Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Boek 7 BW en de impact
voor IT-contracten
Mr. Stefan Van Camp (Timelex)
Webinar op vrijdag 2 oktober 2026
Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Successieplanning anno 2027
Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)
Webinar op donderdag 4 maart 2027
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Cryptomunten en de fiscaliteit
Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)
Webinar op donderdag 28 januari 2027
Auteursrechten voor advocaten: rechtbank Luik ontheft de aanslagen (Everest)
Auteur: Everest
Rechtbank van eerste aanleg Luik erkent auteursrechtelijke bescherming voor de geschriften van een advocaat
Een advocaat gaf de vergoeding die hij van zijn kantoor ontving voor de overdracht van zijn auteursrechten aan als roerend inkomen. De administratie herleidde dat bedrag tot nul en voegde het integraal toe aan zijn baten. In een vonnis van 12 januari 2026 geeft de rechtbank van eerste aanleg te Luik de advocaat gelijk en ontheft zij de betwiste aanslagen volledig.
Het vonnis is om twee redenen relevant voor iedereen die in een vrij beroep met auteursrechten werkt. Het zegt wie wat moet bewijzen wanneer de fiscus de oorspronkelijkheid van een werk betwist. En het aanvaardt uitdrukkelijk dat een overdrachtsovereenkomst betrekking mag hebben op bepaalbare werken en dat de vergoeding forfaitair mag worden vastgesteld.
De feiten
De advocaat sloot met zijn kantoor een samenwerkings- en auteursrechtenoverdrachtsovereenkomst die hem voor de overdracht van zijn vermogensrechten 4 % van het bruto-ereloon toekent. Hij gaf die vergoeding aan als roerend inkomen en betaalde de roerende voorheffing.
Na een vraag om inlichtingen en een bericht van wijziging herleidde de administratie de aangegeven auteursrechten voor de aanslagjaren 2020 en 2021 tot nul. In bezwaar aanvaardde de adviseur-generaal wel de auteursrechten die een uitgeverij had betaald en die voor wetenschappelijke bijdragen, maar niet die voor de cliëntendossiers. Over dat resterende deel ging het geschil.
Wie moet de oorspronkelijkheid bewijzen?
De advocaat voerde aan dat artikel 17, § 1, 5° WIB 1992 geen uitzonderingsregime is, zodat het aan de administratie toekomt te bewijzen dat de verrichting geen overdracht van auteursrechten is.
De rechtbank volgt die redenering niet volledig. De bijzondere bewijsregels van het fiscaal recht ontslaan een belastingplichtige niet van het bewijs dat hij werkelijk de auteur is van een beschermd werk wanneer het bestaan daarvan gemotiveerd wordt betwist. Auteursrechten ontstaan immers zonder registratie, zodat geen enkel register dat bestaan aantoont.
De rechtbank steunt op het beginsel van medewerking aan de bewijsvoering uit Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, en in het bijzonder op artikel 8.6. Voert de administratie op aannemelijke wijze aan dat er geen beschermd werk is, dan moet de belastingplichtige in zijn werk concrete elementen aanwijzen die zijn stempel dragen. Dat sluit aan bij wat het hof van beroep te Antwerpen in 2025 oordeelde over de bewijslastverdeling bij auteursrechten (lees onze eerdere blog Strijd om het bewijs: wie haalt het bij auteursrechten voor de rechter? Het Hof van Beroep Antwerpen schept duidelijkheid): een passieve houding is fataal, ook wanneer de fiscus de eerste stap moet zetten.
Niet elk geschrift van een advocaat is een werk
De rechtbank is op dit punt opvallend genuanceerd. Advocaten stellen procedurestukken, adviezen, contracten, ingebrekestellingen en brieven op die een vorm volgen die door de rechtsregels en door het doel van het stuk wordt gedicteerd. Die geschriften dragen niet de stempel van hun auteur.
Slechts in bepaalde geschriften drukt de advocaat zijn persoonlijkheid uit door vrije en creatieve keuzes: wanneer hij de feiten voorstelt op de voor zijn cliënt gunstigste wijze, de redenering van de tegenpartij weerlegt en de rechtbank een alternatieve oplossing voorlegt. Een beoordeling in concreto is dus noodzakelijk. Dat sluit aan bij Cass. 24 maart 2023: de wetgeving en de deontologie die de advocaat naleeft, en die hem zijn ambt vrij laten uitoefenen op grond van artikel 444 Ger.W., verhinderen niet dat hij in sommige geschriften zijn persoonlijkheid tot uiting brengt.
