Zaakvoerder van meerdere vennootschappen? Let op wanneer u beroep doet op de draagkracht van een andere vennootschap dan de inschrijvende vennootschap (Publius)

Auteur: Sofie Logie (Publius)

Publicatiedatum: 13/07/2021

Het gebeurt vaak dat een zaakvoerder van meerdere vennootschappen in zijn offerte voor een overheidsopdracht geen duidelijk onderscheid maakt tussen de vennootschap waarmee hij effectief inschrijft en de vennootschap die tijdens de uitvoering van de opdracht middelen ter beschikking zal stellen. Dergelijk onderscheid is nochtans cruciaal.

Overeenkomstig artikel 66 § 1 van de wet van 17 juni 2016 moet de inschrijvende vennootschap immers voldoen aan het toegangsrecht en aan de vastgestelde selectiecriteria, tenzij in de offerte voldaan is aan de formaliteiten van artikel 73 KB Plaatsing, die in de mogelijkheid om beroep doen op de draagkracht van een derde entiteit voorziet.

Heel vaak wordt in de offerte en het UEA-formulier aangeduid dat er geen beroep wordt gedaan op de draagkracht van een derde entiteit, terwijl in werkelijkheid dit wel degelijk de intentie was van de inschrijver.

In een recent arrest van de Raad van State van 17 juni 2021, nr. 250.923, bvba Elias Vandevoorde Containerdienst oordeelde de Raad van State dat de aanbestedende overheid terecht tot de niet-selectie besliste omdat de inschrijvende vennootschap zélf niet voldeed aan de selectiecriteria en zij in de offerte verklaarde geen beroep te doen op de draagkracht van derden. Nochtans voegde de inschrijver bij haar offerte wel een milieuvergunning en een ijkingscertificaat toegekend aan deze derde.

Doorslaggevend voor de Raad van State tot afwijzing van de vordering is de vaststelling dat de verzoekende partij zowel op het offerteformulier als op het UEA vermeld had dat zij geen beroep deed op de draagkracht van derden en dat zij evenmin een verbintenis voegde waaruit blijkt dat zij zal kunnen beschikken over de nodige middelen van deze derde tijdens de uitvoering van de opdracht.

Hiermee onderstreept de Raad van State opnieuw het formalisme waarmee het beroep doen op de draagkracht van derde entiteiten gepaard gaat. Zaakvoerders van meerdere vennootschappen moeten dus altijd waakzaam zijn bij de opmaak van offertes. Het louter voorleggen van bewijsstukken inzake de selectiecriteria van een andere vennootschap dan de inschrijvende vennootschap volstaat kennelijk niet.

Lees hier het originele artikel