Beding van aanwas : Vlabel preciseert één en ander (HCGB Advocaten)

Auteur: HCGB Advocaten

Publicatiedatum: 12/05/2018

In de laatste voorafgaande beslissing inzake een beding van aanwas brengt Vlabel enkele preciseringen aan.

De betrokken partijen waren gehuwd onder het Belgisch stelsel van scheiding van goederen. Zij bezaten samen een effectenportefeuille, ieder voor de onverdeelde helft. Elke echtgenoot wilde zichzelf beschermen tegen het risico van het overlijden van de andere echtgenoot en wilde de totaliteit van de effectenportefeuille bekomen zonder dat de drie gemeenschappelijke kinderen hun reserve zouden kunnen opwerpen. De echtgenoten hadden ongeveer dezelfde leeftijd (75 jaar voor de man en 74 voor de vrouw). De echtgenoten dienden dan ook een aanvraag tot voorafgaande beslissing in verband met een beding van aanwas toegevoegd aan de effectenportefeuille.

Vlabel onderzoekt de eventuele toepassing van de art. 2.8.1.0.1, 2.8.4.1.1, §2 en 2.7.1.0.3 VCF. De aanvragers hadden ook gevraagd uitspraak te doen over de mogelijke toepassing van art. 2.7.1.0.5 VCF, maar dat is tussen de plooien gevallen.

Vlabel herneemt een aantal passages uit het standpunt nr. 17044 van 8 januari 2018. Er zijn echter enkele preciseringen te noteren.

Er wordt niet vereist dat het beding notarieel zou worden opgemaakt. Dit is thans niet vereist, maar zou vanaf 1 september 2018 wel vereist zijn in geval het om een erfovereenkomst zou gaan. Dit laatste zal, naar verluidt, nog in de wet worden aangepast zodat een beding van aanwas (inzake roerende goederen) nooit notarieel dient opgemaakt te worden. Het kan wel handig zijn een semi-vaste datum toe te kennen aan de overeenkomst om te kunnen hard maken dat de overeenkomst in tempore non suspecto is opgemaakt.

Een beding van aanwas tussen echtgenoten is niet ongeldig op zich, bevestigt Vlabel. Overigens wordt het verbod van verkoop tussen echtgenoten te rekenen vanaf 1 september 2018 opgeheven.

Vlabel stelt dat een beding van aanwas met betrekking tot een effectenportefeuille ten bijzonder titel is: “41. Vermits een effectenportefeuille beschouwd wordt als een universaliteit, aanvaardt Vlabel dat het beding betrekking heeft op de effectenportefeuille in haar geheel, zonder dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan de vereiste dat het beding onder bijzondere titel moet zijn.”.

Uit goede bron vernemen we bovendien dat de bevestiging van de zaakvervanging op het moment van de verwerving van het nieuwe zaakvervangende goed, vereist is voor de vervanging van de portefeuille als zodanig, en niet voor de vervanging van een bestanddeel van de portefeuille (arbitrage).

Voorafg.besl. nr. 18014 dd. 03.05.2018, “beding van aanwas”, publ. 11.05.2018

Lees hier het originele artikel