In dit dossier haalde de advocaat die toets: uit de voorgelegde voorbeelden bleek dat hij het recht niet louter parafraseerde, maar het synthetiseerde, illustreerde met eigen voorbeelden en van een persoonlijk standpunt voorzag, in een beknopte stijl.
Bepaalbare werken volstaan, en een forfait mag
De administratie verweet de overeenkomst dat de werken niet individueel waren aangeduid. Volgens de rechtbank voegt zij daarmee een voorwaarde toe die niet in de wet staat: artikel XI.167 WER vereist niet dat de overdracht slaat op bepaalde werken, wel dat zij bepaalbaar zijn.
Twee andere bezwaren gaan evenmin op. Dat een werk in de uitoefening van een beroep ontstaat, ontneemt het zijn bescherming niet, want anders zou ook aan professionele schrijvers of beeldhouwers het auteurschap worden ontzegd. En een forfaitair percentage van het ereloon is verzoenbaar met de fiscale wetgeving, precies omdat het ermee rekening houdt dat niet elke prestatie een beschermd werk oplevert.
Wat betekent dit voor de praktijk?
- Leg een inventaris van de werken aan, tijdens de samenwerking en niet pas bij een controle. De rechtbank oordeelt op basis van wat effectief wordt voorgelegd.
- Documenteer per werk de vrije en creatieve keuzes: opbouw, invalshoek, eigen voorbeelden, formulering. Vakkennis en werkuren volstaan niet, en technische dwang sluit bescherming uit.
- Aanvaard dat een deel van de output niet beschermd is. Een forfait dat daar zichtbaar rekening mee houdt, is een sterkte en geen zwakte.
- Zorg dat de overeenkomst schriftelijk is, dat de werken bepaalbaar zijn, dat de verkrijger de rechten werkelijk exploiteert en dat vergoeding, reikwijdte en duur per exploitatiewijze uitdrukkelijk zijn bepaald.
- Hou het toepasselijke regime uit elkaar. Dit vonnis betreft de aanslagjaren 2020 en 2021, dus de versie van vóór de hervorming van 1 januari 2023. Sindsdien gelden bijkomende voorwaarden, waaronder een kunstwerkattest of een overdracht aan een derde met het oog op mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of reproductie. Ook de forfaitaire kostenaftrek op auteursrechten staat onder druk (lees onze eerdere blog Forfaitaire kostenaftrek op auteursrechten onder druk), zodat de winst van een geslaagde kwalificatie kleiner kan uitvallen dan onder de aanslagjaren die hier aan de orde waren.
- Bouw het dossier op zoals de administratie het bij een controle uitvraagt: het bewijs van oorspronkelijkheid, de schriftelijke overeenkomst, de berekeningswijze van de vergoeding en de correcte fiche 281.45 met roerende voorheffing. Die vier controlevragen (lees onze eerdere blog Fiscale controles op het auteursrechtelijk gunstregime: als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen!) zijn onveranderd de kern van elk onderzoek.
Besluit
Het vonnis bevestigt dat het gunstregime voor beoefenaars van een vrij beroep niet is afgesloten, maar het maakt tegelijk duidelijk dat de bescherming niet automatisch is. De rechtbank waarschuwt er uitdrukkelijk voor een werk van de geest slechts te erkennen wanneer daaruit werkelijk de uitdrukking van een persoonlijkheid blijkt.
Het gaat om een uitspraak in eerste aanleg, waartegen hoger beroep openstaat, en om een beoordeling die sterk op de concrete stukken van dat dossier steunt. Wie vandaag auteursrechten aangeeft, ontleent er dus geen zekerheid aan, maar wel een duidelijk beeld van wat een dossier moet bevatten om stand te houden. Het tax-team van Everest volgt deze rechtspraak op en beoordeelt graag de impact op een concrete situatie.
Bron: Rb. Luik (afd. Luik) (7e k.) 12 januari 2026, ICIP-Ing.Cons. 2026/2, 715 (geen publieke online vindplaats; enkel in gedrukte vorm gepubliceerd), in lijn met Cass. 24 maart 2023, F.21.0052.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230324.1N.5.
Bron: Everest
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen, IT & IP
















