen op korte termijn om snel winst te maken, bijvoorbeeld door cryptomunten aan te kopen en zeer snel weer te verkopen, of door een hoge frequentie van transacties. Hoewel 33% hoger klinkt dan 10%, zijn bij een taxatie als divers inkomen de gemaakte kosten wél aftrekbaar, en zijn minderwaarden tot vijf jaar overdraagbaar. Bij de nieuwe meerwaardebelasting (10%) zijn deze kosten niet aftrekbaar en is een minderwaarde enkel gedurende het lopende jaar zelf aftrekbaar.

Zie tabel.

  • Beroepsmatige activiteit

In extreme gevallen, zoals bij intensieve ‘mining’, kan de activiteit als een beroep worden beschouwd. De winsten worden dan belast als beroepsinkomsten tegen de progressieve tarieven van de personenbelasting. Deze tarieven kunnen oplopen tot een marginaal tarief van 50%, vermeerderd met gemeentebelasting en eventuele sociale bijdragen. Dit is van toepassing bij een geheel van verrichtingen die frequent en samenhangend genoeg zijn om een voortdurende en gewone bedrijvigheid te vormen. Bij ‘mining’ kijkt men nadrukkelijk naar de opgezette infrastructuur, de gedane investeringen en de intensiteit van het proces.

  • Roerende Inkomsten

Ook in het digitale tijdperk bestaan er roerende inkomsten, specifiek inkomsten behaald uit ‘staking’. Bij staking stelt een belegger zijn digitale munten ter beschikking aan een netwerk om transacties te valideren, in ruil voor een vergoeding in de vorm van nieuwe tokens. Dit wordt aanzien als de vrucht van vastgehouden kapitaal, vergelijkbaar met klassieke interesten. Binnen het normaal beheer van privévermogen geldt hiervoor een taxatie als roerend inkomen, wat een roerende voorheffing van 30% triggert. De Minister van Financiën heeft expliciet bevestigd dat inkomsten uit staking op deze manier moeten worden aangegeven.

2. De strenge blik van de Dienst Voorafgaande Beslissingen

Hoe bepaalt de overheid nu exact in welk taxatieregime u past? De beslissing hangt af van een nauwkeurige feitelijke beoordeling. In januari 2022 stelde de Dienst Voorafgaande Beslissingen (hierna: DVB) een uitgebreide vragenlijst op met 17 gerichte vragen om het profiel van de investeerder door te lichten. De fiscale administratie wil onder meer het volgende weten: de wijze van verwerving (bv. persoonlijke investering, erfenis, wederbelegging); hoelang u al investeert en voor welk totaalbedrag; de frequentie en het detail van alle aan- en verkoopverrichtingen; uw beleggingsstrategie (buy & hold, daytrading, scalping, arbitrage, etc.); of u gebruikmaakt van automatische software, leningen of professioneel advies; welk percentage van uw vermogen is geïnvesteerd in cryptomunten.

De recente rulingpraktijk leert ons dat de DVB inderdaad vrij streng is. Zo impliceert een investering van 25% van het roerend vermogen in cryptomunten volgens de Dienst op zich al een belastbaarheid als divers inkomen (33%). Daarnaast leek er een ongeschreven ondergrens van 50.000,00 EUR investeringswaarde te bestaan, waarbij men sneller overging tot een taxatie als speculatie, zonder nog naar het totale vermogen te kijken. Verder stelde het jaarverslag van 2024 dat gediversifieerde cryptoportefeuilles (waarbij met een deel gespeculeerd werd) in hun geheel moesten worden belast als diverse inkomsten.

De DVB publiceerde op 15 april 2026 een aangepaste vragenlijst. De belangrijkste en potentieel strengere wijziging is dat men nu niet langer vraagt naar het percentage geïnvesteerd roerend vermogen, maar naar het percentage van het financieel vermogen.

3. Het debat: vormt de invoering van de meerwaardebelasting een vloek of zegen?

Met de invoering van de nieuwe meerwaardebelasting hoopten velen op meer duidelijkheid. De memorie van toelichting verwees voor het onderscheid tussen speculatie en normaal beheer echter uitdrukkelijk terug naar de strenge criteria van de DVB. Toch trachtte de Minister van Financiën eind januari 2026 de gemoederen te sussen in de Commissie voor Financiën. Hij benadrukte de volgende cruciale punten:

  • De overgrote meerderheid van de cryptobeleggers zal onder de nieuwe meerwaardebelasting (10%) vallen.
  • Een belasting van 33% wegens abnormaal beheer of speculatie is slechts in uitzonderlijke gevallen van toepassing.
  • Er moet sprake zijn van een combinatie van factoren (zoals leningen, geautomatiseerde processen en het percentage van het vermogen) voordat men tot de 33% overgaat; één enkele factor is onvoldoende.

Belangrijk daarbij is dat de bewijslast bij de fiscale administratie ligt. De fiscale administratie moet met voldoende bewijs aantonen dat er sprake is van abnormaal beheer. Opmerkelijk was de stelling van de Minister van Financiën dat de veelbesproken ‘beslissingsboom’ van de DVB niet noodzakelijk meer up-to-date is. Volgens hem was de eerdere strengheid deels te wijten aan het feit dat crypto een nieuw, ongereguleerd fenomeen betrof zonder bestaande fiscale wetgeving.

4. Conclusie: 2026 vormt het definitieve einde van crypto-anonimiteit

Tot voor kort bevond de afdwinging van cryptobelasting zich in een grijze zone. Gerealiseerde meerwaarden vielen vaak buiten het zicht van de overheid door een gebrek aan informatiedoorstroom. De fiscale administratie was grotendeels afhankelijk van uw eigen spontane aangifte.

Dat tijdperk is nu formeel afgesloten. De implementatie van strengere Europese rapportageverplichtingen, zoals de DAC8-richtlijn, dwingt cryptoplatformen om gebruikersdata direct te delen met de fiscale administratie. Hierdoor wordt de pseudonimiteit van de ‘wallets’ systematisch afgebroken. Waar de geldstromen van cryptomunten ooit onzichtbaar waren, vormt de cryptomunt nu de basis voor een transparant systeem waarbij elke transactie een onuitwisbaar digitaal spoor achterlaat. Vanaf dit jaar, 2026, wordt u geconfronteerd met een sluitend en proactief rapporteringssysteem dat onvermijdelijk zal leiden tot meer fiscale controles.

Bron: Cazimir

» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen

Boeken in de kijker